`Wij nemen het voortouw in Europa'

Algemene Zaken zou een belangrijkere rol moeten krijgen bij Europese aangelegenheden. Minister Bot (Buitenlandse Zaken) is het hier niet mee eens.

,,Buitenlandse Zaken heeft absoluut de primaire rol in het Nederlandse Europa-beleid wij coördineren'', zegt de minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot (CDA). Het vandaag gepubliceerde advies van de Raad van State, dat al enkele weken circuleert in Den Haag, om de coördinatie van het Europa-beleid meer bij de premier en diens ministerie van Algemene Zaken neer te leggen is, volgens Bot, in de pers verkeerd weergegeven. Het advies zou, zoals de vice-president van de Raad van State Tjeenk Willink de minister ook heeft verzekerd, alleen behelzen dat er meer coördinatie in Europese aangelegenheden nodig is, waar Nederlandse ministers nu nog wel eens in Brussel standpunten innemen die hun collega's in Den Haag niet delen. Dit euvel, meent Bot, laat zich niet verhelpen door het `topzwaar' maken van het ministerie van Algemene Zaken. In Europese aangelegenheden neemt Buitenlandse Zaken het voortouw, en trouwens ook bij de komende Brede Maatschappelijke Discussie over Europa.

Bot formuleert deze binnenlandse zorgen gisteren aan het eind van een kort bezoek aan Parijs, ter gelegenheid van de bijeenkomst van de Frans-Nederlandse Samenwerkingsraad een sinds 2003 bestaand gezelschap van kopstukken uit het maatschappelijk leven die de bilaterale samenwerking meer inhoud moet geven. Zojuist heeft de Nederlandse minister gesproken met zijn Franse ambtgenoot Philippe Douste-Blazy, bij wie hij heeft gemerkt dat ze in Parijs ,,ten dele wel wat zien'' in de Nederlandse gedachte over de noodzaak van meer `subsidiariteit' in de besluitvorming van de Europese Unie landen zouden waar dat kan, weer meer eigen bevoegdheden moeten krijgen.

Door een transparante renationalisatie van sommige thans Europese bevoegdheden zou, naar Nederlands inzicht, de scepsis van de burger zoals die in Frankrijk en Nederland zijn weerslag vond in een `nee' bij het referendum tegen de Europese Grondwet, bestreden kunnen worden.

Traditioneel, waarschuwt Bot, hebben Frankrijk en Nederland een andere attitude in Europese zaken: ,,De Fransen gaan er altijd van uit dat wat de Fransen goed idee vinden, ook goed is voor Europa. Er is zo'n grapje: de Fransen gaan uit van de ambition (ambitie), de Nederlanders van de addition (de rekening). Men ontwikkelt hier heel eigen ideeën en concepten''.

Douste-Blazy en Bot waren er over eens dat de Grondwet dood en van tafel is. Dat dit document in een later stadium alsnog door de 23 andere EU-lidstaten aan Nederland en Frankrijk zou worden opgedrongen, komt Bot ondenkbaar voor. ,,Welke zouden die 23 landen moeten zijn? Een Brits referendum over het Grondwettelijk verdrag zou vrijwel zeker op een `nee' uitlopen iedereen weet dat. Dan zouden twee grote landen plus een van de pères fondateurs (dat wil zeggen Nederland, red.) het Verdrag hebben afgewezen tezamen 140 à 150 miljoen van de ongeveer 350 miljoen inwoners van de Unie vertegenwoordigend''.

Heeft een renationalisering van Europese besluitvorming niet iets reactionairs? Dreigt er geen nationaal hobbyïsme? In Frankrijk gaan stemmen op om de rentevaststelling van de Europese Centrale Bank weer over te hevelen naar de nationale regeringen.

,,Ik zie niet in wat er reactionair aan is, om te bekijken op welke punten Europa wellicht te ver is doorgeschoten. In meerdere Europese landen zien we de tendens dat de burger haakt naar de veilige haven van de natiestaat. Aan de andere kant is een sterk verenigd Europa nodig om de internationale uitdagingen te kunnen aangaan, en in die context moet Europa massa ontwikkelen. Er is een dubbele benadering nodig. Ik was geen voorstander van het referendum, maar achteraf bezien lijkt het me een voordeel dat we door de uitslag in Nederland gedwongen zijn nog eens goed stil te staan bij Europa. Wat de Franse verlangens over de nationale rentevaststelling aangaat: dat streven is oeroud en het zal niet gebeuren want we hebben in Europa nu juist een gezamenlijke valuta.''

Buitenlandse Zaken neemt het voortouw bij de maatschappelijke discussie over Europa. Is dat niet wat laat? Die discussie had in september begonnen moeten zijn, en moet in juni zijn afgerond.,,Het probleem was dat we eerst moesten wachten op het parlement, dat de discussie mee zou organiseren zolang kon het kabinet niet zelf de boer op. Nu het parlement zich heeft teruggetrokken, gaan we met BZ, de premier en enkele ministers, zoals die van Economische Zaken en Landbouw, iets opzetten. Het gaat trouwens niet om iets wat in juni al afgelopen is, maar om een nieuwe, aansprekende manier om de burger te benaderen over Europa.

,,Door mijn lange staat van dienst in Europa (als diplomaat, red.) weet ik dat je na elke crisis in Europa denkt: daar komen we nooit meer uit. Tenslotte loopt het dan weer anders. Wanneer de economie in de Europese landen weer wat opleeft, is mijn verwachting, zal het geloof van de burger in Europa terugkeren.''