Inenten baby helpt ook ouderen

In regio's waar jonge kinderen een inenting tegen pneumokokken krijgen, daalt ook het aantal ouderen dat er ziek van wordt. De vaccinatie gaat kennelijk de verspreiding tegen van de bacterie. Dat blijkt uit een Amerikaans bevolkingsonderzoek dat gisteren verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Medical Association.

De ouderen kregen vooral minder last van longontstekingen, en gingen daaraan ook minder vaak dood. De daling zette in vanaf het moment dat de Verenigde Staten begonnen met het inenten van baby's tegen pneumokokken. Jonge kinderen hebben nog altijd het meest baat hebben bij die vaccinaties. Maar de Amerikaanse onderzoekers vinden nu dat overheden die overwegen om baby's tegen pneumokokken in te enten, ook het gezondheidseffect op ouderen moeten meewegen.

In Nederland is de discussie over het vaccineren van kinderen tegen de pneumokok (Streptococcus pneumoniae) juist in volle gang. Deze week verscheen er nog een advies van de Gezondheidsraad over. Volgens planning wordt de inenting in 2006 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma, maar het is nog onduidelijk welk vaccin gebruikt gaat worden en op welke leeftijd baby's hun prikken krijgen. Een infectie met pneumokokken is meestal niet ernstig. Kinderen krijgen er oorontsteking of bronchitis van. Maar soms krijgen patiënten levensbedreigende ziektes. Het vaccin dat in Amerika gebruikt wordt, wordt ook in Nederland als belangrijkste optie genoemd.