Intellectueel keert terug in de polder

Oud-werkgeversvoorzitter en intellectueel zwaargewicht Rinnooy Kan wordt voorzitter van het belangrijkste adviesorgaan van de regering.

Bruggen slaan tussen werkgevers en werknemers is de belangrijkste taak van de voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER). Dus het is op zijn minst opmerkelijk dat de vakbeweging akkoord gaat met Alexander Rinnooy Kan (56) als opvolger van scheidend SER-voorzitter Herman Wijffels. Rinnooy Kan was immers jarenlang aanvoerder van de grootste ondernemingsvereniging van Nederland, VNO-NCW, de natuurlijke antagonist.

Daarnaast dragen de vakbonden met Rinnooy Kan ook een ,,kleptocraat'' voor als voorzitter van het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Rinnooy Kan werd in 1996 bestuurder van bankverzekeraar ING, door de FNV stelselmatig bekritiseerd om de hoge salarissen van de topmannen.

De ommezwaai van FNV, die liever Frans Leijnse (PvdA-senator) of Ad Melkert (oud-minister, Wereldbank) in de voorzittersstoel hadden gezien, zegt veel over de persoon van Rinnooy Kan. Een scherp debater? Zeker. Conflictmijdend? Allerminst. Maar bovenal oplossingsgericht en aimabel. Begin jaren negentig was hij samen met toenmalig FNV-voorzitter Johan Stekelenburg verantwoordelijk voor de opleving van het poldermodel. Afgezien van de vriendschap die tussen de twee ontstond, spraken ze af alleen nog onderwerpen op de agenda te plaatsen waar ze het over eens konden worden. Voornaamste wapenfeit was het advies dat leidde tot het scherper formuleren van de taken van de SER zelf en de decentralisering van het sociaal economisch beleid, waarbij de sociale partners meer invloed kregen: `Convergentie en overlegeconomie', door hemzelf ook wel de `moeder aller adviezen' genoemd.

Wat ook helpt is dat hij zich in de ogen van de bonden niet opstelde als `typische werkgever', maar meer als intellectueel zwaargewicht, die zich niet vereenzelvigt met de functie die hij op dat moment bekleedt. Zijn loopbaan getuigt dan ook van de ,,ongeneeslijke nieuwsgierigheid'' waar hij naar eigen zeggen aan lijdt.

Hij begon in de wetenschap, als onderzoeksassistent bij het Wiskundig Instituut van de Leidse Universiteit. Toen de wiskundige én econometrist eenmaal gepromoveerd was verbond hij zich aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, tussen 1986 en 1989 als Rector. Zijn behoefte aan veelzijdigheid en praktische toepassing van zijn kennis maakte voorzitterschap van werkgeversorganisatie VNO aantrekkelijk. Bij ING hield hij zich onder meer bezig met nieuwe markten in Azië, maar het zal ING ook niet geschaad hebben dat hij zeer actief was in Haagse kringen. Hij was bijvoorbeeld voorzitter van de Commissie die de publieke omroepen doorlichtte.

Geen wonder dat D66'er Rinnooy Kan in het verleden vaak genoemd werd voor ministersposten. Dat hij nooit minister is geworden, kan niet (alleen) aan de bescheiden beloning hebben gelegen: Als SER-voorzitter krijgt hij met 131.000 euro per jaar ongeveer een tiende van zijn ING-beloning van 1,1 miljoen euro cash en het equivalent van bijna vier ton in aandelen en opties.