In gevangenis kunnen deuren wel gelijk open

Particuliere bewaking, geen recht op sporten. Het detentiecentrum op Schiphol was als noodopvang bedoeld. ,,Was er voldoende personeel om de deuren tijdig te openen?''

Een sober detentieregime voor bolletjesslikkers die elders wegens cellentekorten niet konden worden ondergebracht. Dat was de bedoeling van het detentiecentrum Schiphol dat in april 2003 officieel door minister Donner (Justitie, CDA) werd geopend.

Opsluiting van die drugskoeriers vond plaats onder de `Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers'. Die trad in werking in maart 2002, nadat Schiphol werd overspoeld door drugskoeriers uit Zuid-Amerika en de Nederlandse Antillen.

Niet alleen op Schiphol, ook elders in het land kwamen dergelijke detentiecentra, zoals onder meer in het grenshospitium in Amsterdam, een voormalig huis van bewaring in Roermond en een aantal gebouwen van het voormalige `Kamp Zeist'. In die detentiekampen gelden andere penitentiaire voorwaarden dan in reguliere gevangenissen. Er konden bijvoorbeeld verdachten én veroordeelden van zestien jaar en ouder worden opgesloten die de opiumwet hadden overtreden. Er werd ook voor het eerst gebruik gemaakt van meermanscellen.

Daarnaast werd voor het eerst een particulier bedrijf, Securicor, ingeschakeld voor de bewaking en begeleiding van gevangenen. In het detentiecentrum op Schiphol is inmiddels meer dan de helft van het bewakingspersoneel in dienst van dat bedrijf.

Gedetineerden hebben er ook geen of nauwelijks recht op recreatie, sporten of resocialisatieprogramma's, zoals in andere gevangenissen gebruikelijk is. De Tweede Kamer had in 2002 bij de behandeling van de noodwet die deze vorm van opsluiting mogelijk moest maken, tal van bezwaren tegen dat nieuwe gevangenisregime. Uiteindelijk ging de Kamer in meerderheid akkoord, omdat de toestroom van drugskoeriers een `noodsituatie' had gecreëerd die een noodwet rechtvaardigde.

Het detentiecentrum op Schiphol breidde in de jaren na de opening snel uit. Oorspronkelijk bedoeld voor drugskoeriers, kwamen er ook vreemdelingen terecht in afwachting van hun uitzetting uit Nederland. Inmiddels beschikt de Koninklijke Marechaussee ook over cellen voor arrestanten die op Schiphol om andere redenen worden opgepakt.

In maart dit jaar verviel de noodwet en werd het detentiecentrum formeel aangewezen als huis van bewaring. De verschillende vleugels van het complex kunnen sindsdien, al naar gelang het aanbod, gebruikt worden voor de detentie van drugskoeriers en andere arrestanten, of voor de detentie van uit te zetten vreemdelingen. Een flexibel gebruik dat de Raad voor de Strafrechtstoepassing na een bezoek aan de inrichting vorig jaar nog `in strijd met de wet' noemde.

Er heerst `een sober regime en aan resocialisatie kan niets worden gedaan', concludeerden mr. C. Petiet en mr. H. Versteeg van de sectie strafrecht van de Vrije Universiteit van Amsterdam eerder dit jaar in het blad Detentie. ,,Iets wat louter als tijdelijk bedoeld was, dreigt een permanente voorziening te worden.''

Volgens Petiet, lid van de commissie van toezicht op het cellencomplex Schiphol-Oost, had die sobere gevangenisinrichting onder meer tot gevolg dat de celdeuren bij brand niet automatisch konden worden geopend, maar per celdeur handmatig. ,,In de Bijlmergevangenis bijvoorbeeld, kunnen alle deuren gelijktijdig vanaf de centrale meldkamer gedeblokkeerd worden. Was er vannacht op Schiphol voldoende bewakingspersoneel om die deuren tijdig handmatig te openen? Dat is een vraag die aan de orde is.''

De commissie zelf heeft volgens Petiet tijdens haar wekelijkse bezoeken geen structurele tekortkomingen in de beveiliging of bejegening van gedetineerden kunnen ontdekken. ,,Het gebouw voldeed aan de voorschriften van de brandweer, die ook een gebruiksvergunning heeft afgegeven. Er is eerder brand geweest als gevolg van kortsluiting in een andere vleugel van het complex in een plafondverwarming. Maar in het deel waar nu brand is geweest, ontbrak die plafondverwarming.''

Volgens Petiet zijn er ook geen aanwijzingen dat de particuliere bewakers onvoldoende op hun taken zijn uitgerust. ,,Dat speelde wel vlak na de opening, maar het gaat inmiddels om bewakingspersoneel dat net zo goed geschoold is als het bewakingspersoneel van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Wij hebben nooit iets kunnen constateren dat wijst op structurele nalatigheden of onachtzaamheid als het gaat om brandveiligheid.''