De violoncello dal spalla

,,De violoncello dal spalla (schoudercello) is een vergeten instrument. Dat is de schuld van de `gewone' cello. Die kwam op rond 1730 en maakte de spalla overbodig. Ik geloof dat veel muziek die nu op cello wordt gespeeld, voor spalla is gecomponeerd. Neem de Zesde cellosuite van Bach. Sommige passages zijn op een cello haast onspeelbaar, en vallen op de spalla meteen op hun plek.''

Sigiswald Kuijken (61) is barokviolist en leider van het Vlaamse barokensemble La Petite Bande. Als een van de pioniers van de historische uitvoeringspraktijk, maakt hij zich sterk voor de herwaardering van de viola of violoncello dal spalla; een instrument met de stemming van een cello en de grootte van een violoncello piccolo, die niet tussen de knieën maar tegen de schouder (spalla) wordt bespeeld. Zaterdag speelt hij met La Petite Bande in Haarlem De vier jaargetijden van Vivaldi, waarbij hij op spalla de cellopartij speelt. In december speelt hij cellosuites van Bach op de spalla.

,,De spalla is een familielid van de viool en de altviool, niet van de cello, al komt de stemming daarmee overeen. Het is een soort reuzenaltviool, die zo groot en zwaar is dat je hem niet onder de kin, maar met een koord om de hals draagt, tegen de rechterschouder. Het geluid is zachter, maar ook pregnanter dan van de cello. Omdat de rug van de klankkast `vrij' hangt, wordt de klank namelijk door niets geblokkeerd.

,,De violoncello dal spalla had ten tijde van Bach een veel grotere rol speelde dan tot nu toe wordt aangenomen. Bijvoorbeeld in solorepertoire van Bach; de cellosuites, sommige cantates, de Brandenburgse concerten. Die muziek is gecomponeerd voor `violoncello', maar dat zegt niets over de fysieke speelwijze. Verschillende achttiende-eeuwse bronnen merken op dat `de violoncello tegenwoordig ook wel tussen de knieën wordt bespeeld' – kennelijk een ommekeer ten opzichte van de tot dan toe gebruikelijke speelwijze. En Bach noteerde zijn partijen voor de violoncello ook nooit in de partijen van de spelers van de basinstrumenten, maar steeds of in de eerste vioolpartij, óf op losse blaadjes. Dat is zeer veelzeggend.

,,Er zijn weinig afbeeldingen van de spalla die mijn hypothese te ondersteunen, maar dat komt omdat de violoncello dal spalla ook toen al een tamelijk ongewoon instrument was. Men denkt vaak dat de hele basso continuo-praktijk werkte met een cello, maar meestal was dat een `violone' ofwel een basse de violon, die nooit violoncello werd genoemd. Hetzelfde geldt voor de orkesten van toen. Daarin speelden violen, altviolen, violonen en de contrabassen, maar geen celli.

,,Helaas is er nauwelijks een spalla bewaard. De instrumenten verrotten of werden omgebouwd tot altviolen. Je ziet nog wel van die grote, zeer oude alten. Grote kans dat dat een spalla is geweest, waarvan de dikte is gehalveerd. Zelf heb ik een nieuwe spalla laten maken op basis van drie instrumenten die nog in musea staan. Als die om mijn nek hangt, voel ik mij een straatmuzikant. De spalla is een echt spelemansinstrument. Dat vind ik leuk, omdat het contrasteert met het ernstige imago van de cello, en dat als het ware demystificeert.

,,Tot nu toe is er door mijn collega's uit de oude muziek goed op mijn bevindingen gereageerd. Tot een musicologische publicatie voel ik me niet geroepen; dat ontlokt dan weer van dat pietepeuterige commentaar, en voor mij telt toch vooral de praktijk. Die overtuigt mij volledig van mijn eigen hypothese. Maar ik ben purist noch polemist. Cellisten mogen gewoon hun gang blijven gaan.''

La Petite Bande o.l.v. Sigiswald Kuijken (spalla) met Vivaldi: 29/10 Philharmonie Haarlem, 20.15 uur. Res. (0900) 7445427 of via www.fredluiten.nl. In december speelt Kuijken de eerste drie Cellosuites van Bach op spalla op 3/12 (cd-winkel Prelude, Baarn), 4/12 (Enschede); 5/12 (Vught, BE).