Kamer tegen kwijtschelden van schulden van Nigeria

De schuldkwijtschelding voor Nigeria waarmee minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) heeft ingestemd, stuit op brede weerstand in de Tweede Kamer. Vrijwel alle partijen verzetten zich tegen de kwijtschelding van 622 miljoen euro exportkredieten aan Nigeria ten koste van de begroting van ontwikkelingssamenwerking. Alleen het CDA steunt de minister.

Onlangs besloot de Club van Parijs, de rijke landen die vorderingen hebben uitstaan in ontwikkelingslanden, unaniem om de schulden van Nigeria gedeeltelijk kwijt te schelden.

,,Nigeria is het corrupste land ter wereld en met de huidige olieprijzen kan het die 622 miljoen euro in een week afbetalen'', zegt Kamerlid Zoltan Szabó (VVD). Kamerlid Mat Herben (LPF) zegt dat er geen sprake van kwijtschelding kan zijn, want dat zou een premie op wangedrag zijn. Beiden willen in november bij de behandeling van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking blokkeren dat geld voor de kwijtschelding van schulden van Nigeria wordt uitgetrokken.

Ook de PvdA en GroenLinks willen voorkomen dat ruim 600 miljoen van de begroting van Van Ardenne gebruikt wordt voor schuldkwijtschelding aan Nigeria. Kamerleden Samsom (PvdA) en Karimi (GroenLinks) zeggen wel voorstander te zijn van schuldverlichting, maar niet ten laste van Ontwikkelingssamenwerking.

Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA) vindt het ,,vervelend'' dat het om zo'n groot bedrag gaat, maar ziet geen mogelijkheid de kwijtschelding te blokkeren. ,,We gaan niet tegen de Club van Parijs in, dat is sjorren aan een dood paard'', aldus Ferrier. Wel vindt ze dat het vrijkomend geld na de kwijtschelding in Nigeria gebruikt moet worden voor corruptiebestrijding en ten goede moet komen aan de arme bevolking. ,,Je moet het geld zo goed mogelijk inzetten.''

Nederland heeft 1,2 miljard euro aan exportkredieten uitstaan in Nigeria. In de Club van Parijs is afgesproken dat Nigeria 574 miljoen terugbetaalt en dat 622 miljoen wordt kwijtgescholden.

Kwijtschelding, ook van exportkredieten, gaat ten laste van ontwikkelingssamenwerking, zo is in 1996 afgesproken tussen de ministers Pronk en Zalm tijdens het eerste paarse kabinet.