Maar wat is een staartdeling?

Eerstejaars studenten weten steeds minder, klagen docenten op de universiteit. In Twente is men begonnen met bijspijkercursussen wiskunde.

Dat was schrikken, op de allereerste studiedag na de introductie. Net als 550 andere nieuwe studenten aan de Universiteit Twente kreeg eerstejaars elektrotechniek Mark Olieman vorige maand een `instaptoets' wiskunde voorgeschoteld. Een verrassing was de staartdeling die Mark moest maken. ,,Die had ik sinds de basisschool niet meer gezien.'' En: ,,Op de middelbare school deden we alles met een formulekaart en een rekenmachine, zelfs bij het eindexamen. Je hoefde geen enkele formule uit je hoofd te leren. Maar hier mogen we geen formulekaart en rekenmachine gebruiken.'' Overigens heeft de basisschool intussen ook de staartdeling afgeschaft.

De instaptoets voor de eerstejaars van elf technische studies was bedoeld om te kijken of hun wiskundekennis voldoende is om aan hun studie te beginnen. Voor een voldoende moesten ze 20 van de 29 punten halen. Slechts vier procent van de eerstejaars haalde een voldoende. ,,We kunnen concluderen dat de studenten zonder formulekaart niet met logaritmen kunnen werken'', aldus het commentaar van de toetsmaker bij de resultaten. En: ,,Conclusie: in het herstelonderwijs veel aandacht besteden aan het samenvoegen en vereenvoudigen van breuken.''

Sinds drie jaar klagen docenten aan de UT over de wiskundekennis van eerstejaars, zegt Stephan van Gils, hoogleraar niet-lineaire analyse en opleidingsdirecteur van de afdeling wiskunde. Vooral de algebraïsche vaardigheden, het manipuleren met formules, schieten tekort. Met de technische universiteiten in Delft en Eindhoven besloot men dit jaar voor het eerst die `instaptoets' af te nemen. In Delft en Eindhoven scoorden de studenten beter, maar daar lag de norm lager en was er sprake van meerkeuze-antwoorden. Volgend jaar willen de drie TU's de toets gelijkschakelen.

Volgens Van Gils bestaat er een direct verband tussen het dalende wiskundeniveau en de didactische aanpak van het studiehuis. ,,Op papier geeft het studiehuis de leerling meer verantwoordelijkheid. In de praktijk gebeurt het omgekeerde: ze kennen juist geen eigen verantwoordelijkheid. Ze verwijzen naar Google, hulpmiddelen of leerlingen in hun werkgroep.''

Op papier is er ook niets mis met de eisen die worden gesteld aan het eindexamen. Maar de praktijk is anders, volgens Van Gils. De helft van het eindcijfer wordt bepaald door de scholen zelf, en die zorgen er wel voor dat hun leerlingen mooie cijfers halen. Leerlingen hoeven niet zelf dingen uit te rekenen, maar alleen te zeggen of iets klopt of niet. Bovendien krijgen docenten in het studiehuis de kans niet meer om hun kerntaak te vervullen: het selecteren van aan te bieden kennis. Kennisoverdracht moet leuk zijn en mag niet langer dan twintig minuten duren. [Vervolg WISKUNDE: pagina 3]

WISKUNDE

'Allemaal flauwekulvakken in 4 vwo'

[Vervolg van pagina 1] Middelbare scholen spelen universiteitje, zegt Lia van Asselt, wiskundedocente op het Bonhoeffer College in Enschede. Ze is door de UT ingehuurd om de aansluiting tussen middelbare school en universiteit te verbeteren, en is samensteller van de instaptoets. ,,Scholen slaan het automatiseren over, het je eigen maken van formules. Daardoor begrijpen leerlingen die formules niet. Ze spreken die prachtige universele taal van de wiskunde niet meer.''

Achteraf had Mark Olieman de wiskundige formules liever op de middelbare school geleerd. Het had sowieso wel wat pittiger gekund. ,,Het studiehuis betekent dat je in 4 vwo allemaal flauwekulvakken moet doen, en dat je het daarna heel rustig hebt.'' Leerlingen met het profiel Natuur & Techniek, echte bèta's, moeten zich vaak aanpassen aan het lagere tempo van de Natuur & Gezondheid-leerlingen, die alleen wiskunde moeten doen omdat ze geneeskunde willen studeren. Vanaf 2007 worden de wiskundeprogramma's beter gescheiden.

Leerlingen worden onvoldoende serieus genomen in het studiehuis, vindt Van Asselt. ,,In opdrachten wordt alles stap voor stap uitgekauwd. Notaties worden in woorden beschreven. Zo wordt hun de sensatie ontnomen dat ze een probleem zelf kunnen oplossen. Ik denk dat ze zich heel onveilig voelen.'' Aan de studenten ligt het niet, denken Van Gils en Van Asselt, die zijn slim genoeg. Van Gils: ,,We krijgen hier het neusje van de zalm uit het voortgezet onderwijs binnen.'' Probleem is de toenemende vrijheid van scholen om zelf te examineren, en het afnemend aantal uren voor wiskunde. Vanaf augustus 2007, bij de volgende herziening van de tweede fase, gaat de studielast in het profiel Natuur en Techniek van 760 naar 520 uur.

Neusje van de zalm of niet, de UT is begonnen met `wiskunde-herstel-onderwijs' voor eerstejaars. De bijspijkercurssussen, twee uur per week gedurende vijf weken, zijn bij sommige studies verplicht, bij andere vrijwillig.

Het curriculum van de studie elektrotechniek wordt binnenkort drastisch aangepast, om in het eerste jaar ruimte te maken voor lesstof die studenten voorheen bij binnenkomst al beheersten. Ongelooflijk, aldus Van Gils. ,,Wat we vroeger op de basisschool konden, is nu te moeilijk op de universiteit. Rekenen met breuken bijvoorbeeld. Dan kun je toch wel stellen dat er iets mis is met ons onderwijsstelsel.''