`Libanon niet soeverein'

Meer dan een half jaar na de terugtrekking van de Syrische bezettingstroepen bezit Libanon nog steeds geen volledige soevereiniteit en politieke onafhankelijkheid.

Dat staat in een rapport dat een afgezant van de Verenigde Naties, Terje Roed-Larsen, heeft opgesteld en dat gisteren in New York werd gepubliceerd. Het rapport behandelt de tenuitvoerlegging van resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad, die vorig jaar Syrië's terugtrekking uit Libanon eiste evenals de ontmanteling van de verschillende strijdgroepen in dat land. Het rapport versterkt de druk op Syrië dat al wordt beschuldigd van de moord op de Libanese ex-premier Hariri.

De soevereiniteit wordt met name ingeperkt door de blijvende aanwezigheid van gewapende milities – er zijn volgens het rapport geen ,,zichtbare of beduidende Syrische inlichtingendiensten'' meer in Libanon. Een reden waarom de regering geen beduidende vooruitgang heeft geboekt bij hun ontwapening is dat nog steeds wapens en manschappen de Syrische grens over worden gesmokkeld naar met name pro-Syrische Palestijnse milities. Deze groepen zitten verschanst in de Palestijnse vluchtelingenkampen waar de Libanese autoriteiten doorgaans buiten blijven. Daarnaast heeft de fundamentalistisch-shi'itische Libanese beweging Hezbollah zo goed als volledige controle over een groot deel van Zuid-Libanon. Hezbollah, dat ook in het parlement en in de regering is vertegenwoordigd, houdt vast aan zijn wapens onder verwijzing naar een Israëlische dreiging.