Beeldhouwer van het toeval

Arman, de Frans-Amerikaanse kunstenaar die zaterdag in New York overleed aan kanker, zal altijd herinnerd worden om de talloze technieken waarmee hij de kunstwereld verrijkte. Hij maakte beelden door gebruikte voorwerpen bij elkaar te persen in vitrines (de zogenaamde `poubelles'), door ze te verbranden (`combustions'), in plakken te snijden (`coupes') of in stukken te smijten (`coleres'). Voor zijn bekendste werk, Long Term Parking uit 1982, stapelde hij zestig auto's op elkaar tot een toren van bijna twintig meter.

Tot halverwege de jaren vijftig was Armand Pierre Fernandez, zoals Arman voluit heette, een vrij behoudend zondagsschilder die historische stijlen als fauvisme, surrealisme en kubisme nog eens dunnetjes overdeed. Het schilderen had hij geleerd van zijn vader, een Noord-Afrikaanse antiekhandelaar uit Nice. Arman had wiskunde en filosofie gestudeerd, en hield zich tot dan toe in leven met tijdelijke baantjes als meubelverkoper, judoleraar en harpoenvisser. Als eerbetoon aan Vincent van Gogh, die zijn schilderijen alleen met zijn voornaam signeerde, liet hij in 1948 zijn achternaam vallen. De d van zijn voornaam verdween voorgoed in 1958, nadat de drukker van een catalogus per ongeluk zijn naam verkeerd gespeld had.

Cruciaal voor de carrière van Arman was zijn vriendschap met kunstenaar Yves Klein, die hij in 1947 ontmoet had op een judoschool. Arman assisteerde Klein in de jaren vijftig bij zijn happenings en richtte in 1960 samen met hem en de kunsthistoricus Pierre Restany de beweging Nouveaux Réalistes op. Net als de kunstenaars van Pop Art bezongen ook de `nieuwe realisten' de schoonheid van alledaagse voorwerpen en de massacultuur. Maar terwijl Klein zich in zijn werk richtte op de leegte (le vide), maakte Arman `volle' beelden (le plein). Zijn techniek, het in dozen en vitrines proppen van afval of gelijksoortige spullen als oude brillen of tandwielen, noemde hij `accumulatie'. Zijn taal was ,,de taal der kwantiteit''. In de catalogus van de overzichtstentoonstelling die hij in 1969 in het Stedelijk Museum Amsterdam had, schreef hij hierover: ,,Mijn accumulatie-techniek bestond hieruit, dat de objecten die ik gebruikte werd toegestaan zichzelf te componeren. Op de lange duur is niets beter controleerbaar dan het toeval. Toeval is mijn basismateriaal, mijn blanco pagina.''

Eind jaren zestig maakt Arman verschillende vrouwentorso's van polyester die misschien wel tot zijn mooiste werken behoren. De transparante lichamen omhullen alledaagse voorwerpen als rubberhandschoenen of leeggeknepen verftubes. In de jaren daarna, toen Arman naar New York verhuisde en Amerikaans staatsburger werd, kregen zijn beelden steeds monumentalere trekken. Sindsdien zijn in talloze steden torens van autoschroot verrezen, met Long Term Parking als absoluut hoogtepunt.