Pamuk fluistert over politiek

In de Frankfurter Pauluskerk nam de Turkse schrijver Orhan Pamuk gisteren de Vredesprijs in ontvangst.

Orhan Pamuk laat zijn bovenlijf enkele keren ritmisch naar voren knikken, terwijl de vijfhonderd prominenten in de Pauluskerk hem een staande ovatie brengen. Hij heeft net zijn dankwoord uitgesproken bij de aanvaarding van de Vredesprijs van de Duitse boekhandel. Op zijn gezicht staat een glimlach, maar wel een starre. De 53-jarige Turkse schrijver is met een heldere boodschap naar de Buchmesse in Frankfurt gekomen: Turkije moet toetreden tot de Europese Unie. Dat is voor beide partijen beter.

Een dag eerder lachte Pamuk breed, bij een groepsgesprek met de pers – ruim honderd journalisten - in een van de zalen van het Buchmesse-complex. Eerst lichtte hij een half uur lang zijn omstreden uitspraken toe over de Turkse `genocide' – of was het toch `massamoord'? – op Armeniërs en Koerden, waarvoor hij in Turkije is aangeklaagd. Maar daarna verscheen een grijns op zijn gezicht. ,,De heer Pamuk wenst op te merken'', begint de Duitse vertaler, ,,dat het niet heel vreemd is om een schrijver af en toe ook vragen te stellen over zijn boeken.''

Pamuk, politiek en ironie gingen hand in hand op de Buchmesse. De ironie van een schrijver die in Duitsland de grootste literaire prijs van dat land in ontvangst neemt, maar daar louter vragen krijgt over zijn politieke uitspraken in de media. De ironie ook van een Turkse schrijver die in eigen land is aangeklaagd wegens het beledigen van de Turkse staat, terwijl hij Turkije juist het beste gunt, en dat is volgens hem toetreding tot de Europese Unie.

En natuurlijk de ironie die de schrijver zelf gebruikt. Vlak voor het einde van zijn rede valt Pamuk even stil, en zegt dan: ,,Sorry dat ik zo lang over politiek doorpraat.'' De zaal lacht nauwelijks. Kwinkslagen worden niet snel herkend in een sfeer die is gezet door bloedserieuze toespraken van de burgemeester van Frankfurt Petra Roth, die de ..moed en openheid'' van Pamuk prees, en de directeur van de vereniging van Duitse boekhandels, die hamerde op de vrijheid van meningsuiting als onvervreemdbaar mensenrecht.

Serieus in Pamuks rede is een felle aanval op Europese politici die zich tegen Turkse toetreding keren. ,,Terwijl Turkije op de deur klopt en wacht, groeien in het Westen anti-Turkse sentimenten onder zekere politici.'' En hoewel Pamuk de problemen die Turkije nog moet overwinnen allesbehalve onderschat, zegt hij: ,,Hun stijl is net zo gevaarlijk als die van sommige politici in mijn land. Problemen signaleren is één ding, maar je moet niet denigrerend doen over de complete Turkse cultuur.''

Over de Turkse kritiek op zijn literaire werk en publieke uitspraken, zei Pamuk dat ,,schaamte doorklinkt in sommige reacties op mijn romans en mijn relaties met het Westen''. Hij ziet het als opgave voor de literatuur om dergelijke ,,gefluisterde geheimen'' ter sprake te brengen en te delen.

Tekst rede: pagina 9

Hoewel Pamuk de afgelopen jaren steeds scherper is gaan verwoorden wat er nog aan schort in zijn land – met als voorlopig resultaat de twee aanklachten, een rechtszaak in december en maximaal zes jaar gevangenisstraf – en de schrijver er dientengevolge veel vijanden bij heeft gekregen, is er in Frankfurt geen sprake van beveiliging. Zowel op de persconferentie als op de bijeenkomst in de Pauluskerk zijn er geen bodyguards en geen detectiepoortjes. Er is kennelijk geen angst voor die ene gek. En het proces, daar ziet Pamuk naar verluidt al helemaal niet tegen op. Niet vreemd, gezien het feit dat de Turkse minister van buitenlandse zaken de verwachting heeft uitgesproken dat de aanklachten tegen Pamuk worden ingetrokken.

Pamuks slotwoorden op de persconferentie laten ook weinig ruimte voor twijfel: ,,Ik ben blij dat ik alles kan en durf te zeggen.'' Hoe overtuigend dat ook klinkt, tegelijkertijd is Pamuk een schrijver die moet vechten tegen de censuur, desnoods die van hemzelf. Een kwartier eerder zei hij nog: ,,Ik ga niets méér zeggen over de moord op de Armeniërs dan ik de afgelopen maanden al heb gedaan. Anders loop ik alleen maar het risico op nog meer aanklachten.''

De uitreiking van de Vredesprijs vond traditigetrouw plaats op de slotdag van de Buchmesse. De boekenbeurs, waaraan 7.200 uitgeverijen uit 101 landen deelnamen, trok 280.000 bezoekers.

De Nederlandse uitgevers waren dit jaar opvallend kooplustig. Uitgever Oscar van Gelderen van Rothschild & Bach kocht het debuut Londonstani van Gautam Malkani voor 50.000 euro, ,,alleen al voor de beginzin: Serve him right he got his muthafuckin face fuck'd, shudn't b callin me a paki, innit.'' J.M. Meulenhoff betaalde naar verluidt 80.000 euro voor twee boeken van de libisch-amerikaanse Hisham Jabal Matara.