Wachten op Arnall

Het was geen goed idee van president George W. Bush om de ondernemer, miljonair en financier van de Republikeinse verkiezingscampage Roland Arnall voor te dragen voor de post van ambassadeur van de Verenigde Staten in Nederland. Arnall is een omstreden man. Zijn formele benoeming wordt al sinds juli opgehouden door een justitieel onderzoek tegen zijn bedrijf Ameriquest, een hypotheekverstrekker die in een kwade geur staat wegens vermeend frauduleuze praktijken bij de verkoop van hypothecaire leningen. De Amerikaanse Senaat zal naar verwachting Arnalls benoeming voorlopig blokkeren, omdat de kandidaat-ambassadeur zijn geschil met justitie nog niet naar behoren heeft opgelost. Eind vorige week werd hij door de senatoren scherp over zijn bedrijf ondervraagd. Dat Ameriquest in de VS niet al te gunstig bekend staat, is één ding. Kwalijker is het dat een miljoenenschikking met gedupeerde klanten – waarover een akkoord schijnt te zijn – eindeloos wordt vertraagd. Zo blijft Arnall bezoedeld, en blijft Nederland verstoken van een diplomatieke hoofdvertegenwoordiger.

De primaire fout ligt bij Bush. Er is niets op tegen om de sponsors van een (her)verkiezingscampagne voor hun inspanningen met een hoge functie te belonen. Een financieel bevriende ambassadeur kan een betere toegang tot de president hebben dan een knappe carrièrediplomaat die de president niet kent en die misschien niet tot zijn partij behoort. Veel Amerikaanse ambassadeurs die in Nederland hebben gediend, dankten hun ambt aan de financiële rol die ze in verkiezingscampagnes hadden.

Risico's kleven er ook aan; zie het geval-Arnall. De kwestie met zijn bedrijf, dat hij niet langer leidt maar waarvan hij nog wel de eigenaar is, speelde al toen hij door Bush werd voorgedragen. De president had dus op de hoogte moeten zijn van de gevolgen hiervan: een slepend onderzoek, kritiek tijdens hoorzittingen in de Senaat, opschorting van de benoemingsprocedure en als gevolg van dit alles een bungelende Arnall.

Kan deze man nu alsnog de onbesproken, hoogste diplomatieke vertegenwoordiger van zijn regering in Nederland worden? Het antwoord laat zich raden. Hoe zou het zijn gegaan als Arnall was voorgedragen voor een hoofdpost als Londen, Berlijn of Moskou? Dan had het geen maanden geduurd en was voor hem snel een ander gestuurd. Bush had met zijn voordracht moeten wachten tot na de uitkomst van het onderzoek naar Arnalls bedrijf. Dan had Nederland intussen een (andere) ambassadeur gehad en had Arnall, als hem niets te verwijten valt, met een schone lei elders kunnen beginnen.

Minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) heeft er gisteren goed aan gedaan bij zijn Amerikaanse ambtgenoot Condoleezza Rice aan te dringen op tempo bij de benoeming van de ambassadeur. De wederzijdse belangen zijn te groot voor langdurige afwezigheid van deze sleutelfunctionaris. Maar het ware beter geweest als de Nederlandse regering in een eerder stadium had gereclameerd. Al bij Arnalls voordracht had in diplomatieke bewoordingen bezwaar kunnen worden aangetekend. De instemming met zijn komst is pijnlijk prematuur gebleken.