Studiehuis mislukt

Iemand met een middelbare schooldiploma heeft steeds meer attributen nodig om de opgedane kennis en vaardigheden toe te passen. Als hij iets wil uitrekenen of schatten, moet hij een passende formule opzoeken op zijn formulekaart en de cijfers intikken in een rekenmachine. Ook een computer is onmisbaar, zodat op internet feiten kunnen worden opgezocht en met een spellingsprogramma de spelling kan worden verbeterd. Helaas is er nog geen software die onderzoeksvragen formuleert of het groeiende aantal fouten in de zinsbouw rechtzet.

Dit is mede het gevolg van de verschuiving die het zogenoemde studiehuis heeft teweeggebracht van directe kennis naar leren opzoeken. Volgens een recente evaluatie van het ministerie van Onderwijs blijkt dat opleiders aan het hogere onderwijs ontevreden zijn over de taal- en rekenvaardigheid, nauwkeurigheid en analytische vermogens van de instromende studenten. Die zijn sinds de invoering van het studiehuis minder geworden. Er is wel vooruitgang geboekt in computervaardigheid en sociale vaardigheden, maar die kunnen ook gemakkelijk buiten de school worden aangeleerd.

Dit betekent dat de zoveelste onderwijshervorming van de hogere klassen van de middelbare school in 1998 is mislukt, want die was juist gericht op een verbeterde aansluiting van het middelbare op het hogere en wetenschappelijke onderwijs. Als universiteiten en hogescholen bijspijkercursussen moeten geven aan nieuwe studenten, kan de minister van Onderwijs, Van der Hoeven (CDA), onmogelijk volhouden dat het hoger onderwijs te hoge verwachtingen heeft. Voorheen waren die cursussen niet nodig. Een lichtpuntje is dat er meer studenten van het middelbare naar het hoger onderwijs doorstromen. Als een steeds hoger percentage van de bevolking hoger onderwijs geniet, worden de prestaties van studenten minder uitzonderlijk. Dat verklaart een deel van het dalende niveau. De middelbare scholen passen zich aan het dalende niveau aan, want de slagingspercentages stijgen.

Nu bestond de onderwijshervorming van de hoogste klassen van de middelbare school in 1998 uit twee onderdelen. Er werden vier profielen ingevoerd om een einde te maken aan de vrijheid om de meest uiteenlopende vakkenpakketten te kiezen. Die stroomlijning was noodzakelijk. Maar de hervormers deden het effect teniet door ook het onbewezen experiment van het studiehuis in te voeren, om leerlingen te leren opzoeken in plaats van kennis bij te brengen. Het studiehuis laat zien hoe gemakkelijk het onderwijsbeleid speelbal wordt van de waan van de dag in Den Haag. Dat ligt minder aan overenthousiaste beleidsspecialisten dan aan onkritische Kamerleden die zich te gemakkelijk door hen op sleeptouw laten nemen.

Het komt er nu op aan om de schade van de hervormingen te repareren. Het gaat dan niet om nieuwe experimenten, maar om de basis van het middelbare onderwijs zelf. Door de drukte rond het studiehuis is er kostbare tijd verloren om de ware nood in het onderwijs het hoofd te bieden: het groeiende lerarentekort. De Kamer kan nog zulke mooie hervormingen bedenken, maar als er geen leraar is, houdt alles op. Dat is de opgave voor de komende jaren: het opleiden en aantrekken van goede leraren, die leerlingen meer parate kennis bijbrengen.