Behang van het geheugen

Pittsburgh, de film, is gemaakt in 1942. Het verhaal gaat over de directeur van een kolen- en staalbedrijf die meer van zijn werk houdt dan van zijn vrouw. Deze komt dan onherroepelijk iemand anders tegen en daaruit ontstaan natuurlijk weer allerlei verwikkelingen. Een intrige van dertien in een dozijn. Na 63 jaar zou er waarschijnlijk geen haan meer naar kraaien als de hoofdrol niet gespeeld werd door John Wayne. Waar die verschijnt, wordt gevochten. Deze keer ontmoet hij zijn rivaal vlak bij de mijnschacht. Van het een komt het ander. In de lift raken ze definitief met elkaar slaags, twee heren in directeurspak. Aan het begin hebben ze hun hoed nog op. Dan ontstaat er een knokpartij, de radicaalste die ik ooit in een film heb gezien. Reeksen voltreffers op de kin. Ze slaan elkaar tegen de grond, wankelen weer overeind en delen de volgende voltreffer uit. Het houdt niet op.

Al vlug na de oorlog konden we onze schade aan gemiste Amerikaanse films inhalen. Ik denk dat ik Pittsburgh in 1945 heb gezien. Daarna niet meer, maar dit gevecht bleef me bij. Dacht ik aan Wayne, dan ook aan Pittsburgh, en was ik in Pittsburgh, dan dacht ik aan Wayne. Toen hij in 1979 stierf, heeft koningin Juliana de familie haar deelneming betuigd. Dat stond in de krant. Zou onze vorstin die film hebben gezien?

Een paar maanden geleden werd ik gebeld door Alex de Ronde, directeur van Het Ketelhuis. Deze Amsterdamse bioscoop is gevestigd in een onderdeel van wat vroeger de Westergasfabriek was, een negentiende-eeuws complex, waar ondanks de renovering de Industriële Revolutie nog uit de muren spreekt. Het Ketelhuis hoort tot de categorie van wat destijds het avant-garde-theater werd genoemd. De Ronde vroeg me of ik zin had een stuk of tien filmfragmenten uit te zoeken. Die zou hij dan opzoeken en afdraaien, met mijn toelichting in een gesprek met de filmcriticus van de Volkskrant, Ronald Ockhuyzen. Make me an offer I can't refuse. Ik ben geen professionale filmkenner en evenmin een dvd-maniak, maar een modern mensenleven is nu eenmaal versierd met van alles en nog wat uit de bioscoop. Ik maakte mijn verlanglijstje.

Toen was het zo ver. Ockhuyzen en ik namen onze posities in. Het tweede fragment was dat uit Pittsburgh. In de loop der jaren had mijn geheugen de vechtersbazen tot mijnwerkers omgevormd, maar dit waren onberispelijke managers. Het schouwspel werd er niet minder door, nee, nog erger. Van vechten ben ik ook al geen liefhebber. Maar dit was iets anders, misschien wel de vervulling van een acteursleven of van dat van een regisseur. Of ze hadden in superieure samenwerking de absolute knokpartij in beeld gebracht. Daar gaat het om in alle kunsten: het allerbeste maken van wat je talent je toestaat. Neem je de knokpartij an sich dan valt er op deze scène niets aan te merken. Tevreden gingen we naar het volgende fragment en zo verder. Ik ga ze niet allemaal beschrijven.

Toen kwamen we aan een stukje journaal uit het midden van de jaren dertig. Op een plein in Rome staat een tienduizend- of meerkoppige menigte samengepakt. Aan het woord is Benito Mussolini. Hij oreert, hij spreekt drama, en als hij weer een salvo van zinnen heeft afgevuurd, raakt de massa in een delirium van geestdrift. De Duce overziet, inspecteert wat hij met zijn woorden heeft opgewekt, en hij is voldaan. Zijn ogen, zijn kin, zijn schouders en zijn armen laten weten hoe ontzagwekkend tevreden hij over zichzelf is. Niet lang. Daar komt alweer de volgende fase van de redevoering, met dezelfde rotsvaste overtuiging, het onschokbare zelfvertrouwen. Hij spreekt over Europa en hoe het fascisme onvermijdelijk zal zegevieren. Het is een vlijmscherpe zwart-wit film. Je kunt de gezichten van het publiek op de eerste rijen zien als op een politiefoto. De gezichten van uitzinnige gelovigen. De jaren dertig, Europa op weg naar de vernietiging.

Daarna had ik Dana Andrews als de gedemobiliseerde commandant van een Vliegend Fort. Na de oorlog. Hij loopt over een dump van deze dan al half gesloopte bommenwerpers. Klimt in een cockpit. Daar liggen nog navigatiekaarten. Hij slaat het stof eraf, kijkt rechts naar buiten en dan links en hoort het geluid van de startende motoren. De muziek van zijn jeugd. The best years of our lives heet deze film.

Eén fragment kon niet bijtijds worden opgespoord. Uit Kiss of Death, de film uit 1947 waarin Richard Widmark de moordlustige psychopaat speelt. Grinnikend zoals alleen Widmark het kon, laat hij een oude dame in haar rolstoel twee hoog van de trap vallen. Ook geen scène waaraan de opgroeiende jeugd een voorbeeld kan nemen, maar op zichzelf volmaakt; niets aan toe te voegen.

Je vergeet de verhalen. Het gaat om de perfect gemaakte scènes. Die blijven je bij in je interne videotheek, je autobiografie in beelden. Zo zag ik dat allemaal in het Ketelhuis terug. Een dierbare avond.