Amma

Ik hoorde dat midden in dat grote, katholieke Brabantse land een dikke mevrouw uit India op een zetel zat. Tienduizenden van haar volgelingen kropen letterlijk op hun knieën naar haar toe om door haar omhelsd te worden. Zij waren bereid daarvoor een halve dag in de rij te staan. Ik besefte dat het ook voor mij tijd werd om naar Brabant te gaan.

Tegen de avond kwam ik bij de Maaspoort aan, een evenementenhal nabij 's-Hertogenbosch. Eerst moesten de schoenen uit. Ik kon ze kwijt in een loods bij het hoofdgebouw, waar op schappen al duizenden schoenen stonden. Ik zette de mijne zo ver mogelijk uit het zicht, want het leek me zo vervelend om 's avonds laat op sokken terug te moeten naar Amsterdam.

Bij de entree in de hal vroeg een in het wit geklede volgelinge: ,,Bent u nieuw? Dan wil Amma u graag omhelzen.'' En ze gaf me een bonte sticker voor op mijn jasje.

De benedenzaal was vol, ik moest plaatsnemen op de tribunes. Om me heen hoorde ik af en toe een buitenlandse taal, maar de meeste bezoekers leken gewone Nederlanders. Veel vrouwen – zeker zeventig procent –, jong en oud, sommige met een kind op de arm. In de zaal volgden de mensen gehoorzaam de aanwijzingen op van een gebaarde man in een wit gewaad op het podium.

Soms moesten zij gezamenlijk secondelang ,,Ooooo...'' of ,,Aaa...'' roepen, terwijl zij met hun handen over hun gezicht en hun lichaam gingen om het van het kwaad te zuiveren. Ergens op dat volle podium met veel dikke, in wit gehulde dames moest ook Amma – het Indiase woord voor moeder – zitten, of eigenlijk: Mata Amritanandamayi Devi, de spil van deze sekte. Maar omdat zij tijdens dit zuiveringsritueel, de puja, passief bleef, kon ik haar niet traceren.

Daarna trokken de dames zich terug in een tent achter op het podium om zich even te verfrissen. Vervolgens kon het ware spektakel beginnen: de darshan, de ontmoeting met de heilige, hét handelsmerk van Amma: een hoogstpersoonlijke knuffel. Beneden waren tickets met een volgnummer verkrijgbaar. Gratis, welteverstaan, zoals ook de toegang gratis was. Amma haalt haar inkomsten uit giften en de verkoop van maaltijden, boeken en cd's over haar werk. Dat geld zou ze weer doorgeven aan de armen van India. Of dat waar is, weet ik niet, maar ik heb de ongeveer 40-jarige Amma een poosje van dichtbij bekeken en ze leek me inderdaad een lieve vrouw.

Ze droeg een mijter en een groenig gewaad en ze zat op het podium onder een parasol met goudkleurige kwastjes. Vrouwelijke helpers en gelovigen krioelden om haar heen. De helpers veegden de gezichten van de mensen af kort voor de omhelzing. Elke gelovige moest op zijn knieën voor haar plaatsnemen. Daarna drukte Amma met beide armen het gezicht van de ander gedurende een tiental seconden tegen het rechter- of linkerbovengedeelte van haar boezem. Ze hield de ogen gesloten en zei niets.

Dat was het.

Amma zou doorgaan tot de laatste gelovige, als het moest tot in de ochtenduren. Zou ik ook...? Ik keek naar beneden. Held op sokken. Ik wilde terug naar mijn schoenen.