Winkel redt achterstandswijk

Rotterdam wil kleine ondernemers binden aan achterstandswijken. Want winkels in plaats van belhuizen en coffeeshops trekken de economie van een wijk omhoog. ,,Er gaat hier welvaart komen.''

De inrichting van de viszaak is fonkelnieuw: de toonbank, koelvitrines, de tafeltjes waar klanten even kunnen eten. De winkel is dinsdag geopend en het is nu al een gekkenhuis, zegt de eigenaar, Richard Verburg. ,,Er was zeventien jaar lang geen viszaak in deze buurt maar vraag is er wel. Ik krijg hier nu alles over de vloer: Nederlanders, Turken, Marokkanen, Antillianen.'' Zijn vrouw en een oproepkracht werken naast hem in de winkel en zijn schoonmoeder helpt gratis mee.

Richard Verburg steekt zijn nek uit. Hij opent zijn viswinkel-en-catering in een achterstandswijk, Pendrecht, Rotterdam. Bewoners, gemeente en makelaars zijn het eens: Plein 1953 is géén gezellig winkelcentrum. Het is groot, kaal en er staan panden leeg. Eromheen staan flats. Daar wonen mensen van wie het besteedbaar inkomen in tien jaar gemiddeld is gehalveerd. Niet omdat ze allemaal armer zijn geworden, maar omdat mensen die weg kónden uit deze buurt, zijn vertrokken. Daar kwamen veelal laagopgeleide allochtonen voor in de plaats. In Pendrecht wonen nu mensen van 34 nationaliteiten. Het is een wijk waar sommige kinderen van 11 jaar al geweldsdelicten op hun naam hebben, zegt `gebiedsmanager' Duco de Bruin van de deelgemeente.

Toch heeft Verburg 72.000 euro geleend om hier te beginnen. Hij vindt die lening erg hoog (zij kost zo'n 8.000 euro rente per jaar), maar toen hij eenmaal was begonnen met inrichten, was er geen weg terug. Maar hij heeft er vertrouwen in. Verburg woont in deze wijk en die wordt de komende zeven jaar vernieuwd. De woningbouwcorporatie sloopt van alles en daarvoor in de plaats komen bijna voor de helft koopwoningen. ,,Er gaat hier welvaart komen'', zegt Verburg.

Maar eerst volgt sloop en leegstand. En dat zijn de periodes waarin slechtlopende winkelcentra normaal gesproken in een vrije val raken. Minder klanten, meer leegstand, minder sociale controle, overlast van hangjongeren en wildgroei van zaakjes die niet bevorderlijk zijn voor de `leefbaarheid': belhuizen (waar mensen zonder telefoonaansluiting naar het buitenland kunnen bellen), coffeeshops en sekszaken.

Richard Verburg kreeg zijn lening bij de bank na bemiddeling van het gemeentelijke Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR). Het OBR gaf hem nog eens 44.000 euro startsubsidie om Verburg door die komende zeven jaar te slepen. Hij is een van de eerste ondernemers die begint met geld uit de `economische kansenzone'-pot voor acht achterstandswijken in Rotterdam. Die is bedoeld om kleine, respectabele ondernemers te binden aan die wijken. Bij het OBR, dat de subsidies verstrekt (tot 50 procent van een investering en hooguit 100.000 euro), zijn in zes maanden 130 aanvragen gekomen; de pot bedraagt 24 miljoen euro en komt van vijf departementen (Economische zaken, Binnenlandse Zaken, Justitie, VROM en Financiën). Als deze pilot een succes wordt, kunnen achterstandswijken in het hele land ervan profiteren, zegt projectmanager bij het OBR André de Groot.

Daarbij investeert de gemeente Rotterdam nog eens 24 miljoen euro in de economie van die wijken, op andere manieren. Een enquête onder winkeliers wees uit dat ze betere verlichting nodig hebben, fietsenrekken, plantenbakken en reclame voor de wijk. De gemeente had toch altijd al verlichting moeten verzorgen? De Groot: ,,Jawel, maar nu gaan wij erop toezien dat dat ook echt gebeurt.''

Eindelijk zien lokale overheden in dat kleine ondernemers soms ook financiële steun nodig hebben, zegt De Groot. Maar parkeertarieven verlagen, daar begint de gemeente niet aan, zegt hij. ,,Voor winkeliers is betaald parkeren een groot bezwaar, zeker als er verderop winkels staan waar klanten wel gratis kunnen parkeren.'' Als compromis, heeft de gemeente onlangs de eerste `stop&shop'-kaarten uitgedeeld. Die kan de winkelier aan klanten geven, zodat die even een half uur gratis kunnen parkeren.

De ondernemers die deze startsubsidie willen, moeten wel aan eisen voldoen, legt De Groot uit. Ze mogen niet meer dan 250 mensen in dienst hebben (een EU-norm), wat grote winkelketens uitsluit maar niet de franchisenemers van zo'n keten, zoals McDonald's en Burger King. Zij hebben al een aanvraag gedaan. De Groot: ,,Als die veel publiek weten te genereren dan is dat alleen maar mooi voor zo'n wijk natuurlijk.''