Bush moet weer leren communiceren

Het grootste gevaar na de blamage met Harriet Miers is dat Bush zich nu in het Witte Huis nog meer ingraaft en zo het probleem van zijn politieke isolement vergroot, meent David Ignatius.

President Bush zei niet ronduit dat hij zich had vergist, maar dat was wél de strekking van zijn bekendmaking, gisteren, dat hij Harriet Miers' beslissing om zich terug te trekken als kandidaat voor het Hooggerechtshof accepteerde. En voor een eigenwijze president, wiens grootste gebrek steeds is geweest dat hij niet bereid was fouten toe te geven en te herstellen, is de terugtrekking van Miers een mijlpaal.

De aftocht van Bush zegt wat op veel fronten overduidelijk is: het Witte Huis zit in het nauw en moet zijn kruit droog houden. Nu er mogelijk aanklachten op til zijn voor één of meer hoge medewerkers van het Witte Huis, kon Bush niet ook nog eens zijn krachten versnipperen met een schermutseling om Miers. Hij moest zijn conservatieve basis versterken, maar bovenal kon hij geen conflict gebruiken waarin hij het onderspit zou kunnen delven. Wat dat betreft is de president misschien eindelijk zijn voorliefde voor Pyrrusoverwinningen te boven gekomen – veldslagen die, zelfs wanneer hij wint, hemzelf en het land verzwakt achterlaten.

Bush dekte zijn aftocht inzake Miers met het argument dat hij de vertrouwelijke documentatie over haar in het Witte Huis, waarin senatoren inzage hadden geëist, beschermde. Maar daar zal niemand in trappen: Bush werd geconfronteerd met een opstand van de conservatieven binnen de Republikeinse partij, en de groeiende kans dat Miers zou worden afgewezen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, besloot hij ditmaal.

Zo nam Bush het goede besluit, maar misschien om de verkeerde reden. Het probleem met Miers was niet dat zij te weinig conservatief was – wie kon in de wirwar van haar loopbaan nog zeggen wat nu eigenlijk haar juridische opvattingen waren? – maar dat zij duidelijk niet gekwalificeerd was voor een plaats in het hoogste gerechtshof van het land. De juridische vragenlijst die zij indiende was zo zwak dat de juridische commissie van de Senaat haar vroeg om het nog eens over te doen, haar bezoeken aan senatoren zaaiden zoveel verwarring dat haar medewerkers voorstelden om het wat kalmer aan te doen, en haar publicaties waren zo inhoudsloos dat ze haar degelijke staat van dienst als bedrijfsadvocaat in Texas ondermijnden.

Toch leek het er een paar dagen geleden nog op dat Bush vastbesloten was om door te zetten met Miers. Hij bleef maar herhalen wat hij bij haar voordracht op 3 oktober had gezegd: dat zij een vrouw was met een sterke persoonlijkheid en solide juridische opvattingen, die een uitstekende rechter zou zijn. Zelfs toen het gemor van dissidente conservatieven aanzwol tot een gebulder, bleef Bush de mantra herhalen dat haar benoeming zou worden bekrachtigd en dat het land haar, net als Bush zelf, zou leren kennen en waarderen. Het was de justitiële variant van `wij zullen doorgaan'.

Was Bush ook in andere controversiële kwesties maar bijgedraaid. Het land was bijvoorbeeld beter af geweest als John Bolton nu níét onze ambassadeur bij de Verenigde Naties was. Amerika heeft een sterke, doeltreffende pleitbezorger nodig om het debat in de Veiligheidsraad gestalte te geven, zoals bij de huidige onenigheid over een nieuwe resolutie over Syrië. Maar Bolton is door de hoorzittingen over zijn benoeming zó beschadigd dat het duidelijk is dat hij die rol moeilijk zal kunnen spelen.

Het grootste gevaar is dat Bush zich nu in het Witte Huis nog meer ingraaft en zo het probleem van zijn politieke isolement vergroot. De peilingen wijzen uit dat Bush populair was wanneer hij erin slaagde om met het land als geheel te communiceren, in plaats van alleen met de rechtervleugel van zijn partij.

Hij heeft nog meer dan drie jaar te gaan als president; als hij al die tijd probeert de critici van rechts te plezieren, verspeelt hij zijn kansen op een effectief presidentschap. Een land in oorlog kan het zich niet permitteren om vanuit de marge te worden bestuurd.

De problemen van Bush zullen nog veel groter worden voordat ze weer kleiner worden. Als het onderzoek naar het lek over Plame zo doorgaat, kan hem dat twee van zijn scherpzinnigste strategische adviseurs in Witte Huis kosten, Karl Rove en Lewis `Scooter' Libby. Om dat vacuüm op te vullen, moet Bush een nieuw zwaartepunt vinden. In wezen kan hij kiezen uit twee mogelijkheden: of nog verder naar zijn conservatieve basis zwenken, of toenadering zoeken tot het politieke midden. Ik houd het erop dat Bush na de implosie van de voordracht van Miers naar rechts zal opschuiven om ,,de basis te consolideren'', ook al loopt hij daarmee het gevaar nog verder van het centrum geïsoleerd te raken.

Presidenten maken fouten. Bush heeft een grote fout gemaakt met Harriet Miers, die een fatsoenlijke advocaat is en een goede vriendin, maar een slechte kandidaat voor het Hooggerechtshof. Het is goed dat Bush zijn fout heeft ingezien, voordat hij Miers en zijn eigen politieke lot nog meer schade toebracht. Om zijn presidentschap te redden, moet Bush een stem vinden die uitstijgt boven het onfrisse politieke gedoe dat in de strijd om Miers zoveel aandacht heeft getrokken, en moet hij zich tot het land richten.

Dit Witte Huis moet begrijpen dat de waardering voor Bush in de peilingen de laatste tijd niet tot ongeveer 40 procent is gezakt, omdat het land bang is dat hij niet conservatief genoeg is.

David Ignatius is columnist.

© Washington Post Writers Group