Aanslag in Israël was slechts kwestie van tijd

Het was slechts een kwestie van tijd voor een nieuwe ronde van geweld tussen Israël en de Palestijnen zou uitbreken. President Abbas kan geen successen tonen die de extremisten van actie weerhouden.

Van grote afstand bekeken, zeg vanuit Washington, New York en Brussel, leek er na het vertrek van Israëlische kolonisten en militairen uit de Gazastrook een nieuwe lente aangebroken in het Midden-Oosten. De periode van betrekkelijke kalmte in Israël, de vaderlijke optredens van de Palestijnse president Abbas en de voor zijn doen terughoudende reacties van premier Sharon na verschillende incidenten versterkte de indruk dat het unilaterale Israëlische besluit zou leiden tot een begin van een doorbraak.

Maar in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever – en in Israël zelf – klonken de optimistische toespraken van Amerikaanse en Europese politici onwaarschijnlijk dromerig en onrealistisch. Geen week is voorbijgegaan zonder dodelijke incidenten, schietpartijen, aanslagen en liquidaties. Wie nauwkeurig luisterde naar de redes van de leiders van de moslimextremistische organisaties – Hamas en het kleine Islamitische Jihad – en de toespraken van de imams in de moskeeën wist dat het slechts een kwestie van tijd en organisatie was voordat opnieuw een jonge Palestijn zou doordringen tot een Israëlisch restaurant, markt of bus.

Hamas houdt zich in de aanloop naar gemeenteraads- en parlementsverkiezingen gedeisd, maar Islamitische Jihad is voluit in actie na de liquidaties van commandanten en cellen in Jenin (vorige maand) en Tulkarem (vorige maand en dinsdag). Alleen de snelheid waarmee een pas vrijgelaten Palestijnse jongen de Israëlische verdedigingslinies (muur, patrouilles, checkpoints) wist te penetreren verraste, niet de daad zelf en ook niet het bewust gekozen doelwit. Hadera, gesitueerd in de taille van Israël, werd geacht beschermd te zijn door de muur. De boodschap van Islamitische Jihad is dan ook niemand ontgaan: niemand in Israël mag en kan zich veilig wanen achter de muur.

Opzet of niet, de aanslag had plaats op het moment dat president Abbas in het parlement te Ramallah een toespraak hield over zijn recente bezoeken aan Washington, Parijs en Kairo. In toenemende mate beschouwen de jihadisten Abbas als een verrader van de Palestijnse zaak, een zetbaas van de Israëlische premier Sharon en de Amerikaanse president Bush. Abbas is gekant tegen de gewapende strijd en weet dat aanslagen zoals in Hadera de belangen van Palestijnen schaden en alleen maar leiden tot meer chaos, bloedvergieten en extremisme.

Het principieel afwijzen van de gewapende strijd wordt Abbas, die zijn kaarten heeft gezet op het verwerven van Amerikaanse en Europese steun, ook in eigen Fatah-kring kwalijk genomen. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Aqsabrigades, gewapende eenheden die gelieerd zijn aan Fatah, op de Westelijke Jordaanoever steeds nauwer samenwerken met Islamitische Jihad.

Dat Abbas niet of nog niet in staat is Hamas en Islamitische Jihad te ontwapenen, wordt zelfs in Israël begrepen, hoewel natuurlijk niet openlijk. Maar dat Abbas en zijn ministers niet in staat zijn de eigen Aqsabrigades te ontwapenen, is volgens Palestijnse commentatoren een teken aan de wand. Gematigde Palestijnen dringen daarom steeds luider aan op internationale hulp om te voorkomen dat Abbas wordt meegesleurd in nieuwe cycli van geweld. Abbas heeft dringend behoefte aan concrete successen.

Hamas en Islamitische Jihad zien ook na de ontmanteling van de nederzettingen en militaire bases in de Gazastrook geen enkele reden om de gewapende strijd te staken. Integendeel zelfs. Zij putten uit de voortgaande bezetting van de Westelijke Jordaanoever, de afsluiting van de Gazastrook, de nooit gestaakte jacht op militanten en de dagelijkse problemen waarmee miljoenen Palestijnen in hun enclaves kampen, de motieven om door te gaan. In de grote Israëlische nederzettingen wordt volop gebouwd en op de dag van de aanslag in Hadera werd bekend dat religieus-zionistische jongeren bovendien opnieuw zes zogeheten buitenposten hebben gesticht in het hart van de Westelijke Jordaanoever.

Een meerderheid van de Palestijnen hoopt en bidt dat Abu Mazen de Palestijnen naar vrede, rust en een eigen staat zal leiden. Maar tegelijkertijd zien zij hun president langs Amerikaanse en Europese leiders reizen om met veel beloften, aanmoedigingen, maar feitelijk met lege handen terug te keren.

In de beleving van de Palestijnen zijn Hamas en Islamitische Jihad de enigen die daadwerkelijk opkomen voor de Palestijnse belangen en actie ondernemen tegen de gestage uitbreiding van Israël naar het oosten. Dat daarbij toevallige marktbezoekers het slachtoffer worden, laat hun koud.

Zoals het Israëliërs, om met de schrijver A.B. Yehoshua te spreken, steeds onverschilliger laat wat er aan gene zijde van de muur gebeurt: ,,Wij, Palestijnen en Israëliërs, zijn allemaal hard geworden, zo hard en meedogenloos, voor elkaar en voor onszelf.''