Er is meer tussen markt en overheid

,,Als een overheidstaak geheel of half is geprivatiseerd, valt die onder de mededingingsregels van de Europese Unie. Als de PvdA zo nodig de Europese Commissie op afstand wil houden, moet ze publieke taken in publiek bezit houden.'' Zo reageert de commentator (hoofdartikel, 17 oktober) op de discussienota Europa: Vertrouwen herwinnen van de PvdA-werkgroep Europa.

De commentator gaat net als Brussel uit van een simpele tweedeling tussen markt en overheid. De PvdA-discussienota plaatst juist vraagtekens bij die logica van de Europese interne markt.

Het rigide markt/overheid-denken verdraagt zich noch met de historische wortels noch met de doelstellingen van onze (semi-)publieke sector en de rol van het maatschappelijke middenveld daarin. Zo zijn woningcorporaties altijd private organisaties geweest, belast met de `zorg voor de huisvesting'. De huisvesting van de primaire doelgroep staat voorop, maar de taak is hiertoe nooit versmald. Woningcorporaties hebben ook duurdere woningen gebouwd, waardoor de sociale huursector geen stigmatiserende armenzorg is geworden. Dat is een grote sociale verworvenheid. De PvdA ziet niets in een `nationalisatie' van publieke taken die in onze geschiedenis altijd door private organisaties zijn uitgevoerd. De oplossing ligt in de erkenning van en ruimte voor de specifieke wijze waarop de (semi-)publieke sector in de afzonderlijke lidstaten is vormgegeven.

Wij kiezen er principieel voor dat belangrijke keuzes over de verzorgingsstaat en de inrichting van de (semi-)publieke sector binnen de nationale democratie worden gemaakt. Drie jaar geleden al heeft de PvdA haar Europese koers verlegd en het subsidiariteitsbeginsel omarmd. Onze standpunten hebben we na het referendum kritisch onder de loep genomen en aangescherpt. De Europese samenwerking is te lang geen onderwerp van politiek debat geweest. Uit het referendum van 1 juni blijkt dat juist dát moet veranderen. Wij hebben de opening gemaakt, wie volgt?