Leefwijze bepaalt geduld apen

Uit onderzoek met twee soorten apen blijkt dat hun geduld afhankelijk is van de manier waarop ze hun voedsel verzamelen.

Als het aankomt op uitstel van behoeftebevrediging zijn dieren ongeduldiger dan mensen, dat is bekend. Dieren zullen veel eerder kiezen voor een kleine portie voedsel nu, dan een grotere hoeveelheid ergens in de toekomst. De vraag `Wil je nu een reep, of wil je er over een uur twee?', is een befaamd testje voor het planningsvermogen van mensenkinderen (volgens sommige psychologen is dit zelfs een betere voorspeller van schoolsucces dan de IQ-test), maar dieren scoren notoir slecht op zoiets.

Maar er zijn óók frappante verschillen tussen diersoorten onderling. Over de factoren die deze verschillen bepalen was tot nu toe weinig bekend. Uit gisteren gepubliceerd onderzoek van biologen van de universiteit van Harvard blijkt nu duidelijk dat verschillen in leefwijze van nauw verwante diersoorten grote invloed hebben op hun geduld èn op onder welke omstandigheden ze geduld hebben. (Current Biology, 24 oktober).

De biologen deden onderzoek aan twee soorten Zuid-Amerikaanse klauwaapjes (marmosetten): Pinché-aapjes (Saguinus oedipus) en Witoorpenseelapen (Callithrix jacchus), beide toevallig dieren met een nogal opvallende haardos. De Pinché-aapjes worden vanwege hun haren ook wel naar de componist `Liszt-aapjes' genoemd.

De Pinché-aapjes waren relatief ongeduldig als ze moesten wachten op een grotere beloning, maar bleken daarentegen best bereid om ietsje verder te lopen om een grotere beloning op te halen. Bij de verwante Witoorpenseelapen was het precies andersom: relatief veel geduld als ze moesten wachten maar niet bereid om een paar stappen extra te doen. En die verschillen in geduld passen precies bij de leefwijze van dieren: de Witoorpenseelaap loopt op een dag maar weinig en leeft vooral van sappen die uit bomen komen (waarop de dieren geduldig moeten wachten nadat ze een kras in de bast hebben gemaakt). De Pinché-aap leeft juist van insecten (die ze onmiddellijk moeten grijpen, anders ontsnappen ze) en loopt relatief veel op een dag.

Het nu gepubliceerde onderzoek naar het `ruimtelijke geduld' is een verfijning van eerder dit jaar gepubliceerd onderzoek van dezelfde onderzoeksgroep naar het geduld van deze aapjes. Daarin stelden ze al vast dat het Pinché-aapje ongeveer acht seconde kan wachten op een drie keer zo grote beloning (altijd etenswaar). Als het langer duurt, pakt hij toch maar snel de kleinere hoeveelheid. De Witoorpenseelaap wacht langer, ongeveer 15 seconden. Dat was toen al in verband gebracht met de levenswijze: de een eet snel verdwijnend voedsel, de ander niet.

Maar zit dat verschil in geduld nu diep ingebakken in de aapjes of niet? Misschien is dat verschil in geduld afhankelijk van de context. En zo is het, blijkt nu dus, als dezelfde aapjes worden getest op hun ruimtelijke geduld. De Harvardbiologen plaatsten de kleine beloning op 35 cm van de diertjes, en een drie keer grotere beloning op een afstand van 35 tot maximaal 245 cm. Als de twee beloningen even ver lagen koos de apen in 96% van de gevallen (niet altijd dus) voor de grootste. Het opvallendste resultaat was dat het voor de Pinché-aapjes niet veel uitmaakte hoever de grotere beloning lag: ook op tweeëneenhalve meter nam 90% de moeite om er naar toe te lopen. Bij de Witoorpenseelaapjes was dat amper de helft.

Aan de tijd die dat lopen kostte kan het niet hebben gelegen. De Witoorpenseelaapjes zijn bereid bijna 15 seconden op een grotere beloning te wachten, terwijl het verder lopen voor een grotere beloning ze amper een seconde extra kost. Hier is sprake van een ander soort geduld, een ander soort van uitstel van behoeftebevrediging. De biologen leggen een direct verband met de afstanden die de dieren dagelijks afleggen, de Pinché-aapjes ongeveer 1700 meter per dag, de Witoorpenseelaapjes 700 de leefwijze bepaalt dus de hoeveelheid èn de soort geduld.