Een vriendendienst voor Pakistan

Met een benefietwedstrijd steunde de Nederlandse hockeybond gisteravond de landelijke hulpactie ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving in India en Pakistan.

Toegang gratis, maar vergeet niet de portemonnee mee te nemen. Met die boodschap riep de Nederlandse hockeybond (KNHB) de over het algemeen niet onbemiddelde achterban op om gisteren naar HC Rotterdam te komen. Het was, zo erkende bondsdirecteur Johan Wakkie, een aansporing ,,in de geest van onze sport, waar het geld meestal in het clubhuis wordt uitgegeven''.

Ruim zesduizend belangstellenden, onder wie prominenten als prins Willem-Alexander en oud-premier en hockeyer Ruud Lubbers, gaven gehoor aan die oproep en dromden gisteravond samen rondom het veld van de grootste club van Nederland (2.200 leden). Voor een benefietwedstrijd ten behoeve van de slachtoffers van de verwoestende aardbeving, die India, Pakistan en Afghanistan op 9 oktober trof. Op het kunstgras verschenen het Nederlands elftal en een wereldteam, bestaande uit buitenlandse tophockeyers (India, Pakistan, Australië, Spanje en Nieuw Zeeland) die een voor een de kost verdienen in de Nederlandse competitie.

Het duel, rechtstreeks uitgezonden in India en Pakistan, eindigde in een 7-4 overwinning voor gastheer Nederland. Maar het slotakkoord kwam, heel toepasselijk, met een ziedende uithaal op naam van de aanvoerder van het wereldelftal, die zich de afgelopen weken had opgeworpen als de pleitbezorger van `de goede zaak': het Pakistaanse strafcornerkanon Sohail Abbas van Rotterdam, de nieuwkomer in de hoofdklasse.

Van de ene naar de andere microfoon was de 30-jarige verdediger de voorbije dagen gerend, en telkens verkondigde hij de boodschap die gisteren centraal stond: laat mijn ontredderde landgenoten niet in de kou staan. Dat deed de hockeyachterban niet. Zichtbaar aangedaan nam Abbas, zelf afkomstig uit de zuidelijke havenstad Karachi, na afloop een cheque in ontvangst ter waarde van 925.126 euro.

Een deel van dat bedrag werd bijeengebracht door de 308 Nederlandse hockeyclubs, die hun leden hadden verzocht één euro per lid af te staan, wat neerkwam op een gift van circa 175.000 euro. Vandaag loopt het bedrag naar verwachting verder op, wanneer de gisteren gebruikte shirts en een aantal sticks via internet worden geveild. Bondsvoorzitter André Bolhuis sprak van ,,een logische vriendendienst''.

Trots was gisteren ook voorzitter Jan Hagendijk. Zijn club Rotterdam had het toch maar mooi weer geflikt, vier jaar nadat de club in allerijl was opgetreden als gastheer van het toernooi om de Champions Trophy na de wegens `9/11' gedwongen afmelding van Pakistan (Lahore). ,,Wij in Rotterdam weten van `doorpakken', en bovendien voelden wij ons tegenover onze Pakistaanse jongens (Abbas en Waseem Ahmed, red.) verplicht iets te doen.''

Net als Hagendijk beleefde bondscoach Roelant Oltmans een emotionele avond. Tot tien maanden geleden was hij werkzaam als technisch eindverantwoordelijke van Pakistan, en in die hoedanigheid bezocht hij onder meer de onherbergzame noorden van het Aziatische land, dat nu zo zwaar getroffen is. ,,Als je die grensstreek ook maar een beetje kent, dan weet je dat de gevolgen van die aardbeving vernietigend moeten zijn geweest. Daar heersen met alle respect nog de Middeleeuwen. Onze bijdrage vanavond volstaat bij lange niet om de wederopbouw van Pakistan te financieren, maar wel om de eerste noodhulp te lenigen.''

Toch liep de Nederlandse bevolking in eerste instantie niet warm voor een inzamelingsactie. Vorige week pas stapte de samenwerkende publieke omroepen op de trein die door de hockeybond in gang was gezet. Oltmans begrijpt de aanvankelijke scepsis. ,,Pakistan is geen Thailand, waar de toeristen begin dit jaar met hun videocamera's de verschrikkingen van de tsunami in beeld brachten.''

Hagendijk onderschrijft die woorden. ,,En laten we eerlijk zijn: op de achtergrond speelde bewust of niet, dat laat ik in het midden toch iets mee van: Pakistanen zijn bommenleggers, waarom zouden we die terroristen helpen? Daarom ben ik ook zo blij met deze, zij het wat verlate actie van vanavond, want dat vooroordeel mag geen voet aan de grond krijgen.''

Nederland onderhoudt al decennialang warme hockeybanden met Pakistan, het land dat samen met India als de bakermat van de sport wordt beschouwd. Sinds 1980, het jaar van de tweede editie van de Champions Trophy, bezoeken de nationale selecties regelmatig het Aziatische subcontinent. Cricket is inmiddels volkssport nummer één, maar menig Indiër en Pakistaan kent de namen van de Nederlandse ex-internationals Ties Kruize of Paul Litjens nog.

Stephan Veen (35) speelde gisteren als enige Nederlander mee aan de zijde van het wereldelftal. Ruim vijftien jaar geleden kwam de oud-international voor het eerst in Pakistan, als ,,jong broekie dat meemocht naar het WK''. Hij keek zijn ogen uit.

Veen: ,,Het contrast was enorm: enerzijds de schrijnende armoede zodra je ook maar één stap buiten het hotel zette, anderzijds het hartverwarmende enthousiasme van tienduizenden mensen op de tribunes. Wij wonnen in de finale van Pakistan, maar werden naderhand toegejuicht alsof we landgenoten waren. Die mensen wil je niet in de kou laten staan.''