Servië sluit concessie inzake Kosovo uit

Het is ,,ondenkbaar'' dat Servië instemt met de onafhankelijkheid van Kosovo; Kosovo is van zijn kant bereid in te stemmen met een voorwaardelijke onafhankelijkheid en dus af te zien van de volledige onafhankelijkheid die het tot nu toe eiste.

Dat hebben de Servische premier Vojislav Koštunica en de Kosovaarse premier Bajram Kosumi gisteren gezegd aan de vooravond van het Kosovo-debat in de VN-Veiligheidsraad, vandaag. De raad moet het groene licht geven voor het begin van onderhandelingen over Kosovo's staatkundige toekomst.

Koštunica drukte zich gisteren voor zijn vertrek naar New York in de hardst mogelijke termen uit. Onafhankelijkheid voor een gebied dat tot Servië behoort, zei hij, zou een ,,ondenkbaar precedent'' vormen en neerkomen op ,,juridisch geweld tegen het internationale recht''. ,,Het is volstrekt zeker dat Servië dat geweld nooit zal erkennen'', aldus Koštunica. Hij zei dat Servië bereid is tot een ,,compromisoplossing'', maar maakte duidelijk dat die zal worden gezocht in een vergroting van de autonomie voor Kosovo die door Servië al eerder was aangeboden en die voor Kosovo onaanvaardbaar is.

In Belgrado vragen waarnemers zich af of de harde opstelling van Koštunica authentiek is of bedoeld om de gemoederen binnen Servië over een mogelijk verlies van Kosovo te sussen. Ook wordt gespeculeerd over de mogelijkheid dat Koštunica met zijn hele regering zal aftreden als Servië het verlies van Kosovo wordt opgedrongen. Hij heeft eerder gezegd onder geen beding een document te tekenen waarin dat verlies wordt bevestigd. Sommige waarnemers zien daarin een verhulde waarschuwing aan de internationale gemeenschap dat onafhankelijkheid voor Kosovo onherroepelijk leidt tot destabilisering van Servië.

Premier Kosumi van Kosovo zei gisteren tegen het persbureau Reuters voor het eerst dat Kosovo een voorwaardelijke onafhankelijkheid zou accepteren. Tot nu toe eiste de regering van Kosovo volledige onafhankelijkheid. In kringen van de VN wordt de laatste maanden steeds vaker de mogelijkheid van een voorwaardelijke onafhankelijkheid genoemd. In die versie zou het internationaal toezicht op Kosovo – met name ten aanzien van de respectering van de rechten van de mens en de rechten van de minderheden – nog een aantal jaren voortduren. Sinds 1999 staat Kosovo al onder VN-bestuur.

Tegen Reuters zei Kosumi dat internationaal ,,toezicht of advies'' welkom blijft als Kosovo de gewenste onafhankelijkheid krijgt, maar dat er ,,niet langer voorwaarden of interim-termijnen'' verbonden mogen worden aan de onafhankelijkheid. Het toezicht moet ,,psychologische of practische garanties opleveren dat de rechten van minderheden gewaarborgd blijven'', aldus de premier. ,,Maar Kosovo moet een onafhankelijke en soevereine staat worden.''