Patiëntenorganisaties lopen aan niemands hand

Hurenkamp en Kremer (Opinie & Debat 22 oktober) maken in hun overigens lezenswaardige artikel twee opmerkingen over patiëntenorganisaties die om een reactie vragen.

De eerste is: ,,Al vaker is gesignaleerd dat de patiëntenorganisaties eerder aan de hand van de minister of van de medische industrie lopen dan dat zij hun eigen plan trekken.'' De auteurs baseren zich hier meer op de borreltafel dan op feiten.

Diverse positieve doorbraken in de gezondheidszorg, zoals speciale poliklinieken en behandelteams voor borstkanker; ketenzorg voor diabetici; de opkomst van reumaverpleegkundigen etc. zijn grotendeels onder druk van de betreffende patiëntenorganisaties totstandgekomen. Organisaties die ,,hun eigen plan trokken'' voor verbetering van de patiëntenzorg en niet rustten voor ze hun zin kregen.

De tweede opmerking die om commentaar vraagt is dat patiëntenorganisaties ,,zich vooral op één bepaalde groep richten, de chronisch zieken. Wie dat toevallig niet is, heeft pech.'' Patiëntenorganisaties zijn inderdaad organisaties van patiënten, dus niet van gezonde mensen die plotseling patiënt kunnen worden, bijv. door een infectie, een gebroken heup of door een hartaanval te krijgen.

Voor die toekomstige patiënten bestaat óók een vereniging. Die heet Consumentenbond en die ijvert vooral de laatste jaren voor snelle toegang tot en betere kwaliteit van de zorg voor `acute' patiënten.

Maar ook de patiëntenorganisaties houden zich al jaren actief bezig met verkorting van wachttijden, verbetering van de zorgketen en gelijke beschikbaarheid van nieuwe, dure geneesmiddelen. Allemaal zaken die met name aan nieuwe, acute patiënten ten goede komen.

Hurenkamp en Kremer zijn welkom als ze hier meer van willen weten.