Een stalinistisch showproces in Tasjkent

In Tasjkent loopt het proces ten einde tegen vijftien ,,terroristen'' die op 13 mei in de stad Andizjon achter de volksopstand tegen het regime zouden hebben gezeten. Een slecht geregisseerde show.

Een uitspraak tegen vijftien Oezbeken die het bloedbad van Andizjon op 13 mei op hun geweten zouden hebben, bleef gisteren aan het eind van het proces verrassend uit: nadat de advocaten hun pleidooien hadden afgesloten met verzoeken om clementie – er zijn straffen tot 20 jaar geëist – werd het proces verrassend sine die verdaagd.

De voorgeschiedenis: op 13 mei bevrijdden gewapende mannen in Andizjon, in het oosten van Oezbekistan, 23 zakenlieden uit de gevangenis. Het leger opende daarop het vuur, niet alleen op de rebellen, maar ook op duizenden ongewapende burgers die de bevrijding van de lokaal populaire zakenlieden hadden aangrepen voor een spontane betoging tegen het regime. Het leger blokkeerde de straten rond het centrale plein en maaide vluchtende burgers neer. Er vielen volgens een VN-onderzoek vijfhonderd tot duizend doden; volgens het regime vielen er 187 doden, voornamelijk `terroristen' en verder allemaal slachtoffers van `de terroristen'.

Het proces is een farce in stalinistische stijl geworden, zeggen niet alleen mensenrechtenorganisaties, maar ook vier VN-waarnemers. Zij gaan er unaniem van uit dat de bekentenissen zijn verkregen door foltering – routine in Oezbeekse gevangenissen – en intimidatie. Concrete bewijzen zijn niet overlegd, afgezien van de `bekentenissen' van de verdachten en de uitlatingen van getuigen, die elkaar overtroffen in hun peilloze walging voor de beklaagden. ,,Als ik kon, zou ik deze mensen mét hun verwanten en hun kinderen liquideren'', zei een getuige.

De advocaten en de beklaagden zelf konden er trouwens ook wat van. ,,Oezbekistan is uw vaderland dat u heeft gevoed en opgeleid. Hoe heeft u uw hand tegen de regering kunnen opheffen?'', zo vroeg een advocaat verontwaardigd aan zijn eigen cliënt. ,,We verdienen het twee keer te worden gedood'', vond een verdachte. ,,Als ik ter dood word veroordeeld, kan ik het daar alleen maar mee eens zijn'', zei een andere.

Van alle getuigen was er maar één die uit haar rol viel. De ongetwijfeld uiterst moedige Machoeba Rachmonova zei te hebben gezien hoe soldaten het vuur openden op mensen met een witte vlag en hoe ze een hinderlaag legden voor vluchtende burgers. ,,Ik weet dat ik de enige ben die dit soort dingen zegt. Wat gaat er nu met mij gebeuren? Gaat u me arresteren?'', zo vroeg ze aan openbaar aanklager Anvar Nabijev.

Het proces was een showproces, maar het was wel een slecht georganiseerd showproces. Het was de bedoeling te `bewijzen' dat de opstand van Andizjon het werk was van fundamentalisten die het Oezbeekse bewind wilden omverwerpen en een islamitisch kalifaat wilden stichten. Ze waren in Afghanistan en Kirgizië opgeleid door Tsjetsjeense strijders en ze werden bij hun actie in Andizjon aangemoedigd door ,,de hyena's en jakhalzen van de internationale media''. De 187 doden die volgens Tasjkent bij het bloedbad vielen waren het slachtoffer van de terroristen – zelfs de terroristen die bij het bloedbad omkwamen, want die waren, aldus Nabijev, door hun eigen geestverwanten doodgeschoten.

De bewijsvoering haperde evenwel. De `terroristen' zouden zijn opgeleid in Afghanistan en op een verlaten basis in Kirgizië, Teke. Maar Kirgizië protesteerde: Teke was allerminst verlaten, werd gewoon gebruikt door het Kirgizische leger en had nooit een terrorist-in-opleiding gezien. Waarna de Kirgizische versie stilletjes van tafel verdween. Toen Afghanistan protesteerde tegen de lezing dat de `terroristen' daar waren opgeleid, verdween ook die lezing uit het verhaal.

Hetzelfde gebeurde ook met de beschuldiging dat de actie in Andizjon werd geleid door een Tsjetsjeen, Mamed genaamd. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov wist als eerste de betrokkenheid van Tsjetsjenen bij de `coup' te melden. Maar toen het pro-Russische bewind van Tsjetsjenië tegen ,,deze laster'' protesteerde en bewijzen eiste, werd de Tsjetjeense betrokkenheid door Moskou niet meer genoemd.

In Oezbekistan werd niet zo snel gereageerd als in Moskou. Dat was logisch, omdat diverse verdachten tijdens het proces hadden gezegd dat ze de Tsjetsjeen Mamed persoonlijk kenden. Helaas werden er geen bewijzen van Tsjetsjeense betrokkenheid gevonden. Geen nood: het ontbreken van bewijzen was – volgens Oezbekistan – juist het beste bewijs van die Tsjetsjeense betrokkenheid: iedereen weet toch hoe goed en listig de Tsjetsjeense rebellen zijn, en hoe goed ze erin slagen hun sporen uit te wissen?

Uiteindelijk slikte men in Tasjkent die Tsjetsjeense rol toch maar in, toen namelijk doordrong dat de naam Mamed geen Tsjetsjeense, maar een Azerbajdzjaanse naam is. En Azeri vechten niet voor de Tsjetsjeense (of fundamentalistische, of Centraal-Aziatische) zaak. Toen dat tot het verre Tasjkent doordrong, kregen de Oezbeekse media van de censuur formeel de opdracht de Tsjetsjeense betrokkenheid niet meer te noemen. Vanaf dat moment werd in het herschreven scenario opgenomen dat de `terroristen' – eerst ervaren en doortrapt, want opgeleid door de gevreesde Tsjetsjenen – zo onervaren waren dat ze niet alleen onschuldige burgers maar zelfs hun eigen mensen hadden doodgeschoten.

Het scenario wordt nog altijd aangepast. In plaats van de Tsjetsjeense betrokkenheid is nu sprake van een Amerikaanse. Want waren de VS in mei nog een bondgenoot van Oezbekistan, na `Andizjon' is de liefde bekoeld. Nu schrijven Oezbeekse media dat de VS óók een rol hebben gespeeld in Andizjon, ,,omdat ze marionettenregimes in Centraal-Azië willen vestigen'' (aldus Narodnoje Slovo woensdag). En ja hoor: op de valreep hebben de beklaagden nog details gegeven over het geld dat ze van de Amerikaanse ambassade in Tasjkent hebben gekregen om het bewind omver te werpen.