Herstel vrijzinnigheid in ere

Wat onze multiculturele samenleving nodig heeft, is een tussenweg tussen religieus fundamentalisme en radicaal secularisme. En dat vereist een vrijzinnige visie waarin tolerantie en dialoog vooropstaan, meent Wibren van der Burg.

Het pleidooi van Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer, voor een vrijzinnig-linkse politiek veroorzaakte vorige week nogal wat ophef. Dat verbaasde ook haar, want ze heeft dit pleidooi al vaker gehouden. De vraag rijst dan waarom nu ineens zoveel aandacht is voor dit geluid.

Halsema grijpt terug op de oude term vrijzinnigheid, die tegenwoordig vrijwel alleen naar een kerkelijke stroming verwijst. Tot de Tweede Wereldoorlog was het ook een gangbaar politiek begrip. Nadat de vooroorlogse Vrijzinnig Democratische Bond was opgegaan in de Partij van de Arbeid, raakte het begrip in onbruik. Alleen D66 hield het nog in ere. Maar de politieke vrijzinnigheid is veel breder en kent een lange traditie in Nederland, met denkers als Erasmus, Coornhert en Hugo de Groot.

Vrijzinnigheid is zelfs een kenmerk van de hele Nederlandse samenleving. Ons beleid met betrekking tot drugs en euthanasie en onze voortrekkersrol bij het huwelijk voor homoparen geven daar blijk van. Die vrijzinnigheid blijkt ook uit de manier waarop met verschillen wordt omgegaan. Tolerantie, polderen, streven naar een breed gedragen consensus en voor iedereen aanvaardbare compromissen, respect voor minderheden – het is wezenlijk voor de manier waarop in Nederland altijd politiek is bedreven.

Nederland is een land van minderheden. Daardoor wijkt onze democratische cultuur af van die in andere landen. Wij kennen geen tweepartijenstelsel waarbij de winnende partij zijn wil doordrukt zonder naar de oppositie te luisteren. Ons systeem van evenredige vertegenwoordiging vermindert soms de slagkracht waardoor besluitvorming langer kan duren, maar daar staan een groter draagvlak en meer maatschappelijke samenhang tegenover.

Ook in de omgang met godsdienstige verschillen kent Nederland een eigen traditie, waarnaar buitenlanders – tot voor kort – vaak vol bewondering keken. De neutraliteit van de staat was en is het liberale vertrekpunt. Maar anders dan in Frankrijk is dat nooit geïnterpreteerd als het uitsluiten van religie uit de publieke sfeer. Integendeel, als mensen scholen of partijen op religieuze grondslag wilden oprichten, kregen ze daarvoor de ruimte.

Femke Halsema heeft deze vrijzinnigheid opnieuw op de agenda gezet. Vrijzinnigen zijn in een breed spectrum van de Nederlandse politiek te vinden, van GroenLinks en de PvdA tot D66 en VVD. Het zou daarom jammer zijn als dit pleidooi voor vrijzinnigheid beperkt zou blijven tot het linkerdeel van de politiek. Politieke vrijzinnigheid wordt gekenmerkt door een open en ondogmatische opstelling en door pragmatisme. Vrijzinnigheid richt zich ook op inhoudelijke waarden als individuele zelfontplooiing, principiële gelijkwaardigheid, democratie en verdraagzaamheid.

De overheid moet deze inhoudelijke waarden beschermen door de waarborgen van de democratische rechtsstaat, door grondrechten en door het bestrijden van discriminatie. Maar ze moet zich niet paternalistisch of moralistisch opstellen. Burgers moeten de vrijheid hebben hun leven in te richten zoals zij dat zelf willen. Deze vrijzinnige traditie blijkt op dit moment kwetsbaar. Blijven we een samenleving waarin alle minderheden zich thuis voelen? Of willen we een nationale canon van normen en waarden waaraan iedereen zich moet aanpassen? Geven we onze traditionele verdraagzaamheid op voor een radicaal antireligieus secularisme en voor de Franse laïcité?

We zien een toenemende verontrusting over de onverdraagzaamheid en verharding in de Nederlandse samenleving. Dit verklaart waarom het pleidooi van Halsema nu zo sterk de aandacht trekt.

Wat onze multiculturele samenleving nodig heeft, is een tussenweg tussen religieus fundamentalisme en radicaal secularisme. En dat vereist een vrijzinnige visie waarin tolerantie en dialoog vooropstaan.

Vrijzinnigheid leidt niet tot simpele slogans. Vrijzinnigheid is de houding van de nuance, van het enerzijds, anderzijds. Die nuance blijkt bijvoorbeeld uit de vonnissen van de Haagse rechtbank met betrekking tot de SGP. De staat mag discriminatie van vrouwen niet steunen en daarom moet de subsidie aan de SGP beëindigd worden. Dit past in de vrijzinnige nadruk op een principiële gelijkheid van man en vrouw. Maar een verbod van de SGP zou een heel drastisch middel zijn en is voor de rechtbank terecht een stap te ver.

Een nuchtere, verdraagzame houding past ook tegenover orthodoxe joden en moslims die iemand van het andere geslacht geen hand willen geven. Het is diep triest dat nota bene de minister van Integratie de tegenstellingen aanwakkert door hierover de confrontatie te zoeken. De ophef over het ongemengd zwemmen wekt al evenzeer verbazing. De behoefte hieraan heeft niets te maken met ongelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, maar met een bepaalde seksuele moraal.

Dat betekent niet dat de overheid iedere seksuele moraal moet tolereren. Homohaat, gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis en eerwraak maken, anders dan hoofddoekjes of gescheiden zwemlessen, daadwerkelijk slachtoffers. Vrijzinnigen bestrijden daarom wel de fundamentele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in sommige minderheidsculturen, maar ze doen dat met doordacht beleid en niet met de botte bijl. Ze bestrijden niet de bouw van moskeeën, godsdienstvrijheid is immers een fundamenteel mensenrecht. En ze weren evenmin buitenlandse priesters en imams. Maar ze eisen wel van die Poolse priesters en Marokkaanse imams dat zij een inburgeringscursus volgen die hen in staat stelt om ook echt steun te bieden aan gelovigen in de Nederlandse samenleving. De nieuwe hardheid in ons maatschappelijk debat sluit minderheden uit. Het bevordert het denken in termen van `wij tegen zij'. Daarmee vervreemdt de samenleving juist de minderheden van zich waarvan ze hoopt dat ze sterker integreren.

Vrijzinnigen stellen daar een zogeheten inclusieve houding tegenover. Zij vragen niet van minderheden om zich helemaal aan te passen aan de meerderheid. Ze laten zowel de Gay Parade als de hoofddoekjes toe, ze tolereren de Walletjes en de softdrugs en maken ruimte voor de moskee. De burgemeester van Amsterdam die probeert de boel bij elkaar te houden en de religieuze identiteit van minderheden serieus neemt, is hiervan een goed voorbeeld.

In de afgelopen eeuwen is in Nederland een vrijzinnige cultuur ontstaan. Poldermodel en tolerantie, godsdienstvrijheid en erkenning van gewetensbezwaren, het zijn allemaal waardevolle kenmerken van onze traditie. Een inclusieve democratie die minderheden laat weten dat ze erbij horen, levert een grotere bijdrage aan sociale integratie dan de huidige harde taal. Het wordt tijd dat we die vrijzinnige traditie opnieuw ontdekken en waarmaken.

Prof. Wibren van der Burg is filosoof aan de Universiteit van Tilburg. Van zijn hand verscheen begin oktober het boek `Over religie, moraal en politiek. Een vrijzinnig alternatief'.