`Moskou helpt totalitaire regeringen'

De Russische geheime diensten werken steeds vaker samen met ,,totalitaire regimes'' in Centraal-Azië - vooral met het bewind in Oezbekistan - en leggen daarbij ,,een willekeur aan de dag die doet denken aan de tijd van het stalinisme''.

Dat zei gisteren een woordvoerster van de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial, Svetlana Gannoesjkina, op een persconferentie in Moskou. Ze beschuldigde de Russische geheime dienst van ontvoering en uitlevering van vermeende fundamentalisten.

Het laatste voorbeeld van zo'n ontvoering is volgens Gannoesjkina dat van een Oezbeekse student, Marcel Issajev. Deze werd eind september in de Russische stad Kazan, waar hij woont, aangehouden en ondervraagd, omdat hij zich niet bij de politie had laten registreren. Tijdens dat verhoor werd hem gevraagd te getuigen tegen een kennis, een vermeende fundamentalist, met wie hij regelmatig de moskee bezoekt. Toen hij weigerde werd hij op 12 oktober op een vliegtuig naar Oezbekistan gezet. Daar werd hij beschuldigd van lidmaatschap van de verboden fundamentalistisch-islamitische organisatie Hizb ut-Tahrir, die door het Oezbeekse regime wordt beschouwd als terroristisch. Issajev werd later vrijgelaten, maar het onderzoek tegen hem gaat volgens Gannoesjkina door.

Een andere in Kazan wonende Oezbeek, Alisjer Oesmanov, leraar aan een koranschool en in het bezit van de Russische nationaliteit, werd door de Oezbeekse geheime dienst ontvoerd en naar Oezbekistan overgebracht, volgens Gannoesjkina ,,zonder enige twijfel'' met medewerking van de Russische geheime dienst. Oezbekistan had al sinds 1998 om zijn uitlevering gevraagd, maar omdat hij een Russische pas heeft kon hij niet worden uitgeleverd.

Gannoesjkina noemde op haar persconferentie ook de verdwijning van een van de belangrijkste oppositieleiders van Tadzjikistan, Machmadroezi Iskandarov, leider van de Democratische Partij. Hij woonde sinds de zomer van vorig jaar in Rusland. Op 15 april verdween hij spoorloos. Korte tijd later meldde de procureur-generaal van Tadzjikistan dat Iskandarov sinds 22 april in een gevangenis van de Tadzjiekse hoofdstad Doesjanbe zat. Begin oktober werd hij tot 23 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ,,terrorisme''. Volgens zijn advocaat werd hij ontvoerd toen hij zijn hond uitliet, niet ver van zijn huis in Moskou.

Waarnemers brengen de toenadering tussen Moskou en Tasjkent in verband met de afkoeling van de betrekkingen tussen Washington en Tasjkent na het bloedbad in de Oezbeekse stad Andizjon in mei.