`Ik moest als enige in de zaal lachen'

Schrijver Arnon Grunberg reisde dit weekend naar Gent om de toneel-bewerking van `De asielzoeker' bij te wonen. Een reactie vanuit de taxi.

Wat vond U van de manier waarop Uw roman voor toneel is bewerkt?

,,Ik de toneeltekst vooraf gelezen, en was er erg tevreden mee. Als toneeltekst is De Asielzoeker compacter dan het boek. Daardoor is de werking nog bedrukkender. Ik vond het een erg tragisch stuk.''

Maar uw boek is ook vol humor. Was die compleet verdwenen?

,,Ik had het niet verwacht, maar ik heb een paar keer echt moeten lachen tijdens het stuk. Alleen was ik wel de enige in de hele zaal.''

Had U zich de personages zo voorgesteld als ze hier zijn verbeeld?

,,Beck had ik me tijdens het schrijven voorgesteld als een ander figuur, maar omdat ik tevoren wist wie de rol zou spelen, was ik meteen aan de andere Beck gewend. Meer moeite had ik met de invulling van de vrouw, Vogel. Die was hier onafhankelijker dan in het boek, krachtiger en agressiever. Als gevolg daarvan werd Beck juist zachter, waardoor je meer met hem meeleefde. Maar dat hij zo door Vogel werd overruled, daar kon ik niet echt aan wennen.''

U bewerkte zelf uw roman `Figuranten' voor toneel. Hoe zou U `De asielzoeker' zelf hebben bewerkt?

,,Als ik klaar ben met een boek, ben ik er ook echt klaar mee. Als ik er dan nog een bewerking van zou hebben moeten maken, zou ik daarom zeer sterk de neiging hebben gevoeld er iets totaal anders van te maken. Deze bewerking vind ik erg goed, en hij is er tekstgetrouw. 99 procent van de toneeltekst staat precies zo in het boek. Het meest confronterend `oneigene' is dat de personages op het podium anders praten dan ze dat in mijn hoofd deden. Met een andere toon, en een ander ritme. Dat werkt vervreemdend.''

Wat vond u de mooiste scène?

,,Ik was geroerd door de scène met de mismaakte in Eilat, en door de scène waarin de asielzoeker en Vogel hun huwelijksnacht beleven. Die scènes leefden, en kwamen heel dicht bij de waarheid in het boek. Maar het blijft natuurlijk een interpratie. Dat is ook de vrijheid die een regisseur moet nemen. Dat Vogel hier ook na haar dood blijft doorpraten, alsof Beck haar stem in zijn hoofd hoort, is zo'n vrijheid, die voor mij goed werkte.''