Ensceneringskunst van Audi in Händel verbluft

Een week na de laatste voorstelling van de vierdelige Wagnercyclus Der Ring des Nibelungen in het Amsterdamse Muziektheater begon de Nederlandse Opera in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan een Händel-tweeluik, eveneens in de regie van artistiek directeur Pierre Audi. De dubbelvoorstelling van Tamerlano en Alcina, die Audi eerder afzonderlijk ensceneerde in het antieke baroktheater in het Zweedse Drottingholm, is na de reeks Monteverdi-producties in zijn Amsterdamse eerste jaren (1990-'95) en de Ring (1999) een nieuw en uniek hoogtepunt in de superieure ensceneringskunst van Pierre Audi.

Weinig is zo lastig te ensceneren als opera's van Händel: gecompliceerde, niet na te vertellen verhalen met veel verwikkelingen en nauwelijks uiterlijke handeling die worden verteld in een lange reeks aria's met slechts een enkel duet of ensemble. Als de regisseur zich letterlijk houdt aan libretto en partituur, staat er meestal maar één zanger op het podium, de anderen wachten intussen in de kantine op hun beurt.

Bij Audi zijn de meeste personages voortdurend op het podium aanwezig, ook al zingen ze niet en lopen ze soms even de coulissen in omdat daar ook van alles schijnt te gebeuren. Ze zijn schaakstukken in het spel, dat zich juist afspeelt tijdens de aria's, die niet langer losse nummers zijn. Zo laat Audi in Tamerlano de kleine rol van de hofdignitaris Leone, niet eens genoemd in de synopsis, uitgroeien tot een personage van formaat, een soort rijzige Goethe, om wie ook veel hoflucht hing.

Audi weeft in beide opera's een steeds dichter web van relaties, hij diept de handeling uit, voegt allerlei lagen toe en schept extra drama met subplots, heftige confrontaties, dodende blikken, bruuske verleidingen en onbeschaamd voyeurisme. Er is ook geestigheid en vrijmoedigheid. In Alcina, een wilde liefdesoorlog, doet de verliefde Morgana een krachtige greep in het kruis van Ricciardo, niet bemerkend dat ze een vrouw in travestie te pakken heeft.

Eenheid tussen Tamerlano en Alcina schept Audi niet alleen met deels dezelfde decors, maar ook door de symbolisering van de thematiek: in beide opera's gaat het om een gevallen troon. In Tamerlano maakte de gevangen genomen Turkse sultan Bajazet een eind aan zijn leven. In Alcina wordt de toverkracht van Alcina gebroken. Een steen, een leeuw en het beekwater worden weer mens.

Dat de voorstellingen uit Drottningholm komen en met kopieën van de eeuwenoude decors zijn gereconstrueerd, zorgt in beide opera's voor een aantal ongekend prachtig en klassiek symmetrisch ogende actes. Ze worden vanuit de coulissen op weergaloze wijze belicht en gezet in een gouden gloed.

Audi gaat het echter niet om `authentieke' opera en decortechniek, zoals hij vrijdag uitlegde in het Cultureel Supplement. Zowel in Tamerlano als in Alcina verdwijnen die epaterende standaarddecors uiteindelijk radicaal. Het gaat immers om het drama, bij Audi zo indringend dat men de ouderwetse opschik niet meer mist. De fraaie historische kostumering blijft.

Net als in de Ring excelleert Audi met een perfectionistische aanpak en een subtiele detaillering, die ervoor zorgt dat men zich in beide opera's vier uur lang geen seconde verveelt. Het geheel van de beweging is pure choreografie. Die is voorbeeldig gezet op de muziek die onder leiding van Christophe Rousset door het Franse barokorkest Les Talens Lyriques wringend en karaktervol wordt gespeeld: authentieker dan `authentiek'.

Wegens ziekte van Alice Coote werd in Alcina de rol van Ruggiero gespeeld door regie-assistente Jacqueline Poppelaars en vanuit de orkestbak gezongen door Silvia Tro Santafé, alletwee uitstekend. Door de beide casts wordt over de hele linie voortreffelijk geacteerd en gezongen. Enkelen springen er nog uit: in Tamerlano Bejun Mehta in de titelrol, Bruce Ford (Bajazet) en Patricia Bardon (Andronico); in Alcina Marijana Mijanovic (Bradamante) en vooral Christine Schäfer als Alcina. Als enige staat zij een kwartier lang solo op het podium, coloraturen spuwend in haar fenomenale woede-aria Ah! mio cor! schernito sei (Ach mij hart, je bent bedrogen).

Pierre Audi, ook directeur van het Holland Festival, wil tijdens het komende festival in dezelfde decors zijn dit jaar gemaakte Drottningholmproductie van Zoroastre van Rameau in Amsterdam tonen. De Amsterdamse Stadsschouwburg is daarmee het barok-filaal van de Nederlandse Opera. In 1973 zong het coloratuurwonder Joan Sutherland daar in een legendarische voorstelling van Händels Rodelinda. En in 2001 bracht de Opera daar een fenomenale productie van Händels Giulio Cesare in de enscenering van Karl-Ernst en Ursel Herrmann.

Voorstellingen: Tamerlano en Alcina van G.F. Händel door de Nederlandse Opera en Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Decor en kostuums: Patrick Kinmonth; regie: Pierre Audi. Gezien: 21, 22/10 Stadsschouwburg Amsterdam. Herh.: om en om t/m 9/11. Res.: (020) 6242311. Radio 4: Tamerlano 29/10; Alcina 5/11 19 uur.