Judas komt van boven

In Jesus Christ Superstar wordt het lijdensverhaal verteld vanuit het perspectief van Judas. De verrader wordt daardoor een held. Volgende week gaat de Nederlandse versie in première.

Kusten de oude joden hun godsdienstleraar ter begroeting? Of was dat alleen onder boezemvrienden gebruikelijk? Op de avond voor zijn marteldood zit de controversiële joodse leraar Jezus in de hof van Gethsemane. Hij gaat door een hel: zijn lot overdenkend smeekt hij God om hem te laten leven. Dan komt een van zijn leerlingen op en kust hem. `Judas, lever je de Mensenzoon over met een kus?' zegt Jezus. Judas Iskariot heeft een knokploeg mee, met knuppels en zwaarden. Door Jezus te kussen wijst hij aan wie ze moeten hebben. Hij levert hem over aan de vijand.

Judas Superschurk, judaskus, judasloon, judassen. Door de eeuwen heen is Judas synoniem geweest met verrader. Niet de joodse hogepriesters die Jezus vervolgen, niet de menigte die `kruisig hem!' brult, niet de Romeinse landheer Pilatus die hem ter dood veroordeelt worden aangewezen als hoofdschuldig aan Jezus' kruisdood. Maar Judas, Judas en Judas alleen. Gretig werd Judas gebruikt door de antisemieten als voorbeeld van de onbetrouwbare jood. Schrijver Dante Alighieri plaatste hem in De goddelijke komedie (1306-'21) in de binnenste, allerergste ring van de Hel, waar de driekoppige Satan voor eeuwig op hem zit te kauwen: `De middelste leed minder door de kaken/ Dan door de klauwen, want hij werd ontveld;/ Zijn rauwe lijf was van bloed scharlaken// ,,De ziel die hier het zwaarste wordt gekweld,/ Is Judas'', zei mijn gids. ,,Je ziet zijn kuiten;/ Zijn hoofd en borst vergaan aan het geweld.'''

Maar toen kwam er in 1970 een musical die Judas uit zijn eeuwige lijden verloste. In Jesus Christ Superstar, de succesrijke rockopera van sir Andrew Lloyd Webber en sir Tim Rice, wordt het lijdensverhaal verteld vanuit het perspectief van Judas. Opeens verdiepten miljoenen christenen en ongelovigen zich in de beweegredenen van Judas. En kregen sympathie voor de verrader. De invloed van Jesus Christ Superstar is groot geweest, zo groot dat zelfs de aloude Passiespelen van Tegelen – in het hart van conservatief katholiek Nederland – in de laatste drie edities het genuanceerde Judasbeeld overnamen. Woensdag gaat in Utrecht de Nederlandse versie van Jesus Christ Superstar in première, geproduceerd door Joop van den Ende.

In de bijbel staat eigenlijk verrassend weinig over Judas, en niets over zijn beweegredenen. Hij wordt eerst even genoemd in de lijst van de twaalf apostelen. De tweede keer zitten we al meteen midden in zijn verhaal. In het Evangelie van Mattheüs staat: `Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de Overpriesters en zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.' (Mattheüs 26)

Op de avond voor zijn dood zit Jezus met zijn apostelen aan tafel, voor het Laatste Avondmaal: `Voorwaar, ik zeg u dat een van u mij zal verraden. Die de hand met mij in den schotel indoopt, die zal mij verraden. En Judas antwoordde: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.'

Na het verraad met de Judaskus, wordt Jezus ter dood veroordeeld. Judas krijgt berouw en gaat terug naar de hogepriesters: `En hij heeft de dertig zilveren penningen den Overpriesters en den Ouderlingen weder gebracht, zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldige bloed. Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien. En als hij de zilveren penningen in de Tempel geworpen had vertrok hij, en henengaande, verworgde zichzelve.'

Jesus Christ Superstar wijkt in wezen niet veel van de bijbel af. Alleen de rol van Judas is enorm uitvergroot. Hij krijgt als eerste het woord: `Jezus! Die mythes over jou, die stijgen naar je hoofd./ Het lijkt de laatste tijd of jij ze zelf gelooft./ De kern van wat je deed, geen mens die die nog kent./ Nu is de discussie dus hoe goddelijk jij bent.' Judas vindt dat de idealen waarmee Jezus de beweging is begonnen uit het zicht zijn geraakt, door de persoonsverheerlijking die Jezus ten deel is gevallen. Jezus is in zijn eigen pr gaan geloven; op zijn `folders' noemt hij zichzelf de `Zoon van God'. Judas vindt dat Jezus geen God is, maar een charismatische activist die is afgedwaald.

Helaas was in het libretto geen ruimte om uit te leggen wat precies het ideeëngoed van Jezus is, en in hoeverre dat van Judas afwijkt. Eenmaal krijgen ze een kleine inhoudelijke botsing, als volgelinge Maria Magdalena Jezus wast met mirre. Schandelijke verspilling, zegt Judas. Dat geld hadden we aan de armen kunnen geven. Jezus vindt dat onzin, zijn groep mist de middelen om de armen te helpen. Bovendien, armen zullen er altijd zijn, `pathetisch worstelend'. Later spelen deze anonieme armen een doorslaggevende rol in het verraad. Als Judas het verradersloon van dertig zilverlingen wil afslaan, zegt een der hogepriesters: `Deel dan je geld met de minder bedeelden, Iets met de armen – ik doe maar een gooi.' Judas gaat om.

Dit duidt erop dat Jezus en Judas een socialistische beweging leiden, geheel in de geest van de jaren zestig en zeventig. Jezus wordt hier als hippie verbeeld. Hij staat voor de zweverige types die de vage, nogal veelomvattende boodschap van `liefde' en 'wereldvrede' verkondigden. Judas staat dan voor de meer aardse activisten die gerechtigheid wilden.

Boezemvriend

Dat in de hedendaagse fictie over Jezus zijn menselijke kant wordt benadrukt, en nauwelijks zijn goddelijke, is niet volgens de christelijke leer, maar wel begrijpelijk. Reeds de oude Grieken begrepen dat je een god slechts in fictie kon inzetten als je vooral zijn menselijkheid benadrukte. Jezus is een beroerde held voor een goed verhaal. Hij sterft weliswaar de marteldood, maar daarvoor stelt hij zichzelf nogal ergerlijk op. Tot vervelends toe hamert hij erop dat hij de Zoon van God is. En wie dat niet gelooft, zal daar later flink voor moeten bloeden (een aardje naar zijn vaartje dus). Nu kun je dat als hedendaagse filmer of musicalmaker wel weglaten, maar dan houd je ook weer een slap ventje over: een zijden sok die vaak zwijgend glimlacht en ontwijkende antwoorden geeft op concrete vragen.

Zelden slagen kunstenaars erin om Jezus van zijn eeuwige attributen te ontdoen: vlasbaardje, sluik, halflang haar, soepjurk, lijdzame, liefdevolle blik. Zelfs de grote acteur Willem Dafoe is een gekweld kijkende sukkel in de film The Last Temptation of Christ. Op het affiche van Joop van der Endes Jesus Christ Superstar heeft Jezus weliswaar ook weer zo'n hangerige haardracht, maar hij heeft in ieder geval een modern wit pak aan.

Met Judas kun je veel meer doen, je kunt je bijvoorbeeld met hem identificeren. Hij is ook de enige die tegenwicht aan Jezus kan bieden. Jezus en Judas zijn in moderne fictie vaak boezemvrienden. De apostelen worden vaak geportretteerd als sloom voetvolk, Judas heeft een volwaardige plaats naast Jezus, die soms op die van een geliefde lijkt. In Jesus Christ Superstar toont Judas zich jaloers jegens Maria Magdalena, de enige die ook dicht bij Jezus kan komen. Vlak voor hij zelfmoord pleegt, zingt Judas zijn versie van Magdalena's beroemde liefdesaria `I Don't Know How to Love Him'.

Tijdens de Passiespelen in Tegelen van 2000 geschiedde het dat Jezus van het toneel werd gespeeld door Judas, en dat gebeurt ook in de filmversie van Jesus Christ Superstar (1973). Jezus wordt gespeeld door Ted Neeley, een watje met een geknepen stem en slechts één of twee gezichtsuitdrukkingen. Judas wordt gespeeld door de Afro-Amerikaan Carl Anderson, een geweldenaar in een hip rood soulpak, met een rauwe soulstem en een indrukwekkende présence. Anderson heeft na de film nog jarenlang Judas gespeeld. Vorig jaar stierf hij jong aan bloedkanker. In het commentaar op de dvd-versie benadrukt regisseur Norman Jewison overigens nog eens dat Anderson niet was gecast uit racistische motieven (zwart=duivels), wat toentertijd nog een kwestie was. Anderson speelde Judas omdat hij de beste was.

Judas krijgt ook alle goede liedjes. Jezus krijgt slechts één mooie solo, als hij in Gethsemane zijn menselijke twijfels en woede tegen God uit. Judas zingt aan de lopende band stevige funkrocknummers. Het hoogtepunt van de film, de opzwepende soulrevue Superstar, is zijn grote moment. Nadat hij zichzelf heeft opgehangen, beleeft ook Judas een wederopstanding. Komt hij in een adembenemend wit showpak uit de nacht neergedaald, met als vleugels lange mouwslierten. Geflankeerd door een legertje soulzangeressen met witte pruiken, wrijft hij nog één keer Jezus zijn dwalingen in: `Altijd als ik naar je kijk dan denk ik constant/ Waarom liep die mooie loopbaan zo uit de hand?/ Met een beetje planning was je nooit zo gestrand/ Waarom koos je zo'n vreemde tijd, zo'n achterlijk land?'

Jezus kijkt weer eens bewegingloos toe, en antwoordt met zwijgen. Wat zou hij denken? `Hé, wat gek. Judas komt van boven. Niet uit de Hel, maar uit de Hemel.'

Rebel

`Dacht ik het niet', zegt Jezus in de kinderbijbel Woord voor Woord: `Judas wilde dat ik meteen alle Romeinse soldaten zou wegjagen. Hij wilde dat ikzelf baas zou worden. Zo wilde ik het niet.' Woord voor Woord van Karel Eykman was in de jaren zeventig op de Ikon-televisie, voorgedragen door kinderheld Aart Staartjes. Daarna werd het een populair boek, inmiddels twaalf keer herdrukt. Dit is dus het Judasbeeld waar honderdduizenden kinderen mee zijn opgevoed: Judas als rebel. Judas de verzetstrijder die het opneemt tegen de Romeinse overheersing van Judea (het huidige Israël), en die zich afkeert van zijn zelfingenomen, filosofisch ingestelde leider. Dat was geen slechte beurt in de opstandige jaren zeventig van de twintigste eeuw. Zo werd voor de Nederlandse gelovigen stilzwijgend Judas gerehabiliteerd.

Het resultaat was de laatste tien jaar te zien in de Passiespelen van Tegelen, een katholieke traditie die teruggaat op de Middeleeuwen, om het passieverhaal als drama in de open lucht te brengen. Onder toeziend oog van de kardinaal en enkele bisschoppen werd Judas in de editie van 2000 ook hier als verzetsstrijder neergezet, teleurgesteld in de dadenloosheid en de raadseltjes van Christus. Judas de vechter (Vrijheid voor Judea!) en Jezus de denker (Vrijheid voor de Ziel!) waren aan elkaar gewaagd en hadden ieder hun eigen waarheid. Judas stierf tegelijkertijd met Jezus. Jezus links aan het kruis, Judas rechts aan een touw. Judas had in Tegelen zelfs een moeder gekregen. Als Maria haar dode zoon in de armen neemt, doet de moeder van Judas hetzelfde. Een pietá met Judas! De zonen waren elkaars tegenpolen, de moeders hebben hetzelfde leed.

Er is één kleine aanwijzing dat Judas inderdaad in het anti-Romeinse verzet zat. Zijn achternaam `Iskariot' zou verwijzen naar de `Sikariërs', de Romeinse verzamelnaam voor het joodse verzet. Feit is dat Judea een roerige Romeinse provincie was, waar veel sektes en verzetsbewegingen rondliepen. Voor het meest historische beeld van die tijd, zie Monty Pythons bijbelsatire The Life of Brian, waarin helaas geen Judas figureert. In Jesus Christ Superstar is Judas overigens een rebel die bang is voor een openlijke confrontatie met de Romeinen en daarom Jezus tot wat meer voorzichtigheid maant. Hier is de rol van dappere rebel voor Simon de Zeloot, die Jezus aanraadt om wat meer anti-Romeinse propaganda in zijn preken te gooien (`Add a touch of hatred against the Romans'). In de filmversie uit 2000 deelt hij zelfs uzi's uit aan de volgelingen.

De krachtigste Judas als verzetsheld wordt neergezet door Harvey Keitel in The Last Temptation of Christ van Martin Scorsese, die in 1988 onder luid religieus protest in première ging. In het begin van de film zien we een Jezus (Willem Dafoe) die wel heel ver van zijn missie is afgedreven: hij timmert martelkruisen voor de Romeinse bezetter; als een gaskamerbouwer in nazi-tijd. Judas, zijn trouwste vriend en geweten, komt binnen en wast hem de oren: `Ga je schamen! Je bent een jood die joden vermoordt. Hoe zul je ooit betalen voor je zonden?' Als de gekwelde Jezus tegenwerpt: `Ik weet niet, ik worstel', zegt Judas: `Ik worstel! Jij collaboreert!'

Onorthodoxe wending

God weet zijn zoon tot de orde te roepen en het bekende passieverhaal kan beginnen. Alleen toont deze versie een wel zeer wankelmoedige Jezus, die de hele tijd van gedachten verandert. Judas moet hem dan weer streng toespreken. Als Jezus aan Judas vertelt dat hij moet sterven van God, zegt deze geërgerd: `Iedere dag heb je een ander plan. Eerst is het de liefde, dan is het de bijl. En nu moet je weer sterven.' Maar Jezus smeekt hem, smeekt hem om hem aan te geven, zodat Gods plan door kan gaan. In deze film is Judas dus zelfs geen verrader meer. Tegen zijn zin voert hij de laatste wens uit van zijn beste vriend. Jezus zegt zelfs dat zijn kruisdood niets is vergeleken bij het offer dat Judas moet brengen: `God gaf mij het makkelijke werk, sterven aan het kruis.'

Als Jezus eenmaal hangt, neemt de film een onorthodoxe wending: Jezus wordt van het kruis gehaald door een `engel', en begint een gezin met twee vrouwen. De rest van zijn leven houdt hij zich verre van politiek en krijgt hij veel kinderen. Aan zijn sterfbed verschijnt een woedende Judas: `Verrader! Jij moest toch zo nodig aan het kruis sterven?' Gelukkig blijkt het hele burgerlijke leven van Jezus slechts een hallucinatie te zijn die de Satan hem inblaast in zijn stervensuur, om hem voor de laatste maal te verzoeken. Jezus ziet dit tijdig in en sterft alsnog jong aan het kruis. `Het is volbracht.'

Inderdaad, want Jezus móet aan het kruis sterven; dat is de kern van het christelijke geloof. God stuurt zijn zoon om als offerlam te sterven voor de zonde der wereld, als zoenoffer tussen God en de mensen. In de bijbel wijst Jezus er telkenmale op dat het gaat zoals het voorzien was, en dat hij het allemaal al wist. Jezus komt om te sterven, dát is zijn missie. Mogen wij Judas dan scheef aankijken? Hij heeft toch alleen maar gedaan wat hij moest doen? Zonder Judas geen Jezus aan het kruis, zonder Judas geen verlossing. Judas is een held.

`Jesus Christ Superstar' tournee t/m 2 juli. Inl. 0900-3005000 of www.musicals.nl. De vertalingen uit `Jesus Christ Superstar' zijn van Daniël Cohen. De vertaling van Dante is van Peter Verstegen. De bijbelcitaten komen uit de Statenvertaling, editie 1931.