Carter weet alles, kan alles

Toen de Amerikaanse saxofonist James Carter in '88 zijn geboorteplaats Detroit verruilde voor New York, kwam al gauw de hele jazzscene zich aan zijn talent vergapen. Hij is specialist op technisch gebied, niemand weet zoveel van saxofoons en klarinetten. Hij verzamelt oude exemplaren, restaureert ze, doorgrondt ze en kent ieder geheim. Zodoende bespeelt hij ze met het grootste gemak allemaal, van hoge varianten tot lage.

De 36-jarige Carter, die begon in de band van Wynton Marsalis en werkte met onder andere Lester Bowie en Betty Carter, kent ook vele stijlen: avant-gardejazz en alle klassieke, traditionele en moderne stromingen. Hij weet alles, hij kan alles en zet alles op zijn kop.

Het James Carter Organ Trio bracht in het BIMhuis veelal warmbloedige bluespatronen van een gruizig soort. Samen met Gerard Gibbs op de Hammond B3 en Leonard King op drums speelde de saxofonist stukken afkomstig van zijn nieuwe live-album Out of Nowhere en het vorige, Gardenias for Lady Day. Composities van onder anderen Carters voorbeeld Don Byas dienden als springplank voor een eindeloos durende verkenning in het diepe. De baritonsax waarop hij echt uitblinkt, had hij helaas thuisgelaten. Vooral zijn sopraan en tenor hadden nu de hoofdrol in vurige, massieve betogen.

Carters energieke solo's werden gebracht met zoveel fantasie en blije ingewikkeldheid, dat ze deden denken aan het vrije spel van een vroeger Willem Breuker. Het was honken, krijsen en piepen. Carter liet zijn instrument dan weer kwaken als een eend, of het klonk juist als het leeglopen van een ballon. Hij verbaasde met steeds meer noten in de inmiddels al bolstaande maten en met zijn wilde gebaren. En hij keek bij dat alles een alsof het kinderspelletje was.

Het waren vooral de wendingen in het spel van het drietal die het zo spannend hielden. Zetten Gibbs en King eerst een lieflijk melodisch tafereeltje neer met Carter zacht op zijn dwarsfluit, scheurde hij vervolgens de boel aan flarden op altsaxofoon, om na schreeuwende en raspende uithalen rustig terug te keren bij het zoete en perfecte beginmotiefje. Belangrijke aanjager was Gibbs op zijn immer vrolijk klinkende orgel. Niet alleen zijn variaties op zowel toetsen als pedalen waren uitgesproken groovy. Met zijn opzwepende kreten gaf hij Carter, de jonge `tough tenor', het gevoel of hij kon vliegen.

Concert: James Carter Organ Trio. Gehooord: 20/10 BIMhuis Amsterdam.