Niveau scholieren gedaald

Docenten in het hoger onderwijs vinden dat de vakinhoudelijke kennis en vaardigheden van eerstejaarsstudenten afnemen. De studenten die sinds de invoering van de Tweede Fase van havo of vwo komen, weten minder dan hun voorgangers. Vaardigheden als werken met computers en samenwerken zijn goed ontwikkeld, maar hun taal- en rekenvaardigheid, nauwkeurigheid en analytische vermogens schieten tekort.

Dat blijkt uit de eerste omvangrijke evaluatie van de Tweede Fase, de ingrijpende vernieuwing van de bovenbouw van havo en vwo die in augustus 1998 werd ingevoerd. Leerlingen kiezen in de laatste twee jaar voor profielen met bijbehorende vakken. De vernieuwing staat ook bekend als het studiehuis, een aanduiding die vooral verwijst naar de didactische vernieuwing. Leerlingen gingen zelfstandiger werken, docenten werden begeleiders. Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) heeft de evaluatie op 11 oktober naar de Tweede Kamer gestuurd.

Vooral bij technische studies daalt het kennisniveau van de eerstejaars. Op de hogescholen vindt 59 procent van de docenten hun vakkennis onvoldoende, op de universiteiten is dat 74 procent. Over de hele linie vindt 50 procent van de hbo-docenten de vakkennis verminderd, bij de universitaire docenten is dat 40 procent. Rekenvaardigheid is bij vrijwel alle studies een probleem. Oorzaak van de kennisdaling is volgens docenten het toegenomen aantal vakken in de Tweede Fase. Bij de bèta- en technische vakken spelen de deelvakken een rol: de norm wordt aangepast aan leerlingen die bètavakken deels volgen.

Minister Van der Hoeven denkt dat het hoger onderwijs te hoog gespannen verwachtingen heeft gehad. ,,Men rekende op een kwalitatief sterkere en meer homogene instroom vanuit de profielstructuur dan uiteindelijk het geval bleek.'' In augustus 2007 wordt de Tweede Fase opnieuw aangepast. Het doel is minder versnippering over de vele vakken en daardoor meer diepgang per vak.