`Daar buiten speelt onze toekomst'

Op de Brug over de Wadi-school in het Israëlisch-Arabische stadje Kafr Ada krijgen joodse en Arabische kinderen samen les. ,,Het gaat erom dat joodse en Arabische kinderen al vroeg leren elkaars geschiedenissen te respecteren.''

De ramen met ronde bogen van de lerarenkamer van de Brug over de Wadi Ara-school in het Israëlische stadje Kafr Ara staan wijd open. Op de binnenplaats en in de groene tuinen van het schoolgebouw, opgetrokken in de stijl van een khan, een Ottomaanse herberg, voetballen en spelen jongens en meisjes, blond, donker, blauwe ogen, bruine ogen, alles door elkaar. Onderwijzeressen in strakke spijkerbroeken en T-shirts, maar ook sommigen met hoofddoeken en in lange jurken, houden toezicht. Nu en dan klinken er aanmoedigingen of vermaningen in het Arabisch en het Hebreeuws.

Yohanan Eshgal, eind veertig, joods, en Fatima Hatib, begin dertig, Arabisch, vormen samen de schoolleiding. ,,Daar speelt onze toekomst'', zegt Johanan naar buiten wijzend. ,,Joden en Arabieren, zij aan zij, vreedzaam samenlevend in hun Israël, een civil society. Die kinderen, die allemaal vloeiend Arabisch en Hebreeuws leren spreken en elkaars cultuur kennen en respecteren, zijn de maatschappij van de toekomst. De belangstelling is groot, want men heeft schoon genoeg van alle conflicten, het geweld. Dat we hier zijn is al een reden voor hoop.''

Fatima lacht als zij naar de woorden van haar collega luistert. ,,Habibi, habibi, (vriend, red.) wat ben je toch een optimist. Wees realistisch. Heel veel ouders willen graag dat hun kind bij ons naar school gaat omdat het openbare onderwijs rampzalig slecht is. Vooral het Arabische systeem staat op instorten. Het zijn echt niet allemaal zulke idealisten als jij.'' Yohanan: ,,Dat is óók waar, én het joodse systeem staat er al niet veel beter voor.'' Dan allebei in een mengeling van Arabisch, Hebreeuws en Engels schaterlachend: ,,We geven gewoon héél goed onderwijs.'' Fatima: ,,Goede tweetalige school, heel veel samenspraak met de ouders en kleine klassen met maximaal 26 kinderen en twee onderwijzers per klas. Dat is ons geheim.''

Joodse en Arabische ouders uit de wijde omgeving brengen sinds een jaar hun kinderen graag naar de Brug over de Wadi-school in Kafr Ara, langs Route 65 van Hadera naar Umm Al-Fahm. Het is de eerste multiculturele school in een Israëlisch-Arabisch stadje, opgezet onder auspiciën van Yad B'Yad (Hand-in-Hand), het centrum voor Arabisch-joods onderwijs in Israël. Er is een soortgelijke school in West-Jeruzalem en één in Galilea. De Hand-in-Handscholen met in totaal 800 leerlingen staan onder toezicht van de onderwijsinspectie, maar worden voor slechts 20 procent betaald uit algemene middelen. Eigenlijk wil het ministerie van Onderwijs, geleid door een hardrechtse Likudminister, niets met het project te maken hebben. De scholen worden grotendeels gefinancierd door charitatieve instellingen als de Nederlandse Van Leer Foundation.

Yohanan: ,,Joodse ouders en sommige leraren moesten hun angst voor Arabieren overwinnen om hier hun kinderen te brengen en de vele ouderavonden te bezoeken. Maar zij begrepen al snel dat die angst op niets anders dan vooroordelen was gebaseerd. De meeste joodse Israëliërs durven namelijk niet eens in plaatsen als Kafr Ara te stoppen om te tanken of een lekkere, verse pita te kopen.''

Fatima: ,,En de Arabische ouders moesten hun weerzin tegen omgang met joodse Israëliërs overwinnen, want die worden toch gezien als de bezetters, de indringers, die ons land hebben gestolen en als degenen die onze Palestijnse broeders en zusters, vaak ook familieden, onderdrukken. Alles is gescheiden, het onderwijs niet in de laatste plaats. Maar dat mag onze toekomst niet zijn. We hebben een gezamenlijke toekomst en deze tweetalige kinderen zullen de leiders zijn.''

Het gesprek met Fatima en Yohanan gaat over de hoop dat Arabische en joodse Israëliërs de wederzijdse angsten, stereotypen en de tragedies in het verleden kunnen overwinnen om een nieuw samenlevingsmodel te creëren. Een nieuw model, waarin de joodse meerderheid de Arabische minderheid respecteert en niet langer op alle mogelijke manieren discrimineert. In een land waar één bevolkingsgroep de andere groep totaal domineert en joden en Arabieren gescheiden levens leiden en opgroeien met twee totaal verschillende versies van de geschiedenis van de afgelopen 100 jaar, is dat een schier onmogelijke opgave. De kloof tussen joden en Arabieren, die zich tweederangsburgers voelen en dat ook zijn, is groot. Om slechts één voorbeeld te noemen: joodse Israëliërs vieren Onafhankelijkheidsdag (1948) in de maand waarin de Arabische Israëliërs Al-Nakba, de catastrofe, herdenken.

Daarbij komt nog de invloed van de dagelijkse actualiteit over de Israëlische bezetting in de Westelijke Jordaanoever, de verdrijving van Palestijnen uit Oost-Jeruzalem, waar duizenden kinderen als gevolg van de muur niet naar scholen kunnen, en de dreiging van terroristische aanslagen. Yohanan: ,,We mijden de gevoeligheden niet. Het gaat erom dat joodse en Arabische kinderen al vroeg leren elkaars geschiedenissen te respecteren. We vertellen in feite twee historische verhalen.''

Uiteraard worden ouders daar nauw bij betrokken. ,,Ouderavonden kunnen uitmonden in verhitte discussies. We moeten voortdurend heel veel praten en uitleggen'', zegt Fatima, die nauw betrokken is bij de ontwikkeling van de lesprogramma's van de Hand-in-Hand-scholen. ,,We zijn klein, we gaan tegen de stroom in, we willen de consensus in beide sectoren van de samenleving doorbreken en dat gaat lukken want de belangstelling van de ouders is enorm. We hebben hier nu 190 kinderen, half Arabisch, half joods, in de leeftijd van 5 tot 9 jaar. Als we meer ruimte hadden en meer onderwijzers dan hadden we het dubbele aantal kinderen kunnen krijgen.''

Klas 1C bestaat uit 26 zesjarigen en wordt geleid door Suhad Gizmawi en Gitit Aydenronen. Er wordt getekend en gerekend: ,,Hoeveel blokjes kaas heeft Omar nodig om zijn vijf muisjes te voeren? En hoeveel wortels geeft Avi aan zijn konijntjes?'' Suhad spreekt uitsluitend Arabisch en Gitit uitsluitend Hebreeuws tegen de kinderen. De kinderen spreken op hun beurt Hebreeuws met Gitit en Arabisch met Suhad. ,,Wij houden voortdurend oogcontact, we overleggen erg veel en iedere dag maken we een plan over wat we die dag gaan doen'', legt Suhad uit. ,,In deze maand met heel veel religieuze hoogtijdagen, zoals Ramadan (vastenmaand) en Sukkot (joodse loofhuttenfeest), vertellen we over de betekenis daarvan en over de symbolen, het eten en de kostuums'', vertelt Gitit. Van politieke en historische gevoeligheden hebben zij weinig last. ,,We respecteren elkaar en proberen dat ook over te brengen'', zegt Suhad. Gitit: ,,We leven niet op een andere planeet hoor, we willen ook niet de hele wereld veranderen. We willen alleen deze kinderen helpen.''