Het gevaar schuilt in vergissingen en frustraties

Een samenleving die radicalisme wil bestrijden, moet radicale individuen isoleren uit hun omgeving, vindt P.H. Donner, minister van Justitie. Vermijd daarbij de valkuil radicalisering te zien als een proces van hele sociale groepen die bijvoorbeeld godsdienstige overtuiging of sociale afkomst gemeen hebben. Maar erken ook dat democratie en rechtstaat moed vergen, en kom in actie, zegt hij. In het overzicht hieronder staan de maatregelen die het kabinet heeft genomen de afgelopen maanden. Is dit een aantasting van de rechtstaat? Volgens Herman van Gunsteren kan dit een bedreiging vormen. De nieuwe instrumenten voor terreurbestrijding kunnen leiden tot grove vergissingen, en een gevaarlijk wapen worden in de handen van bewindslieden die minder sterk in hun schoenen staan.

Na de aanslagen in Londen en de moord op Theo van Gogh moesten we vaststellen dat terreur niet alleen van buiten komt, maar dat het om onze mensen gaat en dus ons probleem is. Dat was onthutsend. Maar het biedt, zegt minister Donner (Justitie), ook een kans. Doordat het `ons' in Nederland intern betreft, kunnen we er ook iets aan doen.

Donner heeft het daarbij over maatregelen tegen terreur, risico's ervan en bezwaren ertegen. Tegelijkertijd biedt hij echter een indrukwekkend antwoord op de politieke vraag hoe we in Nederland als een `wij' verder samen kunnen leven. De minister wijkt niet uit door een algemene verwijzing naar normen en waarden, maar geeft duidelijk aan wat de voorwaarden zijn voor samenleven van lotsverbonden mensen als burgers en rechtsgenoten.

Lotsverbonden zijn mensen als ze zodanig met elkaar verbonden zijn dat zij zich daaruit niet kunnen terugtrekken zonder hun eigen leven of dat van de ander ingrijpend te veranderen. Een dergelijke lotsverbondenheid is een feitelijk gegeven, maar hoe mensen daaraan gestalte geven varieert: vernederen, negeren, vergassen, opsluiten en uitsluiten, maar ook elkaar helpen, solidariteit en loyaliteit betonen, tegen elkaar voetballen en ja, elkaar als burgers en rechtsgenoten tegemoet treden.

Dit laatste vereist dat mensen hun verschillen en geschillen zodanig organiseren dat alle betrokkenen een reële toegang hebben tot burgerschap en recht. Burgerschap vereist niet dat je vrienden wordt, maar wel dat je vijanden als tegenstanders respecteert. In de omgang met mensen die zich als je radicale vijand profileren, is dat geen eenvoudige opgave.

Het kabinet volgt twee sporen: tegengaan van radicalisering en bestrijden van terreur. Bij Donners uiteenzetting daarover enkele kanttekeningen. De term `radicalisering', die Donner in zijn artikel en in zijn nota van augustus daarover gebruikt, is te ruim en daardoor misleidend. Radicalen zijn niet alleen mensen die met geweld de liberale democratie willen ondermijnen en aan sommigen het recht ontnemen om op dit stuk aarde ook te bestaan. Radicaal zijn ook verzetsmensen in de Tweede Wereldoorlog, kunstenaars, uitvinders, filosofen.

Ook religieuze radicaliteit komt in verschillende vormen voor. Men leze maar het verschrikkelijke en mooie Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Met klem bestrijdt Donner de veronderstelde synergie tussen radicalisering en religie. Daarmee distantieert hij zich van Ayaan Hirsi Ali en anderen, die in de bestrijding van het geloof een sleutel tot terreurbestrijding denken te vinden.

Op het punt van de anti-terreurmaatregelen distantieert Donner zich van Geert Mak, die beweerde dat de politici handelden in angst. Toen Donner vorig jaar, middenin de woelingen van november 2004, mijn boek over terreurbestrijding in de democratie in ontvangst nam was hij nog defensief. Het zijn niet de politici die om verder gaande maatregelen roepen, zei hij, dat doet de samenleving.

Een jaar later zijn berichten uit de samenleving terughoudender. Voor een ambtsdragende politicus is het echter moeilijk hierin mee te gaan. Een politicus die gezegd heeft dat het wel minder kan, is de klos als er toch een aanslag zou plaatsvinden. Wel wordt door ministers meer dan een jaar geleden gesproken over `balans'. Ook Donner presenteert de maatregelen om terreur in te tomen als een evenwichtig geheel. In de rechtvaardiging ervan gaat hij zorgvuldig in op bezwaren die het afgelopen jaar van vele zijden tegen deze en gene maatregel zijn geopperd.

Verdwenen is gelukkig de onzalige taal van `oorlog' en van ,,we moeten er alles aan doen om een aanslag te voorkomen''. Als we `alles' moeten doen, is niets te duur en alleen de allerbeste maatregel goed genoeg. Dit streven naar perfectie leidde tot betweterij in debatten over de merites van de verschillende voorgestelde maatregelen. Elke spreker testte die in zijn hoofd uit en bracht de uitkomst daarvan met stelligheid in de discussie in. Zo kom je niet tot een politiek compromis, tot een veiligheidsbeleid waarin velen zich veilig kunnen voelen.

Gebleven is de verbazende nadruk op ideeën en overtuigingen als drijfveren van gedrag. Terwijl zelfs Simon Petrus, die zich in Gethsemane overtuigend heldhaftig gedroeg door een Romeins soldaat een oor af te slaan, zijn overtuiging even later in een andere omgeving, de tempel, verloochende. Hij zei Jezus niet te kennen. Toch werd hij nog paus.

Gebleven - maar door Donner niet genoemd - is het onzalige idee van één dom en onhanteerbaar ministerie van Veiligheid. Voormalige hoofden van Israëlische geheime diensten hebben hier in The Economist al vroeg tegen gewaarschuwd. Maar sommigen zoeken hierin nog steeds ons heil. Problemen van eenheid van operationeel gezag in noodsituaties, of van ministers die niet samen door één deur willen, hoeven toch niet langs deze omslachtige weg te worden opgelost?

Mijn eigen zorg over de maatregelen ligt niet zozeer in de beweerde aantasting van rechtsstaat en privacy. Ik vrees vooral vergissingen en frustratie bij het moeilijke werk van beveiligen. Tweemaal kreeg ik te maken met kogels van (waarschijnlijk) gefrustreerde publieke wapendragers. In september 1944 werd door een Engelse jager, die waarschijnlijk bij Arnhem had moeten zijn, in de Haarlemmermeer een eenzaam autootje met Nederlanders doorzeefd - dode inzittenden, degenen die, uitgestapt, stonden te zwaaien om niet te schieten licht gewond. Toen in mei daarna de Duitsers hadden gecapituleerd, hingen mijn ouders de Amerikaanse en Engelse vlag uit. Duitsers schoten daarop - kogels vlogen door de eettafel - en ze namen de vlaggen in beslag. De Canadezen kwamen een dag later.

Ik vrees wankelmoedige en gefrustreerde ambtsdragers. Hoe zal het gaan als een zwakke minister bekleed is met de bevoegdheden die Donner thans uitoefent?

H. van Gunsteren is hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit Leiden en auteur van `Gevaarlijk veilig, terreurbestrijding in de democratie'.