Plicht tot werk

Het gemak waarmee jonge schoolverlaters vroeger een uitkering konden krijgen, heeft in het buitenland altijd verbazing gewekt. Maar sinds gemeenten geld kunnen besparen door het aantal uitkeringsgerechtigden te beperken, is bijstand geen vanzelfsprekend recht meer voor jongeren. Dat is vooruitgang, want juist voor jongeren is een uitkering een funest begin van de loopbaan. Door verveling en nietsdoen kunnen sommige jongeren ook afglijden naar misdaad. Ouderen moeten ook aan het werk, maar aan gezonde jongeren die geen baan meer krijgen, verliest de samenleving het hoogste aantal arbeidsjaren. Dat is zonde, want in een vergrijzend land worden arbeidskrachten schaarser.

Een uitkering went op den duur. Jongeren kunnen in werkloosheid blijven hangen, doordat ze geen ervaring opdoen met regelmatig werk en steeds hogere, minder reële eisen gaan stellen aan een baan. Voor sommige jongeren die genoeg hebben van school, lijkt een uitkering een al te aanlokkelijk perspectief. Winkeliers klagen over schijnsollicitanten die een bewijsje vragen voor de uitkeringsinstantie dat ze langs zijn geweest. Dit soort praktijken is alleen te beëindigen door het recht op een uitkering minder vanzelfsprekend te maken. Met gebruikmaking van de Wet voor werk en bijstand hebben verscheidene gemeenten de minimumleeftijd voor het recht op een bijstandsuitkering opgetrokken naar 23 jaar. Den Haag schuift naar 25 jaar en vorige week stelde Amsterdam de minimumleeftijd op 27 jaar. Een jongere die aan het werk wordt gezet en daar geen zin in heeft, kan altijd nog besluiten om een opleiding te volgen voor een betere baan. Zo kan bijvoorbeeld beter worden voorzien in het tekort aan lassers bij particuliere bedrijven.

Er moet uiteraard wel werk zijn. Dat is er vaker dan tot nu toe werd gedacht. Zo heeft de landbouw jaarlijks tienduizenden mensen nodig voor seizoensarbeid. De in de vruchtbare Flevopolder gelegen gemeente Almere stelt deelname aan seizoensarbeid verplicht. Toen het Centrum voor Werk en Inkomen oogstwerk aanbood aan groepen bijstandsgerechtigden, zagen ruim duizend onmiddellijk af van hun uitkering. Ze vonden hun verdiensten kennelijk elders. De werkgelegenheid in de landbouw is beperkt en lang niet alle boeren of kwekers willen met uitkeringsgerechtigden werken. De gemeente Amsterdam doet haar best om werkzoekenden aan te bieden aan lokale ondernemers. De voorheen zo hoge scheidsmuren tussen de afdelingen Sociale Zaken en Economische Zaken zijn geslecht.

Als particuliere werkgevers te weinig werk hebben voor bijstandsgerechtigden, kan de gemeente ook zelf de bijstandtrekkers aan het werk zetten. Helaas heeft het kabinet op dergelijke gesubsidieerde banen bezuinigd. Eenvoudige gemeentebaantjes zijn een onmisbaar onderdeel van het werkgelegenheidsbeleid. Gesubsidieerd werk is niet alleen belangrijk voor werklozen die dreigen af te glijden, maar ook voor gretige sollicitanten die door een verstandelijke handicap of ander gebrek door reguliere werknemers niet worden aangenomen. Als er voor uitkeringsgerechtigden een plicht bestaat om te werken, moet er ook een recht zijn op werk.