`Niets belet hem Den Haag de rug toe te keren als hij het daar niet leuk vindt.'

Door versprekingen leer je de mensen kennen. Laten we tenminste hopen dat Maxime Verhagen even niet oplette toen hij over D66-minister Pechtold zei dat hij maar moest opdonderen als het hem niet beviel.

Pechtold versprak zich met de hypotheekrenteaftrek.

Verhagen versprak zich met zijn oprotverzoek.

Ze verspraken zich helemaal niet.

Hoe noem je zulke opmerkingen? Een proefballon oplaten. Een knuppel in het hoenderhok gooien. Als Pechtold en Verhagen hun opmerkingen echt zouden menen zouden ze kleuters zijn.

Pechtold zei het om aandacht te trekken. Zijn partijgenootje Boris speelde met de katholieke Maxime in de Haagse zandbak, dus hij rook zijn kans.

Wat zei Maxime precies?

Maxime onthult in werkelijkheid twee feiten over Den Haag. Feiten die iedereen weet, maar niemand mag zeggen.

Het is de bedoeling, blijkt uit Maximes vermaning, dat het voor de politici in Den Haag vooral leuk is. Het woord `leuk' is al erg, maar op de wijwaterlippen van Maxime krijgt het iets nog veel ergers. Schoolgaan moet leuk zijn voor de leerlingen, literatuur moet leuk zijn voor de lezers, Den Haag moet leuk zijn voor de politici. Als de leukigheid in persoon rent Maxime rond door zijn opgeleukte parlement.

Leuk wetsontwerpje, leuke motie.

Boris ook leuk. Jozias ook leuk.

Waarom zou je het in Den Haag langer spannend, gevaarlijk, eervol of uitdagend vinden als het ook leuk kan?

Dit is de eerste onthulling. Ten tweede maakt Maxime ons duidelijk dat de politici het er samen leuk moeten vinden. Hij stelt Den Haag voor als een heuse zandbak, een kuil waarin kinderen aan het spelen zijn met luchtkastelen en zandkastelen, en wie het niet leuk vindt hoort er niet bij. Die moet snel maken dat hij wegkomt. ,,Niets belet hem Den Haag de rug toe te keren als hij het daar niet leuk vindt'' – zelden werd treffender verwoord dat Den Haag een clubje van speelkameraden vormt, van ons kent ons en van wie niet meedoet ligt eruit.

,,Niets belet ons hem Den Haag uit te gooien als hij zich niet aan onze spelregels houdt.''

Alles zonder verkiezingen, zonder tellen van stemmen, buiten parlement en burgers om.

Volwassen kerels lijken het daar in Den Haag, maar ze spelen als kleuters en ruziën als kleuters.

En voortdurend voelen ze nattigheid.

Maxime voelt nattigheid omdat Pechtold niet net zo braaf als Boris wil meespelen. Boris kraaide immers keer op keer dat hij het reuzeleuk had en dat het dik aan was tussen hem, Jozias en Maxime.

Boris voelt nattigheid omdat dreumes Pechtold hem in populariteit voorbijstreeft. Pech heeft een eigen fanclub en Pech krijgt alle applaus. Boris beseft dat het te lang geleden is dat hij boe riep tegen Maxime.

Dus roept Boris boe.

Zo'n eind van de democratie als nu, onder Balkenende Twee, zijn we nog nooit afgedwaald.