VN moeten meer van deze tijd worden

In het Handvest van de VN (1945) moet dood hout worden gekapt en moet ruimte komen voor veranderde internationale betrekkingen, betoogt Nico Schrijver.

Het is vandaag 60 jaar geleden dat het Handvest van de Verenigde Naties in werking trad, na de vereiste bekrachtiging door de vijf grote mogendheden en de helft van de 50 landen die op 26 juni 1945 in San Francisco het Handvest hadden ondertekend.

Het VN-handvest van 1945 is een betrekkelijk kort verdrag van nog geen 10.000 woorden. Ter vergelijking: het ontwerp voor de Grondwet voor Europa telt bijna 155.000 woorden. In die beknoptheid schuilt voor een deel het geheim van de overleving van het VN-Handvest. Een overmaat aan details zou ongetwijfeld de tand des tijds niet hebben doorstaan. Daarnaast zijn het uiteraard ook de bewoordingen van het Handvest zelf: tamelijk algemeen, maar wel zorgvuldig gekozen, zij het soms dubbelzinnig vanwege het compromiskarakter.

Dit heeft op diverse terreinen ruimte geschapen voor nadere en een dynamische interpretatie in het licht van nieuwe behoeften en gewijzigde omstandigheden. Zo kon het in 1945 geheel niet voorziene instituut van vredesbewarende operaties (`blauwhelmen') zich binnen de algemene taakstelling van de organisatie ontwikkelen. Ook kon de nationale soevereiniteit door nieuw internationaal recht meer en meer begrensd worden, omdat het handvest alleen zaken beschermt die `in wezen' onder de nationale rechtsmacht thuishoren. Wat daar wel en niet toe behoort kan met de tijd evolueren.

Tegenwoordig is alom aanvaard dat bijvoorbeeld mensenrechten, internationaal milieurecht en internationale terrorismebestrijding paal en perk stellen aan de nationale soevereiniteit. Tenslotte is het natuurlijk ook de politieke wil van de lidstaten geweest die het Handvest heeft beschermd.

Hoeveel stormen de VN tijdens en na de Koude Oorlog ook hebben moeten ondergaan, geen der lidstaten heeft de organisatie echt de nek willen omdraaien. Slechts één land heeft het lidmaatschap opgezegd: Indonesië onder Soekarno, maar het keerde terug. En Amerikaanse ambassadeurs hebben de VN wel ,,a dangerous place'' genoemd en gesteld dat met tien verdiepingen minder de organisatie beter zou functioneren, maar toch verenigen kennelijk alle 191 naties zich minimaal in de wil de volkerenorganisatie te laten voortbestaan. Dat is op zichzelf al uniek in de wereldgeschiedenis.

Niettemin is er alle reden het systeem grondig te hervormen. Nieuwe doelstellingen, zoals armoedebestrijding, milieubehoud en naoorlogse vredesopbouw, zijn niet of maar mondjesmaat in het Handvest terug te vinden. De samenstelling van de permanente leden van de Veiligheidsraad, nog gebaseerd op de machtsverhoudingen van 1945, is anachronistisch.

De bescherming van mensenrechten en de zorg voor duurzame ontwikkeling zijn inadequaat. De sterk toegenomen betrokkenheid van het bedrijfsleven en van maatschappelijke bewegingen bij de VN is gebrekkig geregeld. Het zou voor een 60-jarige organisatie niet meer dan gezond zijn om de teksten aan te passen aan die nieuwe doelstellingen en dood hout te kappen, zoals de hoofdstukken betreffende niet-onafhankelijke gebieden en vroegere vijandstaten (Duitsland, Italië en Japan).

Tijdens de Wereldtop die vorige maand plaats had, is dat allemaal niet gelukt. Wellicht was men ook te gefixeerd op het hervormen van de VN van de 20ste eeuw in plaats van die voor de 21ste eeuw goed uit te rusten voor de behoeften van toekomstige generaties. Het duidelijkst komt dat tot uitdrukking bij de voorstellen tot uitbreiding van de VN-Veiligheidsraad. Een Raad van 24, 25 of 26 in plaats van de huidige 15 leden mag meer representatief zijn, maar een dergelijke uitbreiding zou haaks kunnen staan op de eveneens nagestreefde grotere doelmatigheid en doeltreffendheid van de Raad. In de 21ste eeuw ware het beter te streven naar een vertegenwoordiging van regionale organisaties in de Veiligheidsraad in plaats van nog meer individuele landen als permanente leden, al dan niet met vetorecht.

Met de wijsheid van achteraf was het niet erg verstandig van Annan zijn drastische hervormingsvoorstellen als een alles-of-niets-pakket en als een éénmaal in één generatie-kans te presenteren. De ervaring leert immers dat hervorming in internationale organisaties slechts langs de geleidelijke weg totstandkomt.

Vanuit dat perspectief is in september jl. wel enige vooruitgang bereikt waardoor de Top toch nog net een non-échec genoemd kan worden.

Mede dankzij een enorme lobby vanuit de samenleving (ontwikkelingsorganisaties, de zanger Bono) op de G8-top in Schotland onder leiding van premier Blair in juli, kregen de Millenniumdoelstellingen gericht op armoedebestrijding een steviger politieke rugdekking. Ook verwoordt het slotdocument van de Top de groeiende betekenis van humaniteit en duurzaamheid als mondiale waarden en voegt het aan de waarde van vrede en veiligheid, traditioneel verstaan als veiligheid van staten, een duidelijke menselijke dimensie toe. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de voorzichtige omarming van het nieuwe beginsel van responsibility to protect: iedere staat heeft de plicht zijn burgers te beschermen en te behoeden voor volkerenmoord en misdrijven tegen de menselijkheid.

Daarom moet veel meer in de opbouw van nationale rechtsstaten geïnvesteerd worden. Indien een overheid niet in staat óf niet bereid is die bescherming te verlenen, dan moeten de VN dat doen: zo lang mogelijk met vreedzame middelen maar desnoods met gewapend geweld.

De slotverklaring van september 2005 zegt dat de Veiligheidsraad dan besluitvaardig en tijdig zal handelen. In het verlengde van dit beginsel stelden de leiders een nieuwe Commissie voor Vredesopbouw in, zij het dat (voorlopig) zijn mandaat ongelukkigerwijze is beperkt tot vredesopbouw na een conflict en zich niet uitstrekt tot vredesdiplomatie, bijstand en bescherming in de fase van groeiende tegenstellingen. Als deze en andere beginselen wortel schieten en daarbij behorende institutionele wijzigingen worden gerealiseerd, dan worden de kennelijk smalle marges voor verandering goed benut.

Dit is een verkorte en licht bewerkte versie van de inaugurele rede die prof. mr. N.J. Schrijver vanmiddag als hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Leiden heeft gehouden.

www.nrc.nl/opinie

volledige tekst rede Schrijver