IJslandse vrouwen staken om precies 14.08 uur

IJsland had de eerste democratisch gekozen vrouwelijke president van Europa. Maar voor vrouwen is er nog steeds reden tot staken tegen achterstelling.

`Vrouwen laat je klauwen zien'. Dat was een van leuzen die gistermiddag in het centrum van de IJslandse hoofdstad Reykjavík was te zien: 45.000 vrouwen, ongeveer een zesde deel van de totale IJslandse bevolking, demonstreerden er voor gelijke behandeling, vooral op het werk. In steden en dorpen elders in het land kwamen eveneens honderden vrouwen bijeen om dit streven kracht bij te zetten. De demonstratie in Reykjavík was de grootste ooit in IJsland gehouden.

De vrouwelijke werknemers bij banken, bedrijven, kantoren en winkels stopten met werken om 14.08 uur. Op dat tijdstip was 64,15 procent van een gewone werkdag (van negen tot vijf uur) achter de rug – en vrouwelijke werknemers in IJsland verdienen gemiddeld 64,15 procent van het salaris dat mannen krijgen. De oproep van tien vrouwen-organisaties alsmede vier vakbonden om tegen deze ongelijkheid te demonstreren werd massaal opgevolgd.

De belangrijkste straten en pleinen in het centrum van Reykjavík waren enkele uren volledig gevuld met vrouwen, sommigen uitgedost met rose feministische symbolen. Vrouwen van de onlangs geprivatiseerde nationale telefoonmaatschappij Siminn verschenen in kostuum en stropdas. Winkels gingen dicht, en bij sommige bedrijven namen mannen het werk van de vrouwen over.

De demonstratie had hetzelfde doel – `erken de waarde van de bijdrage van vrouwen' – als de eerste Vrouwendag precies dertig jaar geleden. Destijds deden zo'n 25.000 vrouwen mee en waren de leuzen meer strijdbaar feministisch. (`Meer borsten in parlement en gemeenteraad').

Mede onder invloed van de vrouwenbeweging en de Vrouwenpartij, die al lang ter ziele is, werd theaterdirecteur Vigdis Finnbogadottir, gescheiden en met een aangenomen kind, in 1980 de eerste democratisch gekozen vrouwelijke president in Europa. Vigdis, die de functie zestien jaar bekleedde en inmiddels 75 is, was gisteren een van de demonstranten, evenals Solveig Petursdottir, de voorzitter van het parlement.

Behalve dezelfde beloning als mannen voor hetzelfde werk, eisen de IJslandse vrouwen hogere lonen in de slecht betaalde zorgberoepen, meer invloed in de politiek, in de (lutherse) staatskerk en vooral in het zakenleven, dat volledig gedomineerd wordt door mannen. Onder de topmanagers van de honderd grootste IJslandse bedrijven is slechts één vrouw, de directeur van de (Canadese) Alcan-aluminiumfabriek bij Reykjavík.

In geen enkel land werken zoveel vrouwen als in IJsland, ook omdat de kosten van levensonderhoud hoog zijn. De eis van gelijke beloning komt op een moment dat IJsland grote welvaart kent, hoge economische groei, praktisch geen werkloosheid en forse, soms exorbitante bedrijfswinsten. De politieke reacties bleven vooralsnog beperkt tot de suggestie van de minister van Economische Zaken Mathieson een certificaat te verlenen aan bedrijven die gelijke beloning hebben doorgevoerd.