Afscheid

Herfstiger had het niet kunnen zijn. Windstoten bliezen regenvlagen over de Prinsengracht in Amsterdam, toen Karin Adelmund gistermiddag in een witte kist het kerkgebouw van De Duif werd uitgedragen.

Ze liet een volle kerk achter zich - geen overvolle. Aan de overkant van de gracht, in de Amstelkerk, was een ruimte gereserveerd voor publiek dat niet meer in De Duif terecht zou kunnen. De plechtigheid was er op een groot scherm te volgen, maar het zaaltje bleef leeg. Daaraan kon je merken dat Karin Adelmund de laatste jaren als publieke persoon een stap in de luwte had gezet.

Maar `Kaatje', zoals intimi haar noemden, is zeker niet onopgemerkt heengegaan. Negen toespraken waren er, uitstekende toespraken vaak, van mensen als Klaas de Vries, Felix Rottenberg, Wim Kok en Job Cohen, en er werd indringend gezongen door Huub van der Lubbe en Mathilde Santing. ,,Ik vond álle toespraken prachtig, we kunnen er veel kracht uit putten'', bedankte haar man Folkert aan het einde van de plechtigheid.

Mij zullen de toespraken van Frits, haar broer, en Loek Hermans, de voormalige onderwijsminister van de VVD, het langst bijblijven. Frits had de mooiste zin bedacht voor de veelgenoemde emotionaliteit van zijn zuster: ,,Ze huilde nooit om zichzelf.'' En hij voegde er, tot grote hilariteit, aan toe: ,,Er zou in de Tweede Kamer misschien méér gehuild moeten worden.''

Hij herinnerde zich uit zijn jeugd vooral een nieuwsgierig meisje dat altijd grote zorgzaamheid toonde. Met haar moeder - hun vader overleed vroeg - onderhield ze een sterke band. Toen hij, Frits, als 19-jarige voor het eerst in militaire dienst ging, trof hij tussen zijn spullen een dure reep chocolade aan. Kaatje had aan hem gedacht, ze wist dat hij het zwaar zou krijgen.

Als spreker was VVD'er Loek Hermans in dit linkse milieu een vreemde eend in de bijt. Karin had als staatssecretaris van 1998 tot 2002 onder hem gewerkt. Het risico van een obligaat toespraakje was aanwezig, maar Hermans herdacht haar juist met diepe sympathie. Hij was destijds voor haar gewaarschuwd, ze zou voor de PvdA als `een waakhond' moeten fungeren. Maar hij had er nooit iets van gemerkt.

Al die vooroordelen over haar, die hij ook weer in de necrologieën was tegengekomen, ze klopten niet. ,,Ze was helemaal geen harde, rooie feministe, ze was een warme vrouw, een prachtvrouw.''

Hij herinnerde zich hoe ze tegen haar ambtenaren had gezegd: ,,Hoe zit het met de zwarte scholen?'' Die bestonden niet, hadden ze geantwoord, althans, de benaming kwam niet voor in het systeem. ,,Daar moet dan rap verandering in komen'', had ze gezegd.

Bij zo'n afscheid praat je niet over iemands zwakke punten. In haar publieke optredens was me vaak een grote gespannenheid, misschien gevolg van onzekerheid, opgevallen. Wim Kok raakte er even aan toen hij zei: ,,In de Tweede Kamer heeft ze het moeilijk gehad. Ze had vaak het gevoel dat ze tekort was geschoten.''

Ze was de laatste tijd moe, vertelde een vriendin, ze wilde meer rust. ,,Haar klotehart'', zoals haar man het noemde, heeft dat te letterlijk opgevat.