Van Rijnlands naar Scandinavisch model

De Europese regeringsleiders praten vandaag onder leiding van de Britse premier Blair in Londen over het Europese sociale model. Maar één model bestaat niet. Economen onderscheiden in de West-Europese landen minstens vier sociale modellen: het Continentale of Rijnlandse model dat vooral in Duitsland, Frankrijk, België en deels in Nederland te vinden is. Dit model wordt gekenmerkt door geringe inkomensverschillen, relatief lage participatie van de beroepsbevolking, vooral van vrouwen en ouderen, hoge sociale bescherming en overleg tussen de sociale partners (werkgevers/werknemers).

Het Mediterrane model (Spanje, Italië, Portugal, Griekenland) kent ook een lage participatie van de beroepsbevolking, de ongelijkheid tussen rijk en arm is groter. De zuidelijke landen hebben publieke schulden die bijna twee keer zo hoog zijn als percentage van het nationale inkomen.

Het Scandinavische en Angelsaksische model (VS, Engeland, Ierland) kenmerken zich door hoge aantallen fulltime werkenden. Ze hebben flexibele arbeidsmarkten met weinig of geen ontslagbescherming. Het corporatistische Scandinavische model kent, in tegenstelling tot Engeland, hoge uitkeringen, hoge belastingen en nauwe samenwerking tussen vakbonden, werkgevers en overheid.