Lucebert in gestileerde noten

Het besef een broodkruimel te zijn op de rok van het universum, dreef de dichter en schilder Lucebert (1924-1994) tot magische taal. In zijn poëzie probeerde hij de verbroken eenheid tussen woord en ding te herstellen. Niemand kon zo bedwelmend schrijven als Lucebert, de `Keizer' der Vijftigers.

In zijn monumentale werk voltrok zich een revolutie in de taal, een taal die door zijn klankrijkdom en sterke ritmiek grenst aan muziek.

Hoe houd je de herinnering aan een groot dichter levend? Fluitiste Abbie de Quant, die in de jaren zeventig met Lucebert in contact kwam en daarna vaak gevraagd werd fluit te spelen op zijn exposities, nam samen met regisseur Frans Weisz het initiatief voor een programma waarin het werk van Lucebert uit een nieuwe invalshoek wordt beschouwd: met sprekers, filmbeelden en nieuwe composities van Chiel Meyering (1954) en Toek Numan (1971).

Het decor, een foto van Luceberts atelier, verplaatst de toeschouwer naar de leefruimte van de overleden dichter. Daar, tussen boeken en schildersezels, creëerde Lucebert al rokend zijn eigen kosmos. Daar ook schilderde en dichtte hij rusteloos voort op het ritme van de jazzmuziek.

,,Ik was graag jazzmusicus geweest'', zei Lucebert in 1985: ,,Ik ben een gemankeerde saxofonist. Ik zou ook graag muziek willen schrijven, een thema bedenken. Vandaar ook mijn grote bewondering voor Thelonious Monk.''

Bij een programma over Lucebert zou je dan ook jazz verwachten, ruig en kabalerig, passend bij een wereld waarin `schoonheid haar gezicht heeft verbrand'.

Maar componisten Chiel Meyering en Toek Numan schreven hun eigen eigentijdse, gestileerde noten voor fluit, accordeon en klarinet/saxofoon, om daarmee de dichter te eren.

En inderdaad: de tijden zijn ook veranderd. Wat toen ruig was is nu keurig. Maar juist daardoor is de woeste oorspronkelijkheid van Lucebert niet zomaar in eigentijdse klanken te vatten.

Aardig en suggestief leverden fluitiste Abbie de Quant, accordeoniste Miny Dekkers en klarinettist/saxofonist David Kweksilber muzikaal commentaar op de poëzie van Lucebert, aanschouwelijk geprojecteerd op een schildersezel.

Als authentiek element in de voorstelling las de Vijftiger Remco Campert op droge toon een selectie uit Luceberts gedichten voor, afgewisseld door acteur Carol Linssen, die opteerde voor een toneelmatige dictie.

Hun voordracht gaf het Lucebert-programma de allure van een smaakvolle herdenkingsbijeenkomst, een educatief gebeuren dat sterk deed verlangen naar de stem van de dichter zelf, van wie magische opnames bewaard zijn gebleven.

Hommage aan Lucebert door Remco Campert, Carol Linssen, Abbie de Quant (fluit), Miny Dekkers (accordeon), David Kweksilber (saxofoon/klarinet). Regie: Frans Weisz. Muziek: Chiel Meijering en Toek Numan.

Herh.: 5/11 Hengelo, 6/11 Enschede, 8/1 Maastricht, 18/1 Tilburg, 4/4 Rotterdam, 5/4 Arnhem.