Hé jij daar kunstwerkje

Het werk van Lily van der Stokker gaat over goede manieren en fatsoen, over `kleuren, kinderen, geluk en plezier'. Maar het brave meisje heeft venijnige karaktertrekken.

Wat is Lily van der Stokker: een good girl of een bad girl? Zijn haar vrolijke muurschilderingen, met krullen en vlinders en woorden als `Geluk' of `Gezellig thuis', echt vrolijk, of zijn ze het toppunt van cynisme? Belangrijker: zijn ze reine kitsch of kunst? Ongeveer vijftien jaar geleden stelde Van der Stokker (Den Bosch, 1954) zichzelf de opdracht om goede dingen, vriendelijkheid en liefde te verbeelden. Haar muurschilderingen doen denken aan tekeningen die tienermeisjes tijdens de les in hun schrift of agenda maken. Bloemetjes en patronen in zuurstokkleuren, compleet met leuzen, namen en uitroeptekens.

Zo maakte Van der Stokker een serie `Dank-je-wel-werken'. `Dank je' zeggen is heel belangrijk, zei ze in een interview, want het betekent blijdschap om te ontvangen en uitzien naar wat komen gaat. De woorden `Lieve schat' zijn ook prachtig, vindt zij. De zinsnede `Thank you Darling' is net zo goed, net zo groots, als een grote staalsculptuur van Richard Serra. Haar Dank-je-wel-schilderingen wemelen van pastelkleurige bloemen met contrasterende contouren. De woorden, tussen de bloemen geschilderd, hebben dikke ronde letters. Ook ontwierp ze een Dank-je-wel-behang, als achtergrond-muurschildering waartegen mensen schilderijen van andere kunstenaars kunnen hangen. In het museum zette ze er een knalrode sofa bij en een vaas met bloemen.

Van der Stokker, die inmiddels internationaal de kunstwereld heeft veroverd, behoort tot een generatie kunstenaars die Pop Art (jaren zestig) en conceptuele kunst (jaren zeventig) samenbrengt. Ze wil conceptuele kunst maken die gemakkelijk te begrijpen is. Haar werk is verwant aan dat van kunstenaars die het belang van de authenticiteit van het kunstwerk – schriftuur, de `signatuur van de kunstenaar' – relativeren. Zij zoeken naar een alternatief voor de commercialisering van de kunst. Hun kunstwerken zijn geen hapklaar consumptie-artikel.

Het bloemenbehang herinnert aan de bloemen van Andy Warhol, en aan het kleurrijke behang met koeienkoppen en met portretten van Mao waarmee hij zijn tentoonstellingen inrichtte. Ook herinnert het aan de Franse installatiekunstenaar Daniel Buren, die ooit de wanden van een galerie behing met `zijn' markiezenstrepen en andere kunstenaars uitnodigde om er hun werk aan te hangen. Op een tentoonstelling fungeerde Van der Stokkers bloemenbehang als achtergrond voor schilderijen van `neo-geo' Peter Halley, Mike Scott en Imi Knoebel. Een andere keer schilderde zij een behang met ruitjespatroon in rood, geel en groen voor grijze monochrome objecten van Allan McCollum. Het ziet er op de foto's (in het onlangs verschenen boek Lily van der Stokker: Friends Family) fantastisch uit.

Trendbreuk

In de toren van de nieuwbouw van het Van Abbemuseum bracht Van der Stokker vier muurschilderingen aan. Het is opnieuw een thematische presentatie, getiteld De Zeurclub. Het gaat nu niet over goede dingen, over vrienden of huiselijk geluk, maar over geld. Een soort trendbreuk in haar oeuvre, ook al kaartte Van der Stokker het onderwerp eerder incidenteel aan. Bijvoorbeeld met een schildering in Galerie Van Gelder in Amsterdam (2001) met de tekst: `Kees (gallerist) en ik (kunstenaar) wij vechten altijd over de BTW in onze verkoopprijzen'. Of (2002, Stedelijk Museum Amsterdam): `Er ligt f 15,- op de ijskast om tuna van te kopen'. (Tuna in plaats van tonijn: wellicht vanwege haar Amerikaanse partner.)

In het souterrain van de Van Abbetoren bracht Van der Stokker een rasterpatroon aan in grasgroen en wit, met vormeloze contouren in helderblauw. Erboven hangt een doosje met hetzelfde patroon, als een driedimensionale uitsnede uit de schildering. De tekst, in haar bekende schooljuffrouwenhandschrift, luidt: `Nogal een schofterige manier om een kunstenaar te behandelen, zich halverwege terugtrekken uit een schetsontwerp. Kost me weer geld'. De tekst is onderdeel van het beeld, met vergrotingen, verkleiningen, onderstrepingen enzovoort.

Op de verdieping erboven schilderde Van der Stokker een blauwgeblokt tafelzeil met golvende contouren en in donkerblauw onder andere de woorden: `Betaal die rekening nou eens man' en in rood `altijd dat gedoe'. In een volgend werk aarzelt zij niet om de schuldige direct aan te spreken: `Wat een vervelende man die Kie Ellens van de rijksgebouwendienst'. Tussen haakjes: `Nu is het trouwens weer goed.' Vervelende man of niet, Kie Ellens kreeg een fraaie wolk van mierzoete regenboogkleuren omrand door vlammend rode, spitse sierlijnen.

Op de bovenste verdieping zien we, in een langgerekte blob, een bruinig huis-, tuin- en keukenruitje, met de tekst: `Grote solo in groot museum (Ludwig)/ geen cent krijg je ervoor/ maanden werk/ geen aankoop/ buh buh buh'. Directeur Kasper König van het Keulse Museum Ludwig reageerde met een ansichtkaart, die samen met ontwerptekeningen voor de schilderingen geëxposeerd wordt in een vitrine. `Lieve Lily (...) Ik vrees dat we het verdiend hebben aangezien de aankoop van de tekeningen niet is doorgegaan – (...) Hoop je snel weer te zien, Kasper'. Aardig bedoeld, maar slap, een teleurstellende reactie van de beroemde directeur. Geen uitleg, geen excuses.

Tussen de ontwerptekeningen bevinden zich verschillende versies van Zeurclub-werken. Een echt boze variant: `Betaal die rekening nou eens man of wil je een steen door je raam'. Vertwijfeld: `Pak ik dat wel goed aan.' En op een klein tekeningetje de onvergetelijk woorden: `Hé jij daar kunstwerkje'.

Het kunstenaarschap kent vele regels. Eén ervan is: praat nooit in het openbaar over geld. Een andere: noem nooit in negatieve zin in het openbaar namen van kunstpersonen (ook al gebeurt dat op openingen en kunstborrels de hele tijd). Op haar quasi-onschuldige meisjesmanier negeert Van der Stokker deze regels. Ze doet nog iets wat niet hoort in de kunst: ze richt de aandacht op onbenulligheden. Zonder te suggereren dat er een diepere laag is, het verheffen van het alledaagse of iets dergelijks. Zoals ze zegt: `Ik ga voor inhoudsloze en goedkope dingen.'

Roddel en smalltalk en een onstuitbare drang tot versieren. Van der Stokker heeft een `versieringsobsessie', zegt ze; ze weet weinig van echte bloemen maar is dol op decoratie, overall patronen, behang en gezellige motieven. Deze kunstenaar heeft een enorm talent voor grafisch ontwerpen, voor verhoudingen van kleur en lijn, vlakverdeling, belettering. Zij vergroot het keurige handschrift met grote precisie uit, zodat het eruitziet als een schoolschrift of dagboek. Zo behoudt ze het kleine ook als het van grote afmetingen is.

Ondertussen creëert Van der Stokker met al dit petieterige gedoe een schilderkunst die zich op een interessante manier verhoudt tot de grote traditie van het modernistische schilderen. Daar ging het om vlakheid, om het uitbannen van illusionisme, en het rasterpatroon was veelal het uitgangspunt. Op een speelse wijze is dit alles terug te vinden bij Van der Stokker. Alleen geeft zij er terloops een subversieve draai aan door de modernistische principes te combineren met een onlogische vormloosheid.

Geblokt tafelzeil

De schilderingen die er zo grappig uitzien en zo gemakkelijk te begrijpen zijn, blijken zich aan iedere interpretatie te onttrekken. Het is verleidelijk om te denken dat een geblokt tafelzeil iets met het betalen van rekeningen te maken heeft, maar wat dan? En wat is de betekenis van die amoebe-achtige blobs? Er blijkt bij nadere beschouwing geen relatie te bestaan tussen de muurschildering en het verhaal. Het motief en de tekst zijn uit elkaar getrokken.

Het werk van Van der Stokker mag dan gaan over goede manieren en fatsoen, over `kleuren, kinderen, geluk en plezier' (in haar eigen woorden), ze blijkt de ene na de andere ongeschreven wet met voeten te treden. Het brave meisje heeft venijnige karaktertrekken. De vrouwelijkheid van deze kunst is helemaal fout. Versieren, verzorgen, alles opgeruimd en netjes, huiselijk geluk en een `lief klein baby'tje' (titel van een werk), het is genoeg om iedereen de rillingen te bezorgen. Het werk van Van der Stokker is zó over the top dat het iets angstaanjagends heeft. Het is pijn en genot ineen. Die kleurrijke ingrepen zijn zo goed gedaan dat je er echt blij van wordt, maar tegelijkertijd mag je hopen dat er toch meer is dan dit. En dat `meer' weigert ze te geven.

Er is nog meer wat ze vriendelijk weigert: zich te verhouden tot de ruimte waar ze haar werk maakt. Voor de tentoonstelling in Museum Ludwig, in een reusachtige zaal van twintig bij twintig meter en van twaalf meter hoog, hield ze vast aan de gebruikelijke schaal van haar schilderingen. Die is gerelateerd aan het menselijk lichaam, en Van der Stokker brengt ze aan vanaf de plint. De schilderingen moeten ertoe uitnodigen om door de beschouwer te worden `betreden'. Dit is ook de functie van de beschilderde dozen en het meubilair, die de schilderingen in zekere zin driedimensionaal maken. In het Ludwig werkte het heel goed. In het Van Abbe deed ze iets vergelijkbaars, ze liet de toren, die een onmogelijke, getordeerde ruimte is, voor een belangrijk deel onbenut. Door haar eigen lijn te trekken ontmaskert Van der Stokker het gebouw van Abel Cahen met al zijn kneuterige gangetjes, nisjes en verspilde ruimte.

En wat betreft het geld: daarin heeft zij groot gelijk. Kunstenaars behoren betaald te krijgen voor het installeren van hun werk en de voorbereiding daarvan, zeker als het om tijdelijk werk (zoals bij Van der Stokker) gaat. Nee, dit meisje weet precies wat zij wil. Haar vrolijke kunst is keihard. Dat maakt het juist zo goed.

Lily van der Stokker: De Zeurclub. Muurschilderingen in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Tot 1 januari 2006.