Hulp voor bedreigde zeldzame boomsoorten

Staatsbosbeheer en het ministerie LNV zijn de enige die belangstellen in Bronnen Bomen, de particuliere instelling die onze zeldzame boomsoorten door kweek voor uitsterven wil behoeden (NRC Handelsblad, 17 oktober). Voorbeeldig dat de overheid begaan is met het lot van de oorspronkelijke natuur, schandelijk dat Natuurmonumenten in het artikel niet eens genoemd kán worden. Want hoe bizar ook, deze vereniging doet bitter weinig tot behoud van de vijftig (zeer) zeldzame houtgewassen. De meeste inheemse bomen en struiken zijn nu aangeplant met zaaigoed, vaak afkomstig uit het verre buitenland; autochtone herkomst is daarbij een zeldzaamheid. Natuurmonumenten maakt graag propaganda met de reconstructie van het laatste `oerbos' bij Beekbergen dat in 1871 werd gekapt. Op een boomfeestdag liet Natuurmonumenten enige autochtone bomen planten, maar dat was louter symbolisch bedoeld. Andere achterblijvers zijn het Wereld Natuur Fonds en de stichting Ark. Deze beheren samen projecten langs de grote rivieren. Zij willen uit principe niets van aanplant weten en kennen aan spontaniteit in de natuur de allerhoogste prioriteit toe. Natuurlijk gaat het óók daarom, maar hun discriminatie in het scheppen van de natuurlijke randvoorwaarden is raadselachtig. Waarom wel het graven van zijgeulen en het uitzetten van aaibare bevers, maar niet het stimuleren van de inheemse bomen en heesters die het oorspronkelijke casco van het landschap vormden? Deze clubs zijn door hun laat-maar-waaien mentaliteit regelrecht in strijd met de regels van het IUCN en het Biodiversiteitsverdrag, die actieve restauratie van bedreigde autochtone soorten als natuurbehoudsnorm hanteren.