`Britten zijn professioneler'

Rijk en beroemd is de acteur Lex van Delden nooit geworden door zijn verhuizing naar Londen. Toch heeft hij er nooit spijt van gehad dat hij Nederland in 1978 de rug toekeerde, ondanks een veelbelovende acteerloopbaan. Hij had toen al rollen op zijn naam staan in enkele verfilmingen van romans van Louis Couperus.

,,Ik had in Nederland het gevoel dat ik in artistieke zin stagneerde en ik wilde graag een betere acteur worden'', zegt Van Delden in een café in het Londense East End. ,,Via wat contacten ben ik toen min of meer toevallig in Londen terechtgekomen.''

Van Delden werd in Londen met een heel andere wereld geconfronteerd. ,,De Britten pakken eigenlijk alles professioneler aan dan de Nederlanders, misschien omdat ze beter beseffen wat hun rol is en omdat ze er altijd meer van zijn doordrongen dat ze vervangbaar zijn.''

Het Londense toneel is bovendien veel flexibeler dan het Nederlandse. ,,In Nederland heb je het abonnementensysteem, waardoor theaters al een paar jaar van tevoren hun programma's vastleggen. Dat is dodelijk voor de dynamiek van het toneelbestel. Hier worden zaken vaak op veel kortere termijn geregeld.

Laatst zag een directeur van de BBC een uitvoering van de opera La Traviata, waar hij enthousiast over was. Dat moest meteen op de televisie, vond hij. Enkele dagen later was het al zover. Dat zou in Nederland ondenkbaar zijn.''

Het leven van de overgrote meerderheid van de acteurs in Groot-Brittannië is hard en onzeker. De meesten zijn freelancers. Anders dan in Nederland met zijn vaste gezelschappen met bijbehorende vaste beloning moeten ze steeds nieuw werk zien te vinden.

Soms rest er alleen commercieel werk voor bedrijven, zoals het inspreken van reclames, of het verzorgen van presentaties.

Van Delden: ,,Hoe je het ook wendt of keert, het blijft een precair bestaan, ook omdat het sociale vangnet hier dunner is dan in Nederland. Ik heb daar overigens zelf nooit gebruik van hoeven maken.''

Van Delden had bovendien de handicap dat het Engels niet zijn moedertaal was en het aantal rollen voor acteurs met een vreemd accent meestal maar beperkt is. Bewust heeft hij echter ook in later dagen nooit getracht zich een authentiek Brits accent aan te meten.

,,Dat zou zinloos zijn geweest. Daarvoor hebben ze genoeg Britse acteurs.'' Hetgeen niet wegneemt dat hij inmiddels af en toe voor Britse rollen wordt gevraagd.

,,Ik geloof dat ik al met al inderdaad een betere toneelspeler ben geworden dan ik anders zou zijn geweest'', aldus Van Delden. ,,Ik heb hier veel geleerd. Dat komt deels door het professionalisme hier maar ook door het enorme culturele aanbod dat Londen kent. Dat is met niets ter wereld te vergelijken. Daardoor heb ik een heel ander referentiekader gekregen.''.

De laatste jaren komt Van Delden weer met enige regelmaat naar Nederland. Hij speelt `de commissaris' in de politieserie Grijpstra en De Gier. Daarnaast probeert hij de uitvoering van de muziek van zijn vader, de componist en muziekcriticus Lex van Delden sr., te bevorderen.

Maar uiteindelijk roept Londen. Daar voelt Van Delden zich het meest op zijn gemak, juist wegens het intellectuele klimaat, dat zich uit in het theater, de literatuur en de muziek. Van Delden: ,,De Britten hebben een gevoel voor het woord, dat de Nederlanders niet kennen.''