Moeder van renner verkoopt vijfhonderd kaartjes

Het Nederlandse koppel Slippens-Stam greep net naast de eindzege bij de Zesdaagse van Amsterdam. De tweede plaats in de thuiswedstrijd kwam voor veel liefhebbers als een verrassing. Niet voor moeder Mar Slippens.

Eén ding was voor het begin van de laatste dag van de Zesdaagse duidelijk: aan Mar Slippens zou het niet liggen. De moeder van Robert – samen met zijn koppelgenoot Danny Stam de favoriet bij de Zesdaagse van Amsterdam – had alleen al op zaterdag vijf bussen met fans vanuit het Noord-Hollandse Opmeer laten komen. Honderden sjaaltjes Slippens-Stam, steun uit de business-seat van Slippens Vleeswaren en de luide aanmoedigingen van de supporters moesten in de kleine wielerhal in Sloten voldoende zijn voor een tweede achtereenvolgende overwinning.

Maar op het moment dat het Nederlandse koppel nog volop in de strijd was voor de eerste plaats, zag moeder Slippens het halverwege de avond al somber in. ,,Ik denk niet dat ze het gaan halen'', zei ze op het moment dat Robert en Danny tijdens de koppeltijdrit (zo hard mogelijk één ronde rijden) op een tweede plaats belandden. ,,Een achterstand van één ronde is best veel.''

De actieve rol van moeder Slippens – 500 kaartjes verkocht aan relaties tijdens de hele zesdaagse – is illustratief voor het Amsterdamse evenement. Knus en intiem, zegt organisator Frank Boelé over de zaterdag afgesloten race, zeker in vergelijking met de Zesdaagse van Rotterdam. ,,In deze hal kunnen slechts 1.500 mensen op de tribunes. Gelukkig is Amsterdam de eerste zesdaagse van het seizoen en willen eigenlijk alle renners die meepakken om in vorm te komen. Dan zijn ze ook bereid om met minder geld genoegen te nemen, want met een begroting van 700.000 euro kan je dit eigenlijk niet organiseren'', aldus Boelé die behalve in Amsterdam en Rotterdam ook een zesdaagse in Maastricht gaat organiseren.

Het recept is steeds hetzelfde: veel bier, harde muziek en mooie wielersport. Die combinatie is goed voor vijf dagen een uitverkocht huis. Alleen op donderdag blijven er altijd plaatsen over. ,,Topsport in de kroeg, maar wel topsport'', zegt Robert Slippens (30) over zijn vak als baanwielrenner. ,,We rijden hier met 65 kilometer per uur in het rond en dat zegt wel wat.'' Veel last van de lucht van bier en tabak hebben ze niet. ,,Daar heeft iedereen evenveel hinder van. Ik vermaak me iedere avond weer. Alleen als je je niet goed voelt, dan kan zo'n hele avond verschrikkelijk zijn.''

Al zeven seizoenen trekt hij samen met Danny Stam (33) van oktober tot en met februari van stad naar stad om deel te nemen aan de verschillende zesdaagsen. Die van Bremen, Amsterdam (tweemaal), Rotterdam en Gent werden al door de Nederlanders gewonnen. ,,We zitten nu zo'n drie jaar aan de top. Je moet dit vak gedurende een aantal jaren eerst leren. Nu we op dit niveau zitten, kunnen we een prima boterham verdienen, ook omdat we tijdens het wegseizoen voor AXA-ploeg rijden'', aldus Slippens direct na afloop van een half uur durende koppelkoers. Een paar meter verderop hangt Max van Heeswijk onderuit op zijn bank. Als wegrenner is hij aan zijn derde zesdaagse bezig. De ploeggenoot van Lance Armstrong, die met koppelgenoot Jimmi Madsen achtste zal worden in het eindklassement, is rond koffietijd ,,al kapot want dit is en blijft echt een ander vak''. Andersom geldt dat de meeste baanrenners het zware werk op de weg niet aankunnen.

Slippens stelde op de kermis van het Noord-Hollandse Assendelft aan Stam voor om een koppel te vormen. ,,Toen hadden we ook een biertje op, net als veel mensen hier. Ik had toen al gekozen voor de baansport en Danny had net de Raboploeg verlaten en was nog zoekende. De samenwerking gaat erg goed en we blijven nog zeker tot Peking 2008 bij elkaar.'' Omdat vader Cees Stam als baanrenner wereldkampioen is geweest achter de grote motoren, kwam het niet echt als een verrassing dat Danny voor een baancarrière koos.

Over de entourage bij een zesdaagse mogen liefhebbers van topsport hun vraagtekens zetten, via de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen kunnen Slippens en Stam bewijzen dat ze wel degelijk tot de internationale top in het baanwielrennen behoren. De Spelen in Athene liepen in 2004 op een mislukking uit, maar eerder dit jaar behaalden ze zilver tijdens de WK in Los Angeles bij onderdeel koppelkoers. ,,We willen nog een keer goud winnen tijdens een WK, maar Peking blijft ons hoofddoel. Een olympische medaille blijft toch het hoogste. Nee, dat heeft niets met erkenning te maken. Die discussie of wij al of niet topsport bedrijven heb ik al lang achter mij gelaten.''

Na twee eerdere overwinningen van Slippens-Stam in het Amsterdamse Velodrome ging zaterdag de eindoverwinning naar het Zwitserse duo Bruno Risi en Kurt Betschart. Deze renners, beiden 37 jaar oud, hebben inmiddels 37 zesdaagsen op hun naam geschreven. Gezien hun staat van dienst had geen van de rijders moeite met die winnaars. ,,Over alle dagen was de vorm bij ons goed'', aldus Slippens. ,,Het leuke is dat het niveau, ook bij jonge Nederlandse rijders als Peter Schep en Niki Terpstra, hoog is. Wat dat betreft ben ik optimistisch over de Zesdaagsen in Nederland.''

Alleen de regionale pers had Slippens de afgelopen dagen gemist. ,,Je ziet wel aan al die kaarten die mijn moeder verkoopt dat de Zesdaagse in West-Friesland leeft. Maar ik heb thuis nog geen stukkie in de krant zien staan. Nee, die teruglopende publiciteit vind ik niet tekenend voor de zesdaagsen [sinds 2001 in Amsterdam, sinds dit jaar in Rotterdam] in Nederland. Volgens mij zijn de mensen hierop nog lang niet uitgekeken.''