CDA machteloos tegen ongehoorzaam D66

De spanning tussen CDA en D66 over minister Pechtold legt een ander probleem bloot. Het kabinet Balkenende I is feitelijk weer aan de macht.

Het kabinet Balkenende I is terug van weggeweest, zo lijkt het wel. Coalitiepartijen CDA en VVD doen steeds openlijker zaken met de vorige coalitiepartner LPF en laten de huidige partner, D66, letterlijk links liggen. Op terreinen als terreur, landbouw, immigratie en mobiliteit neemt D66 onder leiding van fractievoorzitter Boris Dittrich én van minister Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) afstand van het kabinetsbeleid.

D66 moet zich als kleinste coalitiepartij extra profileren om zichtbaar te blijven voor de eigen achterban. De eerste twee jaar van deze kabinetsperiode was daar weinig ruimte voor, omdat de meeste afspraken op sociaal-economische terrein waren vastgelegd in het regeerakkoord. De D66-politici steunden die afspraken overigens grotendeels ook uit overtuiging – hoewel de leden en kiezers daar soms anders over dachten. Dat bleek in april bijvoorbeeld toen op het congres een motie werd ingediend waarin werd vastgesteld ,,dat het hart van D66 niet (meer) bij deze coalitie ligt''.

Nu de sociale hervormingsagenda grotendeels is omgezet in wetgeving en de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur staan, moeten de Democraten hun eigen gezicht meer laten zien, zo redeneren de D66'ers althans.

Vanochtend presenteerde Kamerlid Lousewies van der Laan (D66) nog een geheel eigen alternatief voor de terreurmaatregelen van het kabinet. De kern daarvan is: hanteer slimme en effectieve maatregelen bij de bestrijding van terreur en wees niet zo ,,dom en naïef'' (Dittrich) om te denken dat met het strafbaarstellen van verheerlijking van terreur de kans op aanslagen vermindert. Dat is rechtstreeks gericht tegen minister Piet Hein Donner (Justitie, CDA) die deze zogenoemde apologie wel wil verbieden.

Volgende week zaterdag (5 november) komen de D66'ers bijeen voor een partijcongres in Delft om over een discussiepamflet van fractieleider Dittrich te spreken. Voor D66 is het van groot belang daar aan de achterban te laten zien dat zij wel degelijk `het verschil maken'. Is het niet binnen de coalitie, dan maar daarbuiten, zo redeneren de Haagse D66'ers.

Met de komst van Pechtold als opvolger van de in maart dit jaar afgetreden minister De Graaf, koos de partij voor een meer geprofileerde minister om haar positie in het kabinet te verstevigen, erkende Eddy Schuyer, fractievoorzitter in de Eerste Kamer, eerder deze week op de radio.

Met het aftreden van De Graaf verdwenen ook de `kroonjuwelen' van D66, de gekozen burgemeester en een nieuw kiesstelsel, achter de horizon. Pechtold werd smalend ,,minister van onderzoek'' genoemd.

Maar Pechtold bleek niet van plan onzichtbaar weg te kwijnen in de toren van Binnenlandse Zaken. Met grote regelmaat laat hij zijn stem horen, over portefeuilles van zijn collega's en het `Haags gedoe'. Dit leidt al enige maanden tot oplopende irritaties bij CDA en VVD.

Vorige week kwam een uitbarsting. Eerdere `oprispingen' van Pechtold over bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek of het softdrugsbeleid werden met een kwinkslag danwel een vrolijk Kamerdebatje afgedaan. Maar het CDA reageerde woedend toen Pechtold premier Balkenende koppelde aan verkeerd terrorismebeleid. De premier zou bijdragen aan het doemdenken door steeds maar te wijzen op de dreiging van aanslagen, zei Pechtold. En dat, zo zeiden CDA'ers, dóe je niet in deze moeilijke tijden met arrestaties en dreiging van aanslagen. Zowel premier Balkenende als fractievoorzitter Verhagen uitten maandag forse kritiek op Pechtold, Verhagen het hardst. Hij adviseerde Pechtold zelfs Den Haag de rug toe te keren als hij het `Haagse gedoe' echt zo zat is.

De CDA-actie was riskant, zo realiseerde men zich ook bij de christen-democraten, omdat het een tegenactie van D66 uit zou lokken die de uiteindelijk de stabiliteit van de coalitie in gevaar kan brengen.

En die tegenactie kwam dus ook: fractievoorzitter Dittrich nam Pechtold dinsdag in bescherming. Dat was een duidelijk signaal: van deze minister zou D66 niet zo makkelijk afstand doen als in het voorjaar met De Graaf. Het CDA staakte daarop de vijandelijkheden en werd heel stil.

Het CDA staat relatief machteloos: echt doorbijten en het vertrouwen in Pechtold opzeggen kan het moeilijk. En een tweede drama met een D66-minister van Bestuurlijke Vernieuwing overleeft de coalitie waarschijnlijk niet. Wat rest is slechts stoere taal, zoals ook Dittrich fijntjes concludeert.

De VVD kijkt ondertussen toe. De liberalen zijn blij dat de media-aandacht even is verschoven van de aanhoudende, interne strubbelingen in de VVD-fractie naar de andere twee coalitiepartijen. VVD'ers wijzen desgevraagd op het ,,diepgewortelde verschil van mening tussen CDA en D66 over bestuurlijke vernieuwing'' en doen er verder het zwijgen toe. Maar dat verschil van mening speelt nauwelijks een rol in de botsing tussen CDA en D66.

Duidelijk is nu dat D66 niets heeft meer te winnen bij onzichtbare steun aan deze coalitie. Zolang de partij de ruimte krijgt van CDA en VVD zal zij zich profileren. De Democraten kunnen tevreden kijken naar de peilingen, waarin D66 lijkt op te krabbelen.

Het CDA en de VVD kunnen zich anderzijds geen crisis permitteren gezien hun relatieve impopulariteit in dezelfde peilingen. Daarom kan D66 ongestraft zijn gang gaan. In de tussentijd behelpen CDA en VVD zich dus met de steun van de LPF of die van SGP en ChristenUnie. Net als in het kabinet-Balkenende I.