,,Cinema is niet visueel, cinema is aanraken''

De Franse regisseur Claire Denis vindt dat je films niet moet willen begrijpen. ,,Film is tijd, duur en denken.'' Het Filmmuseum wijdt een retrospectief aan haar werk.

Met veelgeprezen films als Chocolat, Nénette et Boni en Beau travail behoort de Franse regisseur Claire Denis (Parijs, 1948) tot de toonaangevendste Europese filmmakers van dit moment. Woest en ongeremd kan zij lichamen filmen, de ware landschappen van de filmkunst. En altijd interesseert de zeggingskracht van beelden haar meer dan die van verhaaltjes. Dat levert niet in alle gevallen makkelijke films op. Haar nieuwste film L'intrus, ging vorig jaar op het filmfestival van Venetië in première en liet de toeschouwers zowel blij-gefascineerd als verbijsterd van onbegrip achter.

L'intrus is een in grote streken neergezette, elliptisch vertelde geschiedenis van een mysterieuze oude man met hartproblemen die met zijn honden in het Frans-Zwitserse grensgebied woont. Hij zou een spion kunnen zijn, of een misdadiger. Of alleen maar een stuk chagrijn. Na een illegale harttransplantatie vertrekt hij via Zuid-Korea naar Tahiti, op zoek naar zijn zoon. Wat droom is en wat werkelijkheid is niet altijd even duidelijk in deze film. Het is zelfs niet zeker of de zoon die de oude man in Polynesië zoekt wel echt bestaat.

De film is gebaseerd op de gelijknamige novelle die de Franse filosoof Jean-Luc Nancy in 2000 publiceerde nadat hij een harttransplantatie had ondergaan. Denis schreef de rol van haar hoofdpersoon speciaal voor de oudere acteur Michel Subor, die ook al meespeelde in de zich in Afrika bij het vreemdelingenlegioen afspelende film Beau travail. ,,Michel ís de film. De film is hem'', zegt Denis daarover in de directiekamer van het Filmmuseum in Amsterdam. Daar is ter gelegenheid van de Nederlandse première van L'intrus een retrospectief van haar werk te zien.

,,De eerste keer dat ik L'intrus las, was ik gehypnotiseerd'', memoreert de frêle, spaarzaam formulerende regisseur. Haar zinnen zijn altijd halve zinnen, steeds halverwege ingehaald door een nieuwe gedachte of nuancering. ,,Het is een korte, masculiene tekst. Ik herkende er dingen in, die ik bij mezelf niet herken, maar die een wereld aan mij onthullen. Het belangrijkste daarvan is de beschrijving die Jean-Luc Nancy geeft van het donorhart als indringer, die het lichaam dan ook letterlijk probeert uit te stoten. En hoe dan die `indringer' uiteindelijk toch zijn leven redt. Daar wilde ik een film over maken. Geen simpele documentaire over Nancy.''

Ze vertelt hoe ze zich verder liet inspireren door de reisverhalen van Robert Louis Stevenson, de schilderijen van Paul Gauguin, F. W. Murnau's laatste film Tabu (1931) en droomachtige, idyllische fragmenten uit een vroege, onvoltooide film met acteur Michel Subor: Le reflux van Paul Gégauff uit 1965. Iets vergelijkbaars deed Denis al in Beau travail. Daarin kreeg Subor het verleden mee van Bruno Forestier, het personage dat hij in 1963 speelde in Le petit soldat van Jean-Luc Godard. Denis: ,,Michel vertelde me over het bestaan van Le reflux toen ik zei dat we voor de opnamen ook naar Tahiti zouden gaan. Het is een vreemd verhaal, naar een boek van Stevenson, over drie verschoppelingen. Het leek me toepasselijk om beelden uit die film te gebruiken om mijn personage Louis Trebor een soort verleden mee te geven. Maar de film werd verloren gewaand. Het heeft me jaren gekost om hem te vinden.''

L'intrus wordt verteld als een `loop', met terugkerende beelden, zoals bijvoorbeeld die van illegale immigranten die 's nachts de grens tussen Zwitserland en Frankrijk proberen over te steken. Denis: ,,Het thema van de indringer zit in elke scène van de film. Mensen die de grens illegaal oversteken, dringen Europa binnen. En daar zie je ook weer dat proces van indringen en uitstoten. Daar heb ik verder geen politieke bedoelingen mee. Het is een heel menselijk principe. Als er 's avonds iemand ongevraagd mijn kamer binnenkomt, beschouw ik dat als een inbreuk op mijn grenzen.''

Ze vervolgt: ,,Dat geldt ook voor de droombeelden of misschien wel waanbeelden die in de film zitten. Die ik natuurlijk niet ga verklaren. Maar dromen kunnen ook je leven binnendringen als iets vreemds. Net zoals bepaalde obsessies, of de reactie op een trauma je leven als het ware buiten jezelf om kunnen beheersen. Dat zien we dan ook in de film terug.''

Maar daar mogen we dan weer niet te lang over psychologiseren, vindt Denis: ,,Voor mij is er niets moeilijks aan L'intrus. Ik wil niet dat mensen hem als een puzzel beschouwen. Ik haat het om het erover te hebben. Het duurt lang voordat je een film gemaakt hebt. Lang voordat je het over concrete dingen als cameraposities kunt hebben. En dan gaat het erover wat je wilt uitdrukken op een manier die echt cinema is, en niet alleen beeld en geluid. Film is niet visueel. Film is tijd, duur en denken, diep denken. Zelfs stijl bestaat niet. Stijl is reactionair. Ik zou stikken als ik dat allemaal zou moeten uitleggen.''

,,Film is aanraken'', denkt ze dan. ,,Zoals op het fresco `De schepping van de mens' van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel. Dat is bijna aanraken. Film is niet uitleggen. Mensen die niet aangeraakt willen worden, willen begrijpen. Maar er is niet meer om te begrijpen, dan wat je voelt. Mensen die willen begrijpen, willen gerustgesteld worden.''

Retrospectief Claire Denis. T/m 16 november in het Filmmuseum in Amsterdam. Voor meer informatie: www.filmmuseum.nl