Toekomst voor brandhout

Bezuinigen op het gebruik van onze huishoudbrandstof? Er is toch niks anders dan aardgas? Dat is een misvatting, er is wel degelijk alternatieve brandstof.

Een gemiddeld huishouden verstookt jaarlijks zo'n 1.000 euro aan gas. Met houtverwarming kan dat terug naar 200 euro. Verbranding van twee kilo droog hout levert evenveel warmte als een kuub aardgas. Een kubieke meter los gestort hout kost omstreeks 35 euro en weegt zo'n 400 kilo, is gelijk aan 200 kuub gas à 100 euro. Bonus: hout brandt CO2-neutraal. De kooldioxide die de schoorsteen verlaat werd aan de atmosfeer onttrokken toen de boom groeide, en zou ook in de atmosfeer zijn teruggekeerd als de boom dood was omgevallen en verrot.

Stoken met aardgas is duur en milieubelastend, maar heeft één groot voordeel: de hitteproductie is traploos instelbaar van bijna nul tot maximaal, en dat gaat nog automatisch ook. Een houtvuur op volle kracht brengen kost gauw een half uur – temperen is een kwestie van geen hout toevoegen en geduldig wachten. De zuurstoftoevoer reduceren werkt een beetje, met als bezwaren milieuvervuiling en houtverspilling door de onvolledige verbranding. Er is dus een probleem. De houtkachel die het hele pand lekker warm stookt bij vijf graden vorst, zorgt bij plus tien voor een huiskamer gelijk het nijlpaardenhuis in Artis.

De grote vraag bij houtverwarming: hoe verdelen we de hitte over de tijd en door het huis? Daarover is nagedacht, en met succes. ,,Iedereen keek meewarig toen ik zes jaar geleden het onderwijs verliet en houtgestookte cv-ketels ging verkopen'', zegt René Bakker van Houtgestookte CV-Ketels Velp. ,,Nu zien ze dat anders, haha! De prijs van gas is sindsdien verdubbeld.'' In het Friese Heeg signaleert Pieter de Boer van Kachelboer: ,,Tot voor een jaar of twee waren mijn klanten vooral technisch geïnteresseerd. Nu komen alle soorten mensen, en uit het hele land.''

In zijn toonzaal opent hij de luiken van een houtgestookte cv-ketel van het Tsjechische fabrikaat Atmos: een voor de verbrandingskamer, een voor de asbak. Anders dan bij een houtkachel lopen er waterbuizen door de stookruimte en een pomp zorgt voor circulatie naar de radiatoren. Binnenin jaagt een ventilator de luchtstroom van boven naar beneden, tegengesteld aan wat het vuur wil. Gevolg: het hout in de stookruimte brandt alleen onderaan, en dus traag. Zodra het huis op de gewenste temperatuur is, gaat er een klep open en wordt het hete water niet langer naar de radiatoren geleid maar naar een buffervat van pakweg 1.500 liter. In het vat stijgt het heetste water automatisch naar boven, en onderaan wordt koud water afgetapt en richting hout-cv geleid.

Wanneer het in huis te koud wordt, gaat de hete waterstroom tijdelijk weer door de radiatoren. En zodra het hout is opgebrand, wordt het hete water uit de buffer naar de radiatoren gepompt. Zo valt een huis 24 uur te verwarmen door één keer hout vullen en zeven uur branden. Een Amtos hout-cv van 18 of 25 kilowatt, genoeg voor een modaal huis, kost rond 5.000 euro, exclusief schoorsteen, inclusief buffervat en installatie.

De Oostenrijkste Fröling hout-cv's die Bakker importeert zijn duurder: het kleinste model (15 kilowatt) doet 4.500 euro exclusief buffervat en installatie. 1.000 kilowatt bestaat ook. Daartegenover staan een hoog rendement (92 procent tegen 88 procent voor de Atmos), duurzaamheid en gebruiksgemak. Sondes meten het zuurstofgehalte in de schoorsteen en de temperatuur van het water – een computer regelt de ventilatorsnelheid en de luchtinlaatkleppen voor optimale verbranding. Bakker benadrukt dat elke situatie anders is: niet alleen het pand maar ook de bewoners. ,,Als er altijd iemand thuis is, kun je ook een paar keer per dag hout bijladen. Een relatief kleine ketel en buffer zijn dan genoeg. Maar als de bewoners vaak de hele dag weg zijn, adviseer ik een grotere ketel en buffer, zodat ze toe kunnen met een keer stoken per etmaal. Anders moet de gas-cv het te vaak overnemen, en dat is op termijn duurder.'' Gas-cv? Inderdaad. Koppeling van een nieuwe hout-cv met een bestaande gas-cv is bijna standaard, zegt Bakker. ,,Zodra het hout is opgebrand en de buffer is afgekoeld, slaat de aardgas-cv aan. In de meeste huizen zit die al, en de schakeling is geen probleem.''

De plaats van de hout-cv kan ook worden ingenomen door een cv-kachel. De Boer wijst bij een van zijn modellen op een metalen doos, boven de verbrandingskamer, met verticale luchtkanalen die uitmonden waar de schoorsteen begint. Deze warmtewisselaar heeft een in- en een uitgang voor het water van het radiatoren-circuit, en verder doet de aardgas-cv wat hij altijd doet: aanslaan als het kouder wordt dan de kamerthermostaat verlangt. Zolang de kachel brandt, zwijgt de cv-ketel maar wordt wel het hele huis verwarmd. Tegen overdruk (meer dan 3 bar) en oververhitting (meer dan 95 graden) heeft de warmtewisselaar een ventiel.

Nog chiquer: behalve een ventiel ook een noodkoeling die bij oververhitting koud leidingwater langs de warmtewisselaar voert. Dat hebben de cv-kachels van Dik Geurts, een van de pioniers van de houtkachelbouw in Nederland. Hij bespeurt een sterk aantrekkende belangstelling. Geurts: ,,Voor een bepaald publiek is een cv-kachel zeker een goede mogelijkheid, maar veel mensen zijn alleen 's avonds thuis en dan is het de vraag of je eraan moet beginnen.'' Want anders dan de hout-cv die met één keer laden het huis een etmaal warm houdt, vraagt een cv-kachel eens per twee uur om brandstof.

Dat bezwaar is te bestrijden met buffering. Geurts wijst op de mogelijkheid om een buffervat in het circuit op te nemen, net als bij de hout-cv. Een vat van 1.500 liter kan zo'n 35 kilowatt opslaan, genoeg om een modaal huis 5 à 10 uur te verwarmen, afhankelijk van de buitentemperatuur en de isolatie. Nadelen: zo'n vat kost gauw 1.500 euro en is twee tot drie meter hoog. Bijna even goed is volgens Geurts vloerverwarming met de vloer als buffer. De hoge piekwaarde van een houtvuur sluit prachtig aan op de grote warmtecapaciteit en de trage warmteafgifte van een betonnen vloer. Geurts zou zijn cv-kachels graag verder ontwikkelen want hij vindt ze ,,een heel goede optie voor de toekomst''. In zijn toonzaal, bij de fabriek in Elst, staan veel schijn-houtkachels die op gas branden, want jarenlang werden de meeste houtkachels vooral verkocht om de sfeer. Geurts: ,,Toen ik 25 jaar geleden met houtkachels begon, ging het vooral om de energie. Dat maakte plaats voor sfeer door houtverwarming, en nu zie je de ernst terugkomen – een heel mooie ontwikkeling!'' Bakker bepleit subsidie op de aankoop van efficiënte houtverbranders, zoals nu gebeurt in Oostenrijk en Duitsland.

Ook heel mooi zijn de massief stenen houtkachels die Roland Voppel en Esther de Raat van Vuurmeesters in Diepenveen al tien jaar bouwen. Een leem-, of tegelkachel heeft vooral veel volume. Voppel bouwt ze tot zes meter hoog, maar ook in breedte en met een gewicht van 1.000 tot 7.000 kilo.

De truc is tweeledig: de hete lucht stroomt van de bovenzijde van de verbrandingskamer via interne kanalen naar de onderkant van de steenmassa en dan pas naar de schoorsteen. En de steenmassa slaat de hitte op om die langzaam weer af te geven. De afstand verbrandingskamer-buitenkant is bijna een halve meter. Het vuur wordt een graad of 1.000 (een metalen houtkachel haalt hooguit 700 graden) maar de buitenzijde van het steen blijft altijd onder de 50 graden, en 40 is normaal.

Een tussenvorm is de speksteenkachel die aan de buitenzijde 80 graden kan worden. Het idee: 's ochtens gedurende twee uur een laaiend vuur, en dan een etmaal alleen maar vuurloze hitteafgifte. Voppel: ,,Aan de buitenkant van een leem- of tegelkachel kun je nauwelijks voelen of hij net heeft gebrand of dat hij weer gestookt moet worden.'' Elke ochtend laden en aansteken is een vereiste, want bij een koude start is met het opwarmen een dagdeel gemoeid. Een veelgehoord bezwaar tegen massief stenen kachels: de temperatuur is constant.

Dat is handig in Binnen-Siberië, maar niet in ons fluctuerende zeeklimaat. Voppel: ,,Dat argument ken ik. Maar de kachel streeft steeds naar een evenwicht met de omgeving. Als de kamer warm is geeft hij minder warmte af – en andersom. Bij het zachte weer als dit blijft hij na een uur stoken twee dagen warm.''