Een grondwet, geen vrede

Rustig is het nog lang niet, een vredig samenzijn van de verschillende bevolkingsgroepen blijft voorlopig een utopie - maar Irak heeft zijn grondwet. De ontwerpconstitutie is bij volksstemming goedgekeurd, mogelijk een stap op de weg naar democratie. In een regio die wordt gedomineerd door al dan niet verlichte dictaturen, is dit een gewichtige gebeurtenis; een mijlpaal waarvan overigens pas later kan worden vastgesteld wat de betekenis ervan is. Men kan het feit de hemel in prijzen, maar daar geven de omstandigheden en de onzekere toekomst van het land geen aanleiding toe. De grondwet, door de Amerikanen leven ingeblazen, is geen garantie voor stabiliteit. Maar zonder grondwet en vrije verkiezingen kan van een politiek proces geen sprake zijn. En dat is toch waar het in Irak om gaat: de politiek moet het van het geweld overnemen. De constitutie is daarbij hoofdvoorwaarde.

De Iraakse verkiezingscommissie maakte gisteren in Bagdad bekend dat ruim 78 procent van de bevolking voor de grondwet heeft gestemd en 21 procent tegen. De stemming verliep langs etnisch-religieuze lijn: Koerden en sji'ieten stemden voor, de sunnieten stemden tegen. Die laatsten slaagden er echter niet in om een bepalende meerderheid in drie provincies op hun hand te krijgen. Was dat wel gebeurd, dan was de grondwet afgewezen.

Het ziet ernaar uit dat de sunnieten, die onder Saddam Hussein de dienst uitmaakten, voor de tweede keer dit jaar aan het kortste eind hebben getrokken. In januari boycotten ze de verkiezingen voor het overgangsparlement, waardoor ze hun zeggenschap goeddeels verspeelden. Hun gelijk proberen ze gewapenderwijs te halen. Voor de meeste aanslagen zijn zij verantwoordelijk. Opstandelingen en terroristen komen hoofdzakelijk voort uit de sunnitische bevolkingsgroep. In december komt voor hen de echte test. Dan moet, anders dan in januari, een parlement voor vier jaar worden gekozen. De stembus andermaal boycotten betekent politiek afhaken; een recept voor meer ellende.

De federalisering die de Iraakse grondwet mogelijk maakt, zet de sunnieten op een achterstand. Ze zijn voor het eerst sinds jaren hun macht kwijt en dreigen door een geografische toevalligheid de olie mis te lopen. De grondwet stelt weliswaar dat de olie-inkomsten eerlijk over alle Irakezen moeten worden verdeeld, maar de praktijk is weerbarstiger. Wie de bron heeft, exploiteert haar. Als de sunnieten geen gemarginaliseerde minderheid willen worden, moeten ze hun invloed zien te herwinnen. Dat kan alleen door deelname aan het politieke proces.

De buitenlandse troepen, mits welkom, zullen voorlopig als ordehandhavers in Irak moeten blijven. Maar duidelijker dan toe nu toe dient de Amerikaanse regering aan te geven wat de strategie is. Twee stafleden van de Brookings Institution, een invloedrijke Amerikaanse denktank, schreven gisteren treffend dat Amerikaans machismo (`eerst schieten dan vragen stellen') niet langer het antwoord kan zijn. De grondwet zou voor president Bush aanleiding moeten zijn om eindelijk eens echt werk te maken van wederopbouw en vredestichting. Irak heeft behoefte aan samenhang en depolarisatie. Washington kan die helpen bieden - maar alleen met een andere instelling.