Polarisatie in Irak alleen maar verscherpt

De Iraakse grondwet is definitief aangenomen, zo werd gisteren bekend. De buitenwereld ziet een democratisch hoogtepunt, maar in Irak is de polarisatie nog verscherpt.

Diverse buitenlandse leiders, onder wie de Amerikaanse minister Rice, waren er een week geleden al vrijwel zeker van, maar sinds gisteren is het een feit. De nieuwe Iraakse grondwet is aangenomen, met 79 tegen 21 procent, zo maakte de Iraakse verkiezingscommissie gisteren in Bagdad bekend. Na de parlementsverkiezingen op 15 december wordt hij van kracht.

De shi'itische meerderheid in het zuiden is blij, evenals de Koerdische minderheid in het noorden; shi'ieten en Koerden hebben dan ook overweldigend voor de grondwet gestemd. Irak krijgt nu immers definitief een federaal systeem - de Koerden die al sinds 1991 autonomie genoten stonden erop, en de shi'ieten namen na enige aarzeling het idee graag over. Zij willen zich in hun olierijke gebieden achter zo hoog mogelijke muren terugtrekken om het altijd bestaande risico van een nieuwe dictatuur af te wenden. De sunnieten, de vroegere bovenklasse die terugsmacht naar Arabisch-Iraakse grandeur en nu federale verbrokkeling en aftakeling voorziet, zijn bang daartussen te worden vermalen. Zij waren van het begin af tegen, en er is geen reden aan te nemen dat dit op korte termijn gaat veranderen.

De sunnitische opposanten hadden de mogelijkheid de grondwet de grond in te boren via een oorspronkelijk door de Koerden ingebrachte veiligheidsklep - de tegenstem van tweederde deel van de kiezers in drie provincies. Zij slaagden daar maar nét niet in. Twee sunnitische provincies, Al-Anbar en Salahaddin, verwierpen de grondwet ruim met respectievelijk 96,06 en 81,75 procent van de stemmen. Ook de gemengd sunnitisch-Koerdisch-Turkmeense provincie Nineveh was tegen, maar de meerderheid tegenstemmers was met 55,08 procent ontoereikend.

Maar enkele tienduizenden stemmen te weinig: van sunnitische zijde kwamen vanzelfsprekend onmiddellijk beschuldigingen van fraude. Het team van de Verenigde Naties dat de Iraakse regering technische verkiezingshulp levert, verzekerde gisteren meteen na de bekendmaking van de resultaten dat de stemprocedures aan de hoogste standaard voldeden en het resultaat accuraat was. Maar in de scherp gepolariseerde Iraakse atmosfeer willen de verschillende partijen alleen zichzelf geloven. ,,Wij weten allemaal dat dit referendum een fraude was, tot stand gebracht door een verkiezingscommissie die niet onafhankelijk is'', zei bijvoorbeeld een prominente sunniet, Hussein al-Faluji, tegen het persbureau Reuters. ,,De situatie kan alleen maar erger worden. Ik heb zojuist tot God gebeden dat hij de waarheid blootlegt over wat er in Irak gebeurt.''

De polarisatie in Irak is door dit referendum nog verscherpt en dat is een belangrijke reden waarom de goedkeuring van de grondwet niet de ,,inspirerende vooruitgang naar het bouwen van democratie'' is die de Amerikaanse president George Bush er gisteren in zag. Het is niet alleen de sunnitische perceptie maar een feit dat de tekst van de grondwet door Koerdische en shi'itische onderhandelaars is opgesteld. In een concessie op het laatste moment aan de sunnieten werd besloten dat het komende parlement de grondwet nog ingrijpend kan amenderen en dat belangrijke zaken als de verdeling van de oliebronnen eveneens door de nieuwe volksvertegenwoordiging zou worden geregeld.

Maar ook al is aangekondigd dat het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging dusdanig wordt aangepast dat er een redelijke sunnitische aanwezigheid in het parlement verzekerd is - er zou voortaan een bepaald aantal vertegenwoordigers per provincie worden gekozen - de sunnieten zullen nooit in staat zijn eigen wensen door te drijven tegen de zin van Koerden en shi'ieten. Dat de aanvaarding van de grondwet tot vermindering van het geweld van de sunnitische rebellen en terroristen zal leiden, is daarom onaannemelijk. Integendeel, zie de kwade reacties van sunnitische woordvoerders.

En het onophoudelijke geweld verstoort elke normale politieke en economische ontwikkeling. Volgens cijfers van het Amerikaanse leger die The New York Times gisteren meldde is het aantal aanslagen en aanvallen per week toegenomen van 200 in februari 2004 tot 600 in september en 723 in de eerste week van oktober. Maandag onderstreepten terroristen hun capaciteiten nog eens met de spectaculaire drievoudige zelfmoordaanslag op het Palestine hotel in het centrum van Bagdad. De regering zit achter betonnen muren verschanst; de nieuwe politie- en legermacht blijven ook volgens hun Amerikaanse opleiders onbetrouwbaar en sektarische milities nemen steeds vaker hun plaats in. ,,Een kruipende burgeroorlog'', zo kenmerkte de Amerikaan Nathan Brown, expert op het gebied van Arabische grondwetten, eerder deze maand de situatie.