Hoge Raad cruciaal voor Wijns plannen

Het leek een rituele dans. Toch bracht een parlementaire hoorzitting eerder deze maand over de kabinetsplannen om de vennootschapsbelasting te herzien, een verrassing. Die kwam uit onverwachte hoek: het Binnenhof moet voortaan bedacht zijn op de invloed van de Hoge Raad.

Staatssecretaris Wijn van Financiën Wijn (CDA) wil de vennootschapsbelasting moderniseren. Wat hem betreft, komt dat vooral neer op een verlaging van de vennootschapsbelasting tot 26,9 procent (nu 34,5 procent). Andere landen verlagen hun tarief ook en als Nederland achterblijft, zouden multinationals ons land fiscaal niet interessant meer vinden.

Het bedrijfsleven moet zelf binnen de vennootschapsbelasting het daarvoor benodigde geld opbrengen. Op de eerder deze maand gehouden hoorzitting werd duidelijk dat de ondernemersorganisaties niet op zo'n sigaar uit eigen doos zitten te wachten. Sterker nog, door de manier waarop de staatssecretaris van alles overhoop haalt, richt hij meer schade aan dan hij goed doet, zo liet ondernemersorganisatie VNO-NCW weten. Zij verlangt een verdere tariefverlaging naar pakweg 25 procent.

Die inhaligheid steekt minister Zalm van Financiën (VVD). Hij heeft volgend jaar een miljard euro te verdelen en wil het bedrijfsleven wel helpen aan een tariefverlaging tot 25,9 procent. Zalm stelt zijn extra procent alleen beschikbaar als de ondernemers zonder mokken meewerken aan plannen van staatssecretaris Wijn. Die haalt zijn geld voor 80 procent uit het beperken van één `aftrekpost': de afschrijving op onroerend goed. Deze maatregel moet jaarlijks 1,7 miljard euro opleveren.

Tenminste, dat zegt de staatssecretaris. In werkelijkheid levert het beperken van de aftrekpost minder geld op, zodat de schatkist ook aan het eerste deel van de tariefverlaging meebetaalt. Dat rekent Bernard Bavinck, lid van de Hoge Raad, ons voor in het toonaangevende Weekblad fiscaal recht. Tegen de gewoonte van het vakblad in, staat de functie van de schrijver er niet bij vermeld, zodat we niet weten in welke hoedanigheid hij spreekt. Hoewel steeds vaker vanuit de Hoge Raad kritiek op regeringsbeleid klinkt, is het voor de fiscaliteit uniek dat een van de hoogste rechters zich in politiek heikele kwesties mengt. Volgens Bavinck levert de ingreep van Wijn alleen de begrootte 1,7 miljard euro op als de totale waarde van het bedrijfsonroerendgoed in tien jaar met het onaannemelijk hoge bedrag van 63,5 miljard euro stijgt. De huidige waarde bedraagt nu nauwelijks 160 miljard euro. Bovendien houdt Wijn geen rekening met de creativiteit van de Nederlandse belastingadviseurs. Bavinck (zelf oud-adviseur) voorspelt dat fiscale constructies de effecten van de afschrijvingsbeperking tot een minimum zullen beperken. Hij voorziet dat grote bedrijven hun onroerend goed fiscaal opsplitsen over verscheidene BV's binnen hetzelfde concern. De onderneming die dat slim doet, kan op sommige onderdelen van een gebouwencomplex fiscaal blijven afschrijven ondanks de voorgenomen aanpassingen in de vennootschapsbelasting. Daardoor zal Wijn vele honderden miljoenen euro's aan belastingopbrengst mislopen. Bavinck roept de parlementariërs op zich niet door de staatssecretaris in de luren te laten leggen, al formuleert hij wat diplomatieker dat de keizer erg weinig kleren aan heeft.

Er ligt nog een andere bom onder de budgettaire dekking van de tariefverlaging, zo bleek tijdens de hoorzitting uit de bijdrage van Peter Wattel. Die was uitgenodigd in zijn hoedanigheid van eendagshoogleraar, maar zijn hoofdberoep is advocaat-generaal bij de Hoge Raad. In die functie adviseerde hij de Raad onlangs de huidige wetgeving zo toe te passen dat Wijn ook zonder wetsaanpassing voor een belangrijk deel zijn zin krijgt. Als de Hoge Raad het advies van zijn advocaat-generaal opvolgt (wat vaak gebeurt), zou Wijn de vlag uit moeten steken. Hij ziet het erg royale afschrijvingssysteem immers al jaren als een fiscale misstand. Dat probleem is dan uit de wereld. Maar zo'n succes komt de staatssecretaris nu buitengewoon ongelegen.

Die bizarre situatie valt alleen te begrijpen vanuit de Haagse rekenregels voor wetsvoorstellen en begrotingen. Daarin spelen de financiële effecten van rechterlijke uitspraken geen rol. Het met rechtspraak gemoeide geld vloeit buiten elke politieke invloed om in de schatkist. Toen bijvoorbeeld de Europese rechter Nederland een paar jaar geleden dwong meer dan een miljard euro aan belastinggeld aan het grote bedrijfsleven terug te betalen, leidde die strop voor de schatkist dus niet tot tariefverhoging van de vennootschapsbelasting. Het effect was nergens in de Kamerstukken terug te vinden, hooguit als onderdeel van een onbenoemde `belastingtegenvaller'. Over dit meevallertje voor het bedrijfsleven horen we VNO-NCW overigens niet.

Die medaille heeft een keerzijde. Als de Hoge Raad een aftrekpost onderuit haalt, leidt dat niet tot een tariefverlaging. Het is alleen positief voor de belastingopbrengst als geheel. Alleen als de wetgever vóór die uitspraak zelf die aftrekpost schrapt, kan hij het bespaarde geld rechtstreeks inzetten voor eigen projecten zoals een tariefverlaging. Wat de huidige onbeperkte aftrek van bedrijfsonroerendgoed betreft, kan zowel de Hoge Raad als staatssecretaris Wijn daar een rem op zetten. Alleen in dat laatste geval houdt de politiek zeggenschap over de extra belastingopbrengst. Alle nauw betrokkenen kennen die regel; geen van hen heeft belang bij een snelle succesvolle afloop van de vijf procedures voor de Hoge Raad. Evenmin zit iemand te wachten op het onderuit halen van de rekensommetjes van Wijn door een slimme rechter, op dit moment de enige belangenloze commentator. Gelukkig voor de staatssecretaris, een Kamermeerderheid, het bedrijfsleven en de daaraan gelieerde fiscale wetenschap is Wijns budgettaire luchtkasteel nog te redden door snel te handelen en niet op de argumenten van Bavinck in te gaan. Al is het voor de fiscale politici wel even wennen zo door de Hoge Raad te worden opgejaagd.