Muurvast in het Midden-Oosten

Op de avond voordat de uitslag van het referendum bekend werd, ontploften in Bagdad voor de hotels van de internationale pers drie zware bommen. De opstand spreekt in explosies. De vertaling die in dit geval het dichtst bij de bedoeling komt, luidt: regering en bezetter, u kunt referenderen wat u wilt, maar het verzet is het er niet mee eens en dat zal de wereld weten.

Intussen wordt de aanvaarding van de nieuwe grondwet door het overweldigend aantal ja-stemmers in de Koerdische en sjiitische provincies in Washington beschouwd als het bereiken van de nieuwe mijlpaal. In december komen weer verkiezingen, dat is de volgende mijlpaal.

Als Irak tussen het begin van de oorlog en deze triomfen van de democratie een min of meer normaal land was geworden, konden president George W. Bush en de zijnen trots zijn - ondanks de vergissingen en misleidingen die aan de oorlog vooraf zijn gegaan. Maar niettegenstaande het bewonderenswaardig en onvermoeid optimisme waarmee miljoenen Irakezen opnieuw naar de stembus zijn gegaan, is er nog geen hoopvol begin van normalisering te zien.

Het systeem dat wij democratie noemen, werkt doordat de meerderheid en de minderheid voortdurend praktische compromissen vinden. Die blijven dan voor alle partijen aanvaardbaar, tot de volgende verkiezingen. In Irak kunnen we op grond van meer dan tweeënhalf jaar ervaring niet uitsluiten dat de afwijzing door de soennitsche minderheid niets met democratie te maken zal hebben. En evenmin dat de twee grote partijen de minderheid te weinig ruimte zullen laten.

Met het voortduren van de politieke en terroristische onrust moet dus, om het voorzichtig te zeggen, rekening worden gehouden. De consequentie is dat de Amerikaanse troepen nog wel even moeten blijven. Wat is even? Een jaar? Tien jaar zoals een Amerikaanse generaal zich onlangs liet ontvallen? Niemand weet het, maar in ieder geval heeft de voortgezette aanwezigheid haar eigen nadelen. Dat zijn er twee. De soldaten zijn als bevrijders gekomen. Ze zijn nu de bezetters. En hoeveel goeds een vreemde strijdmacht ook kan doen, die wekt de weerstand van het `gastland'. De aanwezigheid van de Amerikanen heeft niet onverdeeld voordeel gebracht, en daarbij hoef je niet eens aan Abu Ghraib en zijn nasleep te denken. De vreemde macht moet weg.

Ook in groter verband bezien is de oorlog niet het beloofde succes geworden. Het gedemocratiseerde Irak had tot voorbeeld voor het Midden-Oosten moeten dienen. Niemand in het Westen twijfelt eraan dat de regio wel wat meer democratie kan gebruiken. Maar het is onwaarschijnlijk dat een nu min of meer dictatoriaal geregeerd Arabisch volk ter wille van zijn bevrijding grootschalige vernietingen zoals die in Irak voor lief zal willen nemen. Volgens de laatste schattingen hebben 26.000 burgers de democratisering niet overleefd. Geen instantie is in staat bij benadering een betrouwbaarder cijfer te geven. Over de opstandelingen of terroristen wordt niet gesproken.

Een toenemend aantal Amerikanen is dit om andere redenen met de Irakezen eens. De Amerikaanse publieke opinie heeft er niet op gerekend dat deze oorlog zo lang zou duren. Toen hij begon, en ook in de eerste maanden is bij de Amerikaanse publieke opinie de overtuiging gewekt dat het min of meer een walk over zou zijn, waarna het nieuwe Irak als bondgenoot van Amerika de democratisering van de regio definitief ter hand zou nemen. Na een reeks overwinningen en mijlpalen is die overtuiging aanzienlijk geslonken.

Inmiddels is de tweeduizendste Amerikaanse soldaat gesneuveld. ,,Een gebeurtenis van psychologische betekenis'', verzekerde het persbureau Reuter. Voor een getal met veel nullen is de publieke opinie ontvankelijk. Dat is weer een ander soort mijlpaal. We hebben het niet over de vermogens die de oorlog de belastingbetaler kost.

Een van de resultaten van deze oorlog is dat het Amerikaanse volk, links of rechts, Republikein en Democraat, niet meer tot de volgende bereid is. Saoedi-Arabië bijvoorbeeld kan wel enige liberalisering gebruiken, maar het daar regerende koningshuis hoort tot de trouwe bondgenoten van Amerika, en het land is de grootste olieleverancier. In Egypte zijn juist verkiezingen geweest, waarop wel het een en ander was aan te merken, zoals minister Rice de regering daar heeft voorgehouden. Mubarak is herkozen met cijfers die aan de herverkiezing van Stalin door de jure het partijcongres en de facto het politburo doen denken. Maar een bevrijdingsoorlog tegen zijn regime? Uitgesloten.

Gelet op het scherpe onderscheid dat in Washington tussen goed en kwaad wordt gemaakt, zouden Syrië en Iran in aanmerking komen. Zelfs een bliksemsnelle aanval, een surgical strike, om een regering omver te werpen, of een kerncentrale te verwoesten is al uiterst onwaarschijnlijk. Het risico dat daaruit Irak-achtige toestanden ontstaan, is te groot.

Drie jaar na de eerste ouvertures tot de oorlog hebben de Amerikanen veel mijlpalen achter zich gelaten. Verkiezingen, Saddam Hussein voor zijn rechters, een referendum. Toch is de buitenlandse politiek van Washington in de regio vastgelopen. Aan de ene kant is men van mening dat de Irakezen nu bij de wederopbouw niet in de steek kunnen worden gelaten, want anders... En dan volgen voorspellingen over bloedige burgeroorlogen en rampzalig gezichtsverlies. Aan de andere kant wordt naarstiger dan ooit naar een rechtvaardiging voor een zo snel mogelijke ontruiming gezocht. Het oude westelijk bondgenootschap is bij gebrek aan Amerikaanse leiding gefragmentariseerd. Geloofwaardige alternatieven zijn er niet. Door een samenloop van oorzaken is, per slot van een voorlopige rekening, het Westen in zijn geheel muurvast gelopen in het Midden-Oosten.